Van Rome naar Split

In maart 2009 gaat de telefoon bij Diederik Glasz. Het is Anton van den Bos, de directeur van Neptune Marine Shipbuilding BV te Aalst. Of hij zin heeft om een Elling E4 over te varen van Rome naar Split? Daar vindt later die maand de Croatia Boatshow plaats en daar kan een Elling E4 natuurlijk niet ontbreken. Het is allemaal bijzonder kort dag, het vliegtuig heeft bij wijze van spreken de motoren al gestart. Maar dat is geen probleem voor Glasz. Na amper tien minuten bedenktijd en wat telefoontjes om de agenda leeg te maken, belt hij Van den Bos terug. ‘Het lijkt me leuk.’ Op een vroege vrijdagochtend gaat het tweetal op pad. ‘Opstapper’ en KNMC’er Diederik Glasz verhaalt.

‘We vliegen deze vrijdag ochtend om 07.00 uur vanaf Rotterdam en zijn dinsdag, uiterlijk woensdag weer terug. Een kwestie van handbagage, de rest kopen we daar wel. Vrijdagochtend klokslag 04.30 uur staat Anton met zijn VW Passat met slechts 495.000 kilometer op de teller voor de deur, de reis kan beginnen. Rotterdam een fijne kleine luchthaven, alles gaat soepel en het vliegtuig vertrekt op tijd. Twee uur en 40 minuten later landen we in Rome. Met de taxi naar de haven van de Italiaanse dealer Yankee Yachts in San Marinella, we zijn er met een half uurtje. De Litouwse assistente van de dealer ontvangt ons en met haar Lancia Ypsilon (ze wenst ons sterkte, dat zullen we met haar rijstijl nodig hebben) eerst op naar de supermarkt voor biefstuk, doperwten, wijn en wat een mens nog meer nodig kan hebben voor zo’n reisje. Bepakt terug naar de boot en over de loopplank alles aan boord.

Het is een Elling E4 met Volvo 435 pk common rail en hulpmotor Volvo 40 pk met extra 100 liter tank, Raymarine apparatuur uit de E-serie met radar/plotter en overlay, de marifoon ontbreekt, gelukkig heb ik mijn handmarifoon bij me voor het geval dat. We tanken de boot vol. Checken of de kaarten in de plotter zitten en nemen afscheid van onze Litouwse, de dealer zou eerst na veertig minuten arriveren, maar gezien de tocht die we voor boeg hebben kan Anton daar niet op wachten en we varen uit. De bedoeling is de Straat van Messina aan te varen en daar dan morgen in de loop van de dag aan te komen. Het is 250 mijl en met een snelheid van twaalf knopen moet dit mogelijk zijn. Echter nadat we zijn uitgevaren en richting zuiden sturen blijkt dat door forse aangroei aan de onderzijde (de Middellandse Zee staat hier bekend om) we niet harder gaan dan tien tot elf knopen, dus dat wordt zo niets. Bijkomend probleem daarbij is dat het brandstofverbruik dermate oploopt dat dit geen optie kan zijn.

Wat nu? Dan maar langzamer en proberen de Straat in de ochtend van de daaropvolgende dag te bereiken. Dit lijkt een goed plan. Eerst maar eens wat eten en na enig gerommel komt Anton (de kok) weer boven en vraagt of ik lucifers heb. Deze boot is op verzoek voorzien van gas en hij rookt niet. Maar ja, ik ook niet, wat nu. Ik stel voor de biefstukken te grillen en de doperwten in de magnetron te doen. Dit lijkt een goed plan, maar Anton gaat het nog wat verbeteren, want als je keukenpapier tegen een grill aanhoudt brandt het. En met dat vuur kun je dan weer het gasfornuis aansteken, dus probleem opgelost toch? Heerlijk gegeten en om 19.00 uur vertrekt Anton naar zijn hut voor de eerste drie uur slaap en ik stuur de Elling de nacht in. Het weer is redelijk, wel koud maar het waait niet al te hard. Maar hoe verder we uit de kust komen, hoe harder het gaat waaien en hoe hoger de zee zich opbouw. Ik begin hier al wat weeïg van te worden, maar houd mijzelf voor dat ik me niet aan moet stellen. Het is tenslotte een boot.

De wind neemt toe tot een kracht acht en de golven gaan naar een meter of drie toe. Het is mijn beurt om te gaan slapen. Ik worstel mij naar mijn vorstelijk verblijf met een slaapkamer als balzaal en badkamer/douche/bidet en suite. Al met al niet verkeerd, ware het niet dat er niets meer stilstaat, alles beweegt en is bepaald niet comfortabel meer te noemen. Ik besluit te gaan slapen en hoop dat ik me weer wat beter voel zodra het over drie uur weer mijn stuurbeurt is. Toch nog een beetje geslapen en ik meld mij weer bij het stuur. Het weer blijft slecht. Ik klauter achter de stuurstand en wordt steeds misselijker en vraag Anton toch maar even een emmer stand bye te houden voor het geval dat. De emmer is mij nog niet leeg aangereikt of hij is alweer vol. Toch knapt een mens op van zo’n actie en we vervolgen de tocht, Anton in bed en ik sturend met een emmer tussen de benen. In de nacht hebben we besloten om niet tussen twee eilanden door te sturen, maar de koers naar Messina aan te houden.

De volgende dag komt en het weer blijft ons tegenzitten. We besluiten toch maar dichter onder de kust te gaan varen. Dit kost ons wel zestig mijl extra, het is even niet anders. Er volgen gebakken eieren voor Anton en wat koekjes voor mijzelf. Gaande deze zaterdag komen wij tot de ontdekking dat dingen toch anders gaan lopen dan gepland. We besluiten voor donker (19.00 uur) een haven aan te lopen om te tanken, te eten en te slapen en dan zondagochtend weer vroeg op te staan. Het wordt het plaatsje Cetraro. De havenmeester, annex pomphouder, annex restauranteigenaar wacht ons op bij de steiger, regelt de diesel en vraagt of we komen eten. Het is een visrestaurant, dus ik zie het alweer met angst en beven tegemoet. Maar goed, we zien wel wat het wordt.

In het restaurant is het hartstikke koud. Geen nood, de eigenaar plaatst een straalkachel onder (!) onze tafel en alles is weer in orde vindt hij. Of we een voorgerecht willen, dat willen we niet dus dat krijgen we toch. Of ik vis wil, dat wil ik niet dus dat krijg ik ook niet. Hij komt binnen met een verse dorade en vindt dat deze voor Anton bestemd is. Hij vraagt mij of ik anders spaghetti of pizza wil? Ik heb hem uitgelegd dat ik daar niet gek op ben en uiteindelijk vraagt hij of ik een biefstukkie lust en dat lijkt mij wel wat. Dus krijg ik een karbonade. Al met al na een flesje wijn en een kop koffie (zestig euro, echt wel duur) keren wij huiswaarts, voor een korte maar goede nachtrust.’

In maart 2009 gaat de telefoon bij Diederik Glasz. Het is Anton van den Bos, de directeur van Neptune Marine Shipbuilding BV te Aalst. Of hij zin heeft om een Elling E4 over te varen van Rome naar Split? Daar vindt later die maand de Croatia Boatshow plaats en daar kan een Elling E4 natuurlijk niet ontbreken. Het is allemaal bijzonder kort dag, het vliegtuig heeft bij wijze van spreken de motoren al gestart. Maar dat is geen probleem voor Glasz. Na amper tien minuten bedenktijd en wat telefoontjes om de agenda leeg te maken, belt hij Van den Bos terug. ‘Het lijkt me leuk.’ Het tweetal heeft inmiddels het havenplaatsje Cetraro bereikt. ‘Opstapper’ en KNMC’er Diederik Glasz vertelt.

‘Het is zondagochtend 5.00 uur en we varen weer. De weersomstandigheden vallen niet tegen. Wel harde wind maar de richting is goed. We blijven onder de kust, het is goed te doen. De gebakken eieren vliegen weer door de keuken en de stuurhut, maar vullen wel. Tegen 14.00 uur gaan we door de straat van Messina. De eerste 250 mijl zitten erop – nog maar 500 mijl te gaan. Het is een druk stukje vaarwater. De coasters en veerboten komen van alle kanten, maar zodra ze onze KNMC-vlag zien, krijgen we alle ruimte. En zo hoort het ook. In het zuiden van Italië wordt het steeds rustiger en we besluiten de nacht door te varen naar de hak dus over de Golf Di Taranto. Daarna zien we wel weer. De nacht valt, ik stuur weer de nacht in en we lopen onze wacht (drie uur op, drie uur af). Nog een enkele coaster op aanvaring, maar zodra je weet dat groen op groen en rood op rood goed komt, lukt het steeds beter om geen bijna-ongelukken te maken.

Naarmate we meer op groot water komen, begint de wind weer fors aan te wakkeren naar een kracht acht tot negen, met hoge tot zeer hoge golven van vier tot zes meter. Al met al niet comfortabel. Maar het schip doet het fantastisch en geeft geen krimp. Het ligt meer aan de bemanning. In de nacht, rond een uurtje of vier, beland ik tegen de zijwand van de hut en kom uiteindelijk op de vloer terecht. Ik hoor ook geen motor meer. Wat is er aan de hand? De Elling is compleet plat gegaan (ongeveer 100 graden) en als gevolg hiervan is de oliedruk weggevallen en heeft Anton de motor uitgezet. Gelukkig is er nog een reservemotor aanwezig, deze start direct, ook al omdat we die motor met wegvaren gelukkig hebben gecontroleerd – de accu bleek leeg!

We gaan met een snelheid van drie tot vier knopen verder. De dag breekt aan en de situatie is niet echt lekker. De hoofdmotor uit en de hulpmotor geeft niet genoeg snelheid. We besluiten om terug te gaan en in Crotone te tanken, olie bij te vullen (hadden we niet bij ons) en daarna tegen vier uur weer uit te varen. Onze grib files gaven afnemende wind aan vandaar. Zo gezegd, zo gedaan. Het is nog zeven uur varen maar we komen aan. Een leuk plaatsje met terrasjes, je kunt zien dat het hier ‘s zomers gebeurt, nu niet. Toch nog wat marsen kunnen kopen en een heerlijke prosecco met chips gehad op een terras, een mens moet tenslotte ook goed eten toch? De plaatselijke groenteboer zorgt nog voor brood, bananen en aardbeien en met een volle tank en oliedrukrijke hoofdmotor vertrekken we weer.

De wind lijkt inderdaad af te nemen en het wordt tijd voor biefstuk met doperwten. De nacht komt er weer aan en we vervallen in onze routine, van drie uur op, drie uur af. Het wordt een min of meer rustige tocht en tegen de ochtend bereiken we Bari. Er wordt besloten om vanaf hier rechtstreeks over te steken naar Split. Het is een heel eind, maar als we rustig varen komen we daar woensdagochtend tegen zeven uur aan en kunnen we om 14.30 uur terug vliegen. De grib files geven onrust er komt weer zwaar weer aan. Nu nog niet maar vannacht wel. We besluiten maar vroeg te borrelen dan hebben we dat maar vast gehad. We zien een dolfijn met de boot spelen en een rustige zeeschildpad kijkt ons halverwege verwijtend aan. De avond nadert, de wind trekt aan en het wordt weer tijd voor biefstuk met doperwten. Inmiddels is de boot verandert in een complete chaos. Door de storm(en) en hoge golven zijn rauwe eieren een eigen leven gaan leiden, de gaspitten onder de wasmachine verdwenen en de keukenvloer is veranderd in een ijsbaan. Echt glad en weinig comfortabel. Daarbij komt nog dat de Flojet pomp ook heeft besloten om ermee op te houden. Dus douchen en afwassen lukt ook niet meer. De toiletten spoelen we met zeewater, dat is er nog voldoende.

De biefstuk met doperwten zijn weer heerlijk, wat kan die Anton toch koken! Tot een hoge golf alle doperwten op de grond doet belanden. We hebben er maar hartelijk om gelachen en de zaak weer zo goed en zo kwaad als kon opgeruimd. De nacht valt en ik heb weer de eerste dienst. Halverwege de Adriatische Zee komt er een bootje redelijk dicht naast mij varen, geen boordlichten, geen radarbeeld. Als ik harder ga doet hij het ook, ga ik weer langzamer, hij ook langzamer. Niet fijn! Ik besluit Anton wakker te maken, hij vertrouwt het ook niet. We voeren de snelheid op, het bootje verdwijnt uiteindelijk om even later met een ander bootje terug te keren. Eén links achter ons en één rechts achter ons en we voelen ons steeds ongemakkelijker. Gelukkig (!) wordt het weer steeds slechter, we voeren de snelheid nog wat op en de afstand wordt nu toch snel groter: probleem geloosd. We zullen nooit weten wie dat nu waren. Kapers, bootvluchtelingen?

Ondertussen verslechtert het weer snel. De wind loopt op naar kracht acht met uitschieters. Het regent pijpenstelen en we moeten nog een heel eind. Geen fijne nacht. De boot gaat flink tekeer. Anton probeert wat in de stuurstoel te slapen, ik kan in mijn bed niet blijven liggen, het beweegt teveel. Ik ga in de stuurhut op de bank liggen, de moed zakt een beetje in de schoenen. Zoveel dagen zoveel slecht weer, het wordt een beetje veel. Midden in de nacht nog een tanker op aanvaringskoers, gelukkig weet Anton er weer raad mee. En groen op groen blijft goed. Tegen de ochtend gaat Anton slapen en komen we onder de Kroatische kust. Het weer wordt iets beter, de zon komt op we varen tussen idyllische eilanden door. Nog een klein stukje hobbelige zee en we zien Split liggen. Zouden we het dan toch gaan halen? Om 07.00 uur varen we Split binnen. Eerst op advies, even melden bij de douane voor een tijdelijke import vergunning. Wat een gedoe! Vier mensen zijn met ons bezig, iedereen bemoeit zich ermee en twee uur en een douane inspectie later verlaat ik met een slecht gehumeurde Anton (zeshonderd euro lichter, en waarschijnlijk onnodig) het gebouw. We varen naar de jachthaven waar de hulp van de Kroatische importeur ons opvangt, nog even met zo’n kloterige mooringlijn (wie dat heeft verzonnen moeten ze gevangen zetten) aanleggen en de klus is weer geklaard. Nog een dodemansrit door Split en we komen op tijd aan op het vliegveld. Via Frankfurt naar Amsterdam, dan nog even een taxi naar Rotterdam en ook de VW Passat kan weer huiswaarts keren.

Wat hebben we geleerd?

Dat de Elling een geweldige boot is.
Dat Anton kan koken, maar niet kan afwassen.
Dat het van Rome naar Split 750 nautische mijlen is.
Dat de helft van de tijd je telefoon niet werkt omdat je op volle zee zit, dit geldt ook voor de internet aansluiting.
Dat het leven van een werfeigenaar ook niet gemakkelijk is.
Dat je het best met Anton een weekje op zo’n boot kunt uithouden.

Anton bedankt voor de ervaring!

Opstapper: Diederik Glasz

Reacties zijn gesloten.