‘Team Quattro’ ontdekt de schoonheid van België

Vier KNMC-schepen beginnen op 1 juni aan een reis van drie weken, van Heusden, via Maastricht naar Antwerpen. De Anneman van Anne en Manfred Pril, Le Voila van Paula en Jan Kip, de Leomare van Jenny en Jan de Wit en de Saphire van Elly en Gerard van der List doen dat als ‘Team Quattro’. Gerard van der List praat de leden van de KNMC in dit en het volgende Clubblad van het begin tot het eind bij. In dit deel voert de vaart naar Huy…

In ons KNMC-Clubblad wordt van alle geplande Toertochten verslag gedaan, en dat is voor veel leden zeker een aanleiding om zich af te vragen, of zij daar zelf ook aan zouden willen/kunnen deelnemen. Het is echter ook leuk, om met een wat kleinere groep op stap te gaan, als men een tocht met veel schepen een keertje niet zo ziet zitten. Maar hoe kom je dan aan de juiste partners om mee te varen?

Vaak komt dit dan tot stand uit de contacten die men legt tijdens KNMC-Toertochten, de Consulavonden en/of de feesten die door de KNMC worden georganiseerd. In ons geval hebben wij elkaar voor het eerst ontmoet tijdens de Nieuwe Ledentocht van 2006 en is het idee verder vormgegeven op het Sluitingsdiner van het seizoen 2007 en de Nieuwjaarsreceptie van 2008, in Woudrichem.

Speciaal
Eenmaal enthousiast gemaakt, wordt het idee gekneed en gevormd en wordt gaandeweg besloten om met vier schepen drie tot vier weken richting België te varen. Het voorbereiden en uitzetten van een tocht, is al iets speciaals. Nu zeker, omdat drie van de vier schepen weinig ervaring meebrengen en nog niet eerder in België zijn geweest. Alles is dan dus nieuw, en in ons geval wordt er dan ook, tijdens de voorbesprekingen, driftig geschoven binnen de route en worden de te bezoeken steden (aanvankelijk zijn het er veel te veel), alsmede de richting van de tocht, meermaals aangepast. Daarbij hebben we ons door het bestuderen van de kaarten en de bestaande computerprogramma’s zoals Navigo, ingewerkt om er iets leuks van te maken. Omdat we het op deze manier hebben aangepakt, is er in de aanloop naar de tocht al een goede sfeer, daar een ieder zijn wensen in de tocht kan terugvinden en ook beginnen we elkaar tijdens die voorbereiding al een beetje te kennen. Uiteindelijk is het op zondag 1 juni dan zover en verzamelen wij in het mooie stadje Heusden, om aan onze tocht te beginnen. Tijdens het eerste palaver wordt de oproepnaam ‘Team Quattro’ gekozen voor de communicatie op kanaal 72 en 77.

Omdat we hooguit zo’n vier à vijf uur per dag willen varen kan het wel een dag of vijf gaan duren voordat we in Maastricht arriveren. Maar dat is niet erg. Het is immers echt geen straf om over de Maas naar het zuiden te varen. De oevers zijn dan al prachtig groen en veel dorpjes en doorkijkjes maken het varen daar dan tot iets bijzonders. Via Maasbommel (de eerste overnachting) en de sluizen van Grave en Sambeek, komen we aan op het Leukermeer. Dit is een mooi natuurgebied waarmee men voor de toekomst nog veel plannen heeft. Let op: voor de wat grotere schepen is de passantensteiger wat aan de kleine kant, zeker bij harde wind. De volgende dag varen we richting Venlo langs het historische plaatsje Arcen – jawel met de bierbrouwerij – en de aspergevelden. Omdat het weer langzaam wat mooier is geworden, en de WSV de Maas fietsen beschikbaar heeft, kunnen we een fietstocht naar Venlo inlassen en een bezoek aan de oude stad brengen. Ook een bezoek aan Roermond met haar prachtige oude binnenstad is zeker de moeite waard. Een extra rustdag geeft ons die mogelijkheid. En ja, het is al eerder gemeld, de Maas is in dit gebied bijzonder mooi en een lust om over te varen.

Maastricht
Maastricht is het eindpunt van de eerste week waar we een aantal dagen zullen blijven. Wij kunnen met onze vier schepen afmeren in ‘t Bassin, omdat de havenmeester ons met een aanpassing van het waterniveau behulpzaam is. Prettig, de haven ligt praktisch in het centrum van de stad en alles is prima bereikbaar. Verstandig is het om dit alles vooraf met de havenmeester te bespreken. Twee leden van ons team hebben onverwacht verplichtingen en even een time-out nodig. De andere twee bezoeken de stad en de vele bezienswaardigheden. Het Vrijthof, de Maasbruggen, het Onze Lieve Vrouwenplein – mooi. Ook aanraders: de stadswandeling, de nieuwe boulevard met de vele uitspanningen die dan weer overgaat in de Stokstraat en het nieuwe winkelcentrum. Kortom; genoeg keuze, wat ook zeker het geval is met de restaurants – zowel in ‘t Bassin als elders in de stad .

Paula en Jan die in dit weekend de bruiloft van hun zoon vieren, alsmede een babyshow, missen al dit moois van Maastricht. Maar volgens een quote van Jan, moet dit weekend voor hen toch wel erg goed zijn geweest. De quote: ‘Gisteren is geschiedenis, morgen is een raadsel, vandaag is een geschenk.’ Zo hebben zij hun feestelijke weekend ervaren, en wij allen de eerste week van onze tocht. Op maandag 9 juni, via de grote sluis bij Lanaken met een hoogteverschil van zo’n veertien meter naar Luik. De sluis is voor iedereen die dat nog niet eerder deed, best een ervaring. Langs het enorme standbeeld van Koning Albert op de kruising van de Meuse en het Leopoldkanaal, naar de nieuwe haven van Luik, die eveneens tegen het centrum aanligt. In België is men bezig om op meerdere plaatsen nieuwe sporthavens aan te leggen, waardoor een rondje België aangenamer wordt. De haven van Luik is hier een mooi voorbeeld van. Informatie hierover is verkrijgbaar bij: Le tourisme fluvial: www.opvn.be. Tijdens onze stadwandeling door Luik is goed merkbaar dat de sombere vieze stad van vroeger, is omgetoverd in een stad met een moderne winkelpromenade en mooie boulevards, maar waar de oude kathedraal zeker ook een bezoek waard blijft. ‘s Avonds hebben we genoten van de eerste WK voetbalwedstrijd tegen Italië, 3 – 1. Goed hè!

De route tussen Luik en Huy gaat door een oud industrieel gebied waar staal- en cementfabrieken de omgeving al meer dan een eeuw bepalen. Er wordt geprobeerd om dit gebied nieuw leven in te blazen, maar gemakkelijk zal dat niet zijn. De haven van Huy is onderdeel van de genoemde nieuwe reeks havens en het is er goed toeven. Een bezoek aan de citadel en de oude stad is via een wandelpad goed te doen.

Zoals een bezoek aan de Citadel en de oude stad van Huy via een wandelpad uitstekend te doen is, is ook Namen goed toegankelijk en zéér de moeite waard. Een oude Middeleeuwse stad, op de kruising van de Sambre en de Meuse. Helaas is het weer nu omgeslagen en door de vele regen valt een bezoek aan de enorme vesting en de oude stad min of meer in het water. Gelukkig is het weer twee dagen later wel mooi en bezoeken we op de terugweg van Dinant deze plaatsen alsnog.

Bij het binnenvaren van de haven in Namen moet men om problemen te voorkomen goed oppassen op de sterke zij-stroming. Op de terugweg hebben we voor een ligplaats gekozen aan de overzijde van de haven en daar liggen we ook prima. Van Namen naar Dinant is een mooie tocht door de ‘hautes Ardennes’. Prachtige Patriciërshuizen en kleine kastelen, uit de rijke Waalse periode, geven de Maas daar allure. In de zes sluizen, waar we met de vier schepen steeds goed kunnen schutten, moeten we wel oppassen met de lijnen vanwege de grote watersnelheden en het snelle verval. Naarmate de tocht vordert krijgen we er meer handigheid mee, maar dat geldt voor meer dingen.

Dinant
Dinant is een bezoek waard en ook een stadwandeling is aan te bevelen. Het is een bekende plaats in de Ardennen die ook door veel Nederlanders in de zomer wordt bezocht. Wij hebben er onze tweede WK-wedstrijd gevolgd tegen Frankrijk en dit wordt ook een feest met een uitslag van 4-1. Onze schepen kleuren steeeds meer oranje. In Dinant besluiten we om niet verder te varen naar Givet, omdat we wat achterop zijn geraakt op ons schema, en omdat er aan het einde van de tocht onverwacht wat verplichtingen opgedoken zijn. Omdat bij het hellend vlak van Ronquieres wel eens lange wachttijden ontstaan, is het risico ons te groot. Terug dus naar Namen,waar we op onze tweede zonnige dag dus wel de bezoeken kunnen brengen aan de interessante plaatsen van de stad. De volgende dag de officiële papieren regelen in één van de sluizen – je gelooft niet dat dat heden nog met een oude schrijfmachine kan! – en via de Sambre richting Charleroi.

In het eerste deel na Namen is het mooi varen in de Sambre, maar naar gelang Charleroi dichterbij komt, wordt het ons duidelijk hoe er in Wallonië zo’n 50 jaar geleden is gewerkt en geleefd, nog daargelaten hoe het er veel vroeger moet zijn geweest. Het is zeker niet het mooiste deel van onze tocht, maar interessant is het wel. Overigens is het in dit deel van België niet eenvoudig om een jachthaven te vinden: ze zijn er gewoon niet! Maar wie goed oplet kan best nog een plaats ter overnachting vinden, wij doen dat in Marchienne au Pont.

Maandag – in week drie – gaan we op weg naar Ittre. We weten niet of we het halen, of dat we met de gevreesde wachttijden bij de helling van Ronquieres te maken zullen krijgen. Na zo’n vier sluizen die met drijvende bolders zijn uitgevoerd, een systeem wat wij in ons land niet kennen, zien we in de verte de grote uitkijktoren van Ronquieres en tot onze verbazing kunnen we doorvaren tot de entree van de bak, die ons drie kwartier later omlaag zal brengen.

Wij hebben nog voldoende tijd om de constructie van het hellend vlak te bekijken en ook de wijze van aandrijving en afdichting van de deuren. De toren, met een expositieruimte, die hoog boven het landschap een mooi uitzicht garandeert, kunnen we helaas niet meer bezoeken. Onze vrees voor de mogelijk lange wachttijden blijkt ongegrond, maar bij navraag verzekert men ons dat het toch vaak voorkomt. Al met al een heel speciale ervaring met een schepenlift die uniek is en die in een tijd gepland en gebouwd is die lang achter ons ligt. Het is een waar kunstwerk en een bijzondere ervaring.

Lange dag
Ittre is dan nog maar een half uur varen, de haven ligt net voor de sluis, is mooi aangelegd, en heeft alle faciliteiten. Maar helaas men heeft er financiële problemen en dus werkt er niets. De mooie ligging en de natuur rondom ons, maken alles weer goed. Het is een oase van rust. In tegenstelling tot de vorige dag, is de tocht naar Brussel een moeizame. Het kanaal naar Brussel is eentonig en er zijn zeven sluizen waar lang gewacht moet worden vanwege de beroepsvaart. Het wordt een lange dag en voor de laatste sluis bij Molenbeek, een stadsdeel van Brussel waar de (louche) autohandel welig tiert, moeten we nog eens een uur wachten, voordat we naar de jachthaven van Brussel kunnen doorvaren. Hoewel deze haven het predikaat koninklijk heeft, is er weinig koninklijks aan. Het is een haven de metropool Brussel onwaardig.

De laatste etappe van onze tocht begint in Brussel en gaat richting Antwerpen. Bij de spoorbrug na ongeveer drie uur varen, kunnen de twee eerste schepen doorvaren, waarna het licht op rood gaat en de brug omlaag. De twee laatste schepen stoppen en leggen aan, aan de kant. De twee schepen wachten enige tijd maar bij de spoorbrug gebeurt verder niets. Een van de schippers komt na enige tijd op het idee om de brughoogte te controleren… En jawel! We kunnen er gewoon onderdoor. Niet zo bijdehand denken we later in stilte. We zijn toch snel een uur achterop geraakt. We zijn deze dag kennelijk toch minder in vorm, want even later kiezen we voor de grote zeesluis van Wintham – waar de sluismeester ons echter vriendelijkerwijze terug verwijst naar de kleine sluis van Klein Willebroek. Ondanks deze omweg, moet worden vermeld dat Klein Willebroek een prachtig pittoresk plaatsje is en zeker een alternatief voor een overnachting tussen Brussel en Antwerpen, want het heeft ook een passantenhaven.

Door deze vertragingen, gaat het er om spannen of wij de Royersluizen bij Antwerpen wel op tijd zullen bereiken. Met wat extra gas op de Schelde gaat dat en moeten wij op verzoek van de sluismeester zelfs nog een klein uurtje blijven dobberen op de Schelde, alvorens te mogen schutten. Deze sluis wordt tot de nok toe gevuld met schepen – wij zijn de laatste ploeg die er in mag. Even later kunnen we na passage van twee bruggen aanmeren in het Willemdok. Een groter verschil dan tussen de jachthavens van Brussel en Antwerpen is nauwelijks denkbaar. De beide havenmeesters waren van grote klasse en de haven is op alle fronten top. Let wel op dat in de Haven van Antwerpen een FD/nummer nodig is. Het is verstandig om dat vooraf via e/mail aan te vragen om veel administratief gedoe te voorkomen.

Top
Top is ook de stad Antwerpen. We liggen op een steenworp afstand van het centrum en hebben twee dagen lang de stad intensief bezocht. De Middeleeuwse gebouwen, de pleinen, de kerken en kathedralen, kortom de gehele stad is een openbaring en een waardige afsluiting van de tocht van het ‘Team Quattro’.

Het zijn dus drie mooie weken geweest, waar we met veel plezier op terug kunnen kijken en waar we zonder uitzondering veel van elkaar hebben geleerd. Het nodigt zeker uit tot verdere avonturen in de komende jaren!

Reacties zijn gesloten.