Van Wenen naar Boedapest, maar nu zonder Koning Winter op de hielen (1)

Tijdens hun verblijf met de Impala in Antwerpen, vorige winter, werkten Peter Holleman en Nicole Rensen het plan uit om een reisje over de Donau te maken. Ze waren in 2006, na een verblijf van vier jaar op de Middellandse Zee via de werf in Roemenië terug naar Nederland gevaren, maar in een te hoog tempo. De reden daarvoor was, dat ze Koning Winter achter zich aan hadden en ze wilden zeker niet vastgevroren raken in het Main Donau Kanaal.

De maanden ervoor hadden we ons plan al eens kenbaar gemaakt onder KNMC-vrienden en al gauw kwamen er vragen over eventuele deelname. Om inzicht in zo’n reis te krijgen, was het nodig om eerst eens bij elkaar te komen, zodat we de belangrijkste punten uiteen konden zetten en op basis daarvan een beslissing nemen. Uiteindelijk zijn Daan en Sandria van Gent met hun Sandria, Ad en Ina Smaal met de Kaaiman en Ad en Mini de Wit met de White Princess aangesloten, hetgeen voor Peter en Nicole ook meteen het maximum was in verband met de ligplaatsen.

Om de reis tot een succes te maken, was het nodig de deelnemers goed te informeren over bijvoorbeeld: de noodzakelijke uitrusting. Zoals minimaal 2 extra dikke fenders en een sleeplijn van minimaal 50 meter, die klaar moet liggen op het voordek. De vaardocumenten voor de diverse rivieren moeten in orde zijn, vooral de Duitsers eisen dat dit in orde is. In totaal bespreken we 50 punten in 3 besprekingen, met daarna een gezellig etentje!

In het voorjaar van 2009 stond ons laptopje roodgloeiend op de stuurhuttafel. We maakten contact met de diverse WSA posten in Duitsland en Oostenrijk, met autoriteiten in Hongarije. We mailden met Wenen en Boedapest voor goede ligplaatsen en vroegen advies aan familieleden in de beroepsvaart. We kochten Pilots voor de Main, het MDK en de Donau plus de laatste Verberght kaarten voor de nodige details.

De Rijn : 2 x 389 km, stroom snelheden 4-10 km.

Na het openingsfeest in Mook is het dan eindelijk zover, de trossen gaan los en we worden door veel bekenden uitgezwaaid. De eerste week varen we met Daan en Sandria (een beroepskoppel) voorop met een aardig stroompje op de kop via Wesel, Duisburg, Düsseldorf, Keulen naar Oberwinter, waar we vieren, dat Daan zijn eerste AOW-gage op zijn bankrekening zal ontvangen. De volgende dag naar Koblenz. Daan benut alle stroomluwtes en we schieten lekker op. Dan het mooie stuk door het Gebergte, waar we langzaam tegen de stroom optornen om daarna Bingen binnen te lopen en de volgende dag naar Schierstein. Ons eerste weekdiner met voorlezen van het verslag over de afgelopen week, vindt plaats op de jachthaven van Schierstein. Eigenlijk hadden we op de Rijn geen problemen met ligplaatsen, omdat de jachten hier nog wel een behoorlijk formaat hebben.

De Main : 2 x 387 km, 34 sluizen x 2, valhoogte tot 8m, stroom 1-3 km.

Dinsdag 5 mei varen we de eerste sluis op de Main in, nu met de Impala voorop. Dit wordt een recorddag in diverse opzichten: We varen 96 km, passeren 7 sluizen en maken 12 draaiuren bij een temperatuur van slechts 11 gr. C. In Aschaffenburg maken we o.a. vast aan een bord ‘verboden aan te meren’. Maar ja, het is 21.00 uur en willen nu toch echt stoppen. Tijdens de borrel en de hapjes ‘s avonds op de Kaaiman realiseren we ons, dat het uitblijven van een ligplaats voor 4 schepen, automatisch voor lange vaardagen zorgt. Peter is de volgende ochtend direct naar het hoofdkantoor van de WSA gegaan en heeft een en ander doorgesproken met de heren, die ons toch beloftes hadden gedaan via e-mail. We merken al snel, dat de boodschap nu goed bij de sluismeesters is aangekomen, want ‘we varen daarna beter samen’. De volgende dag is onze eerste ligdag en Sandria neemt dat wel erg letterlijk, want ze stapt verkeerd van de roef en belandt daardoor op de bank met een verzwikte enkel.

We bezoeken op de Main de prachtige plaatsjes Miltenberg en Lohr. Boven Karlstad vinden we een oude overslagkade, waar genoeg water staat en we met kunst en vliegwerk vastmaken. Daar eten we met gezamenlijk gemaakte gerechten a/b van de Impala, omdat we de schepen daar niet zonder toezicht achter kunnen laten. Overigens is er tijdens de voorbereidingen afgesproken, dat er bij twijfel 1 of 2 koppels aan boord zullen blijven en de anderen dan kunnen gaan passagieren.

Aan de onderzijde van de sluis in Würzburg, hebben we sterke stroming op de kop en moeten goed vastmaken aan de stenen muur, want de Kabinenschiffen (cruiseschepen) hebben voorrang op alles, omdat ze gebonden zijn aan hun programma. Peter heeft via 77 gewaarschuwd voor de stevige dwarsstroom, die je hier ondervindt bij het invaren van de sluis. Na de schutting maken we voor de stad vast aan de reling bij een parkeerplaats. Vanavond verslag en diner in het Chinese restaurant, dat achter ons aan de kade ligt. We hebben uitzicht op onze jachten, want ook hier is geen toezicht. Twee ambtenaren van de gemeente vertellen ons de volgende ochtend, dat er voor jachten geen ligplaats is in Würzburg en dat we op een verboden plek liggen. We worden gesommeerd € 115,– te betalen, waarop ik vraag of dat liggeld is of een boete… Er staat daar een bord op de kade ‘Willkommen in Würzburg’ …

We varen verder en het Maindal wordt steeds mooier naarmate we dichter bij Kitzingen komen. Hier bezoeken we een wijnproeverij en laten het nodige aan boord bezorgen. We zijn hier met onze 4 jachten een heuse attractie en we krijgen de plaatselijke pers aan boord. Nu de stadjes steeds mooier worden, proberen we vaker een ligdag in te lassen, om alles wandelend of op de fiets te kunnen bekijken. We genieten van het mooie weer en komen wat tot rust. We bezoeken Schweinfurt en de volgende dag maken we vast op de sluis van Viereth, de laatste op de Main. We fietsen naar Bamberg en zijn onder de indruk van dit Venetië aan de Regnitz.

Het Main Donau Kanaal: 2 x 170 km, 16 sluizen x 2, valhoogte tot 25 m.

Het MDK is geen kanaal zoals het Amsterdam-Rijnkanaal of zo, maar eerder een verlengstuk van de Main, met prachtig begroeide oevers, heuvels met wijnbouw en bossen. Toen dit kanaal in 1992 uiteindelijk werd geopend, betekende dit veel voor de handel tussen de oostelijke landen en het westen, maar ook op ecologisch gebied is er veel veranderd. Via deze route hebben allerlei waterdieren hun weg naar West Europa gevonden, denk o.a. aan de wolhandkrab. We bezoeken het oude Nürnberg (5 km lange stadsmuur met torens), vervolgens varen we naar ons hoogste punt, de Waterscheiding, 406 m boven n.a.p. Dan door naar het middeleeuwse Berching, waar we met veel moeite water laden. We naderen de dag erop de laatste sluis van het kanaal. De afgelopen dagen zwaaiden we al naar de broer van Sandria op MS Sandria en een neef van mij kwam met zijn MS Springer ook in Berching voorbij. Deze schepen zullen we nog enkele malen zien, want zij varen deze route ongeveer 3 maal zo snel als wij.

De Donau: 2 x 759 km, 16 sluizen x 2, valhoogte tot 20 m, 10 tot 15 km stroom

Als we de sluis van Kelheim verlaten is het met de rust gedaan, want als we SB uitdraaien om richting Donauschlucht te varen, hebben we 10 km stroom op de kop. Het vaarwater is hier niet breed, maar zelfs binnen de betonning lopen we aan de Kiesgrund. Gelukkig komt Impala op eigen kracht los en we nemen ligplaats in de enige echte jachthaven op de Donau, Saal. We liggen hier zo comfortabel, dat we besluiten de omgeving per fiets en trein te gaan bekijken. De Befreiungshalle en de Donaudurchbruch (met rondvaartboot) naar Klooster Weltenburg zijn de moeite waard.

Voordat we weer gaan varen, houden we met de schippers palaver op de Impala, hier worden de laatste gegevens op de kaarten bijgewerkt. De wijze van varen op de Donau is niet hetzelfde als op onze rivieren. Je moet bijvoorbeeld ongeveer 15 meter van de tonnen afblijven, bovendien zijn niet alle onderwaterkribben beboeid. Het is de bedoeling dat je de aangegeven lijn op de kaart zo goed mogelijk volgt. Er zijn veel ondieptes en engtes en scherpe onoverzichtelijke bochten (dwarsstroom) waar je verplicht bent om je iedere paar kilometer te melden aan tegenliggers. We leerden al snel om alleen met de scheepsnaam te melden, want aan jachten heeft de binnenvaart niet veel boodschap, men verwacht dan een scheepje van een meter of 8 tegen te komen. Wij hebben echter met 4 schepen tussen 15 en 21 meter, bij elkaar zo’n 150 meter nodig. Ja, dat is moeilijk uit te leggen over de marifoon. We merkten echter op de terugweg, dat er al veel binnenschippers waren, die ons meer ruimte gaven, het is gewoon even wennen.

In Deggendorf maken we vast aan steigertjes op kunststof vaten, lijnen onder de vlotten door en aan een lantaarnpaal op de wal. En maar hopen, dat het niet gaat onweren! We hebben na ons etentje aan de wal een gezellige avond op de club. Dat is hier, zoals op de Rijn, vaak een provisorisch gebeuren van tentdoek en een paar lange tafels met banken. Maar het is er niet minder gezellig door. Zeker als Ad de Wit zijn accordeon inzet met Duitse Schlagers.

De laatste Duitse haven is Heining boven Passau. Daar maken we vast aan de bomen en bezoeken ‘s avonds een Italiaans restaurant voor weer een weeksluiting. Wat vliegt de tijd.

We bezoeken Passau, zien de Inn en de Donau samenkomen en drinken koffie op de Switzerland II, waar Erik, de neef van Sandria, kapitein op is.

Passau is zo’n bijzondere stad, doordat het een kweekvijver is voor priesteropleidingen en dus veel prachtige kloosters, semenaries en kerken heeft. Veel Italiaanse invloeden, doordat de Oostenrijkers hun architecten uit het zuiden haalden. Na de ligdag varen we er langzaam langs en komen via een prachtig slingerend stuk gebergte in Linz aan. We maken daar vast aan een gloednieuwe particuliere steiger (nog van de aannemer) en even later barst het onweer los. We zijn blij, dat we op tijd zijn gaan liggen en kunnen genieten van de enorme lichtflitsen die te zien zijn rond de Basilika boven op de berg aan de linkeroever. Deze stad heeft twee gezichten, je wordt aan Hitler herinnerd, maar het is daardoor ook een welvarende stad gebleven, want deze stad werd in de oorlog gespaard voor een bombardement. Prachtige moderne musea, maar ook erg veel industrie.

Na de ligdag varen we naar Enns, waar de Nederlandse familie Rutjes een bunkerstation heeft, daarna door naar Marbach. Een aardig riverierdorpje, waar we ontvangen worden door de familie Engel. Hier eten we weer volgens de hoge eisen, die aan het Reinheitsgebot gesteld worden. Veel biologische producten. Van de salade, een Schweineleber mit Zwiebel, tot aan het dessert en zelfs de Marillenbrand (abrikozen) – het is allemaal zuiver.

We zijn nu in de Wachau, het tweede gebergte van de Donau. Dat betekent, dat we tussen ‘hoge’ bergen doorvaren en dat het enorm meandert en dus erg mooi is. Als we de volgende ochtend losgooien en de sluis naderen, zien we Stift Melk al liggen. Dit is een ‘must’ en dus gaan er zeven op pad om dit unieke giga klooster uit de Habsburgse periode te gaan bekijken. Ondergetekende deed dit in 2006 al en dus ben ik wachtvrouw voor de vier schepen. We liggen op een ponton van de rederij Brandner en dat mag niet. Als er een geuniformeerde dame komt zeggen dat zij problemen krijgen als we daar blijven, bel ik gauw met de anderen en ze blijken juist klaar te zijn met de rondleiding. Tien minuten later varen we het gat uit en zwaaien naar de kapitein van de rondvaartboot, die weer op zijn plekje kan.

Na een van de mooiste stukken van de Donau, naderen we Dürnstein en willen zoals afgesproken met de havenmeester in Krems, vastmaken. Ook hier steigers voor acht- of hooguit tien-meterschepen. De White Princess heeft heel voorzichtig aan de kop van het steigertje vastgemaakt, de lijnen kunnen niet doorgezet worden, want we zien het geheel al omhoog komen. Bovendien dreigt er onweer. De havenmeester wenkt, dat de Sandria er wel bij kan. Jammer, maar helaas, de grens is bereikt, dat was te verwachten, een gebroken steigertje. Gelukkig weten wij nog een mogelijkheid. Peter vaart met de White Princess mee naar de Geniehaven en regelt een prachtig betonnen steiger met stroom en water. We liggen achter een hek en krijgen een sleutel van voorzitter Otto Bohdal van de vereniging Historische Schiffen. De volgende dag varen we met enkele van deze schepen richting Wenen. Zij hebben een ontmoeting met vrienden onderweg en we ontmoeten ze tijdens een uren durende hoosbui.

Als wij in Wenen aankomen, blijkt, dat we buiten de haven van Marina Wien moeten afmeren en dat de betonnen palen slechts met een kleine stalen pin verankerd zijn. Gewoon nep dus. Wij zien ankers met stalen strips op de stenen muur en gaan er maar eens even bij liggen, om onze lijnen daar tussendoor te duwen en trekken, want anders schieten ze eraf, tijdens de behoorlijke bewegingen die we maken als er een draagvleugelboot uit Bratislava voorbijkomt. We blijven acht dagen in Wenen en genieten enorm van de prachtige stad, waar we bijna alles met de fiets bezoeken. Wenen heeft 500 kilometer fietspad door de stad en wij bereikten die steeds via het Praterpark, dus uiterst comfortabel. We bezochten onder meer de Spaanse Rijschool, een concert met veel hoogtepunten uit de operettes. Musea, een Konditorei, de Donauturm op het Donau eiland. Plaatsen in de omgeving met kloosters en kerken, te veel om op te noemen. We vierden de verjaardag van Peter, deze werd ook ‘s morgensvroeg door het clubje toegezongen en ‘s avonds een glas champagne en een hapje bij de TTL-ers. Enkelen kregen familie en vrienden aan boord. We gebruikten een dag om het schip buitenom een beurt te geven en voor de Impala werd een derde extra dikke fender bijgekocht.

Zaterdag de 6e juni passeren we de grens met Slowakije na een prachtige tocht over een totaal andere Donau. De oevers zijn veel ruiger en we zien slechts af en toe een bescheiden huis op palen. In Slowakije zijn we te gast bij Dodo Marina in Bratislava. We liggen prima vast, ook al ziet het er wat vreemd uit. De boeg van de White Princess ligt 20 cm van de bovenzijde van de ramen van het clubhuis af. Hopelijk krijgen we geen onweer, want het dreigt heel vaak rond de klok van 16.00 uur.

We gaan met drie taxi’s naar de stad en komen in een gezellige drukte, het is Wassermannenfest, er wordt vissoep gekookt voor een goed doel, door diverse clubjes. Een eindje verder zien we bruidsparen en hun fotografen. We trekken de stad door en zien komische bronswerken in de straten, veel gerestaureerde panden. We proeven een sfeer, waar mensen blij zijn, dat het nu goed gaat, ook al is het nog lang niet klaar. Tussen de geschilderde panden, zien we hoe het enkele jaren geleden nog was. Het blijkt, dat er veel Oostenrijkers naar hier komen, zeker ook in verband met de billijke prijzen. We eten ‘s avonds in het drijvende clubhuis, waar Dodo een mooi stuk varkensvlees aan het spit voor ons heeft geroosterd.

Zondag varen we naar Komarno, een totaal andere stad, bestaand uit een Hongaars en een Slowaaks gedeelte, met de rivier als grens. Daar eten we met elf personen voor de som van 85 euro in een restaurant aan het water en wordt het verslag van de afgelopen week voorgelezen.

De volgende dag bereiken we onze tweede belangrijke- en tevens eindbestemming Boedapest, waar we na zorgvuldig vastmaken, uiteindelijk goed liggen.

De daarop volgende dagen worden besteed met bezoeken aan de steden Boeda en Pest, maar ook zijn we in de weer om een motorstoring op de White Princess op te lossen. Dit kost veel tijd en we zijn blij als de monteur van Caterpillar uiteindelijk de zaak opgelost heeft. Er is hier weer zoveel te zien, maar uiteraard is de belangstelling voor cultuur niet bij iedereen hetzelfde, dat zou te mooi zijn. Na drie dagen komt het verzoek om aan de terugweg te gaan denken, hetgeen niet ons plan is. In de poging, het iedereen naar de zin te maken, besluiten we toch om de dag erop naar Zentendre te varen, met de wetenschap, dat Boedapest er nog lang zal zijn en wij er wellicht nog eens naar toe zullen varen.

Vrijdag 12 juni begint dus de terugtocht en varen we over de grotendeels onbetonde zijarm van de Donau en overnachten in het schilderachtige, maar veel te toeristische Zentendre. De volgende dag door in noordelijke richting, waar we in de Donauknie uitkomen onder Eztergom. Deze plaats is eveneens een must, maar ook de beroemde Dom en bijbehorend klooster blijven op ons verlanglijstje staan voor de volgende keer.

Op de terugweg hebben we minder problemen met ligplaatsen, zolang we op dezelfde plekken uitkomen als op de heenreis. Het gaat echter heel wat langzamer nu. Na 9,5 draaiuren maken we vast in Komarno, een week later dus. We blijven één dag liggen en houden hier ons wekelijks etentje. Peter en ik reserveren een restaurantje in de stad en we blijken ‘s avonds met ons achten de enige gasten. Het weer is al lange tijd heel goed. Behoorlijk warm eigenlijk en niet te veel regen, maar daar komt zo langzamerhand verandering in. De temperatuur blijft wel goed, maar de regenbuien nemen toe. Als we bij Dodo zijn, blijven we aan boord en de volgende dag varen we naar Kuchelau, net boven Wenen. We krijgen een ligplaats tegenover de jachthaven en Ad en Daan kunnen snel hun bootje laten zakken en bieden aan de anderen over te varen.

Daan was op de heenweg in Wenen naar de dokter gegaan, want het zat helemaal niet lekker met zijn keel, stem enz. Nu gaat hij terug naar dezelfde arts, om te zien of er meer duidelijkheid te krijgen is. Na veel foto’s en uitzoekerij, zoals hij zelf schetst, ziet het ernaar uit, dat hij in Nederland wel direct naar zijn behandelend arts moet. Hij wil echter graag bij het clubje blijven en wil niet als een speer naar Nederland of zo. We varen dus gezamenlijk verder naar Krems, waar we de volgende dag met een modern boemeltje langs de Donau naar Dürnstein en Spitz reizen, waar we, zelfs na onze bezoeken aan zoveel mooie steden, weer versteld staan van de bijzonder fraaie barokke Stiftkerk. We zien de riverstand snel stijgen, nu het zoveel regent en we in het stroomgebied zitten, waar de Inn haar water loost uit de Alpen.

Met moeite bereiken we Marbach en proberen de volgende dag een sluis verder te komen. Net onder de sluis, we lopen nog vijf kilometer per uur, horen we Daan zeggen, dat zijn motor gestopt is, oververhit. De Kaaiman is snel ter plekke en met veel moeite nemen ze de Sandria opzij en komen tegen stroom naar de sluismuur. We maken snel een plan om daar weg te komen, want de sluismeester wil en kan ons niet meer schutten. Uiteindelijk is terug naar Marbach de enige optie. En dat gaat snel genoeg. Nu neemt de Impala de Sandria opzij en levert haar aan het vertrouwde steigertje af. Wij maken allemaal zo goed mogelijk vast en zijn onder de indruk van het snelstromende water. De Donau is al gauw officieël gestremd, ook voor de beroepsvaart en de sluizen staan open om zoveel mogelijk te lozen. De stroom turbines zijn uitgeschakeld, want ze zouden op hol slaan. Als we de volgende dag het dorpje inlopen, zien we militairen en middenstanders aan het werk om de benedenverdiepingen van de panden, die aan de oever liggen, leeg te maken. Het is een drukte van jewelste. Wij zijn eigenlijk heel goed af, met onze drijvende villa’s… In totaal zullen we acht dagen in Marbach opgesloten liggen voor het hoge water. We hebben ons steeds veilig gevoeld, hoewel we er ‘s nachts wel eens uitgingen, om te kijken, of het water niet over het dijkje kwam. Gelukkig is dat niet gebeurd, want met veel stroom onder het schip gaan de schroeven draaien en dat is niet de bedoeling.

We gebruikten de dagen in Marbach goed door uitstapjes met een huurbusje te maken en een wandeltocht of fietstocht. We bezochten het mooie plaatsje Grein aan de Strudengau (gebergte) concentratiekamp Mauthausen, drie stadjes aan de rechteroever, waar we de enorme massa’s water naar beneden zagen komen. Geen wonder dat de rivier in zo’n periode alleen voor de vele boomstammen en takken bestemd is. Iedere ochtend was Peter zijn eerste werk, om de waterhoogten voor ons gebied en dat erboven, te downloaden, zodat we wisten, wat er te verwachten was.

Donderdag 2 juli is het dan zover, al voor zes uur zijn we los en zwaait de familie Engel ons uit. Nu kunnen we eindelijk in Persenbeug schutten en varen we redelijk vlot naar Enns, om nog maar even wat bij te tanken, diezelfde avond liggen we weer aan het bekende steiger in Linz. De volgende dag varen we twaalf kilometer per uur, niet gek. We wanen ons in een paradijs, zo mooi is het hier. Het voordeel van tegenstroom varen wordt een ieder nu duidelijk, want op de heenweg, met zoveel stroom op de kont, heb je veel minder tijd om om je heen te kijken. De eerste poging om een wandeling te maken mislukt, want er komt een langdurige zware onweersbui, na de maaltijd is het echter heerlijk. We volgen een pad, kort langs de kronkelende rivier, waar schepen tussen de mistflarden doorvaren, een mystieke sfeer hangt er.

Als we de volgende dag richting Passau varen, is er geen wolkje aan de lucht, die komen pas na 16.00 uur, alsof het afgesproken is. Wij liggen steeds op tijd vast, gelukkig maar. Ook nu in de industriehaven van Passau. We krijgen bezoek van de Wasserschutz, maar ze zijn niet al te streng en we mogen blijven liggen. Vervolgens varen we weer naar Deggendorf, gelukkig een niet al te lange dag. We maken af en toe dagen van negen à tien uur. De enige reden is een goede of bekende ligplaats, hier heeft ook niemand moeite mee. In Regensburg is het zonnetje er weer en kunnen we op het achterdek mijn verjaardag vieren met familie, die er toevallig ook ligt. De volgende dag bezoeken we de mooie binnenstad nog maar eens, maar nu de bovenstad. Hier blijken betere winkels te zijn en prachtig gerestaureerde panden, terwijl de benedenstad toeristisch is en daar ruikt het behoorlijk naar gegrillde Weisswurst.

We varen verder door naar Saal en dan het MDK op, natuurlijk Berching, Nürnberg, Bamberg, Schweinfurt, Kitzingen, Lohr en Miltenberg, dan Aschaffenburg om uit te monden in de Rijn met een bezoek aan Schierstein. Aldaar een flinke poetsbeurt, want de Donaukalk heeft een heuse witte snor op de koppen van de schepen achtergelaten. Via Oberwinter, Keulen, Düsseldorf en Bijland komen we op onze eindbestemming in Zaltbommel, waar we ons slotdiner houden in restaurant ‘La Provence’.

Tijdens de bijeenkomst van de Toertochtleiders werd mij gevraagd, een verslagje te schrijven voor het clubblad, waar ik graag gehoor aan gaf. Helaas gaat het te ver, om verslag te doen van de diverse bouwstijlen met de moorse invloeden, die de hele reis langs alle rivieren en landen zo bijzonder maakt of van de prachtige vergezichten en doorkijkjes, kleine dorpjes, zwaaiende mensen, de bloemen en bomen in de omgeving van de sluizen, noem maar op. Wat ons allen opviel, waren de opgeruimde en schone oevers en kaden, de erven rond de huizen, alles even verzorgd en schoon.

Van alle verslagen, die tijdens de reis gemaakt zijn, ook door Ad S. en Ad de Wit, heb ik getracht een zo exact mogelijke weergave te maken in een eindverslag, dat de deelnemers van de tocht inmiddels in hun bezit hebben. Uit de 1200 foto’s maakten wij een kleine selectie, die in dat verslag zijn opgenomen. Bovendien maakte Peter een presentatie van een klein uur, waarbij gegevens en impressies aan bod komen. Want, ‘hoe mooi het was’, moet je toch zien. En nog beter is het, om vier maanden uit te trekken en met twee schepen deze tocht te maken. De mogelijkheden voor overnachtingsadressen verdubbelen op het moment, dat je voor anker kunt gaan, zoals wij deden in 2006. Het aan wal gaan kan dan meestal niet gezamenlijk.

Reacties zijn gesloten.