Sluitingsdiner KNMC

Kasteel en KNMC, een ideale combinatie

’Show me the way to go home’. Het in 1925 door Irving King (eigenlijk James Campbell en Reginald Connelly) geschreven slotlied van troubadour Eduard Hagenstein wordt deze zaterdagavond op Kasteel Doorwerth uit volle keel meegezongen. Maar niet omdat het honderdkoppige gezelschap rond de klok van kwart over elf, half twaalf nu echt als één man (of vrouw) achter die tekst staat. In tegendeel zelfs. Want daarvoor is het Sluitingsdiner van 2013 veel te aardig en te gezellig geweest.

De door de Commissie Evenementen gekozen locatie mag er dan ook werkelijk helemaal zijn. Op voorhand kan je je als eenvoudige KNMC’er al enorm verheugen op een feestelijke avond in een kasteel. En als dat kasteel dan in de praktijk ook nog eens alles biedt wat een mens vooraf van zo’n burcht mag verwachten, tja, dan is het gewoon goed. En dat is het dan ook op Kasteel Doorwerth. Het Kasteelcafé De Zalmen bijvoorbeeld. Het is de verslaggever van dienst niet precies duidelijk geworden waar deze ruimte in voorgaande eeuwen nog meer voor heeft gediend. Maar het is wel een hele mooie plek om precies honderd KNMC-leden en partners sfeervol te ontvangen. Een plaats ook waar volop kan worden bijgepraat. En dat gebeurt dan ook meer dan geanimeerd.

Het voormalige Koetshuis van het kasteel is de volgende halte. De al gememoreerde troubadour van dienst – voor deze gelegenheid in historische kledij gestoken – voert het KNMC-konvooi al spelend over de sfeervolle binnenplaats. Een speciaal gezicht. Ook in het oude Koetshuis worden de deelnemers aan het Sluitingsdiner vervolgens niet teleurgesteld. Ja, misschien is het niet ideaal dat vier tafels op een wat hoger liggende verdieping zijn gedekt. Maar het verhaal dat ’opperhoofd organisatie’ Ad Smaal eraan verbindt, doet een ieder op voorhand al glimlachen. Er zijn, zo laat Smaal weten, altijd wel mensen die na afloop van een feestje klagen dat de muziek te hard stond om lekker te kunnen praten. Welnu met dat probleem is nu op voorhand afgerekend. Die mensen kunnen direct ’naar boven’, horen er op die eerste verdieping toch bij (want een gewone trap en meer dan voldoende ramen) en kunnen ook gewoon doorpraten als de muziek zijn best doet.

Nu is dat – zo weten de meeste KNMC’ers al lang voordat ze naar Doorwerth afreizen – met die al eerder genoemde troubadour Hagenstein toch geen punt. De man weet al decennia lang hoe hij een zaal tijdens een Diner Dansant moet bespelen en bewijst dat ook in dat Koetshuis maar weer. Rustig als het moet, iets drukker wanneer dat kan en voluit wanneer de stemming daarnaar is. Hij heeft ook een repertoire dat zich daar uitstekend voor leent. Wat de troubadour uit Dordrecht zoal zingt en speelt? Misschien is het beste antwoord wel: alles wat lekker in het gehoor ligt. Om een klein voorbeeld te geven: in Doorwerth combineert hij Wim Sonneveld (Het Dorp) en Pat Boone (’Loveletters in the Sand’) zo natuurlijk dat iedereen het normaal vindt. Zoals hij later ook ’We’ll meet again’ en dat al eerder gememoreerde ’Show me the way to go home’ bij elkaar ’plakt’. Maar dat is dan weer een heel stuk logischer…

Een mooie, historische ambiance. Een leuk gezelschap waarmee je wel een avond wil doorbrengen om een boom op te zetten over schepen, varen of hele andere onderwerpen. Heel prettig. Maar het is ook niet onbelangrijk wat je bij een Diner Dansant op je bord krijgt voorgeschoteld. Welnu, ook dat valt daar in dat Bilderberg Kasteel in Doorwerth helemaal niet tegen. De proeverij van voorgerechten is uitstekend en de krachtige bouillon met groenten en kruiden uit de eigen Kasteeltuin precies wat ze moet zijn. Het ’langdurig gegaard sukadestuk’ van MRIJ kalf met eigen jus is een hoofdgerecht met vraagtekens. Navraag leert een oud-brandweercommandant dat het hier om scharrelend Maas-Rijn-IJssel kalf gaat (uit de naburige delta), terwijl op het bord proefondervindelijk wordt bewezen dat het inderdaad voldoende is gegaard. Draadjesvlees zoals het moet zijn, zullen we maar zeggen. Omdat ook de ‘uitsmijter’ in de vorm van een Tiramisu van bitterkoekjes met chocoladecanneloni er absoluut mag zijn, luidt de algehele conclusie dat de keuken mag blijven.

Er wordt vanzelfsprekend ook het nodige gesproken, deze avond. Niet alleen onderling, maar ook met een microfoon in de hand. Ad Smaal bijvoorbeeld. Het is het laatste Sluitingsdiner dat onder zijn verantwoordelijkheid wordt gevierd. Volgend jaar maart neemt hij afscheid, is het aan Oeds en Gerda Gesman om het stokje over te nemen. Ad Smaal memoreert het aantal deelnemers (precies honderd, er zijn helaas zes afvallers) en concludeert dat de belangstelling voor het Sluitingsdiner niet groter is geworden nu de datum wat verder in het jaar is opgeschoven. Een constatering die bijna onopgemerkt aan de ’vergadering’ voorbij gaat. Wat dan weer niet het geval is als Ad de aanwezigheid memoreert van Annie Asper en Bonnie Kemper. Twee dames die de club zijn trouw gebleven. Een spontaan applaus klinkt op uit de zaal. Het is een van de mooiere momenten, deze avond. Ad wordt vervolgens vriendelijk en vrolijk bedankt voor zijn verhaal, waarna de voorzitter van de Commissie Evenementen de trap beklimt richting de vier resterende tafels. Hoezeer de techniek anno 2013 ook nergens voor staat, Ad vertelt zijn verhaal dit jaar tweemaal. Maar opgewekt en vrolijk – kortom, zoals je dat van Ad mag verwachten.

Later op de avond ontbreekt natuurlijk ook Commodore Fred niet achter de microfoon. De 26ste Commodore van onze vereniging laat op dit soort gelegenheden nooit verstek gaan en bedankt ook nu de organisatie voor al het geleverde werk. Ook Swaab memoreert het vertrek van Ad uit het bestuur tijdens de komende ALV (’Die Ledenvergadering organiseren is direct de laatste taak van Ad en Ina’) en wenst de boswandelaars voor morgen alvast veel plezier. Het doet de Commodore goed dat de route is goedgekeurd: ’Beter een natte voet dan een deuk in je hoofd’. Daarna doet Fred met microfoon nog een rondje langs wat kritische leden. ’Of ze nog wat te zeuren hebben?’ Het blijft oorverdovend stil. Het marktonderzoek van de Commodore levert derhalve een enorm positief beeld op van de werkzaamheden van de Commissie Evenementen én van de staf en de medewerkers van Kasteel Doorwerth. Wel komt Kees Hoogduin nog met een opmerking die hout snijdt: ’Ik mis op de menukaart het logo van de KNMC.’

Een opmerking die verder niets afdoet aan de uitstekende wijze waarop ook dit jaar het Sluitingsdiner is vormgegeven. Een mooie conclusie die eveneens weer niet wegneemt dat er in 2013 toch ’slechts’ honderd KNMC’ers en partners aan het Sluitingsdiner deelnemen. Een teken des tijds? Dat kan zo maar. Maar het is ook direct best wel jammer. Zo’n traditioneel feest aan het eind van wéér een vaarseizoen, van een uit historisch oogpunt bezien ook nog eens ’rijke’ vereniging – zo’n feest verdient meer aandacht van de leden. Maar dat is geen nieuws. Zo staat de redactie van dit Clubblad nog een bijdrage bij van een jaar of drie geleden waarin een nieuw en tegenwoordig nog altijd zeer actief lid alle leden oproept om massaal naar het Sluitingsdiner te komen. Een oproep die – op korte termijn in ieder geval – helaas niet echt heeft geholpen. Ad Smaal, de volgend jaar maart aftredende voorzitter van de Commissie Evenementen, bekijkt dat allemaal een stuk positiever. Natuurlijk ziet ook hij liever meer KNMC’ers naar het Sluitingsdiner komen: ’Maar als je de eerdere aantallen van de laatste jaren neemt en erbij betrekt dat we toch echt minder leden hebben én dat het ook nog eens crisis is, vind ik dat we met honderd mensen zeker niet verkeerd scoren.’

En dan is er dus dat slotnummer van die zo perfect meedenkende troubadour, die ook deze avond zijn dansvloer weer heel snel vol heeft en houdt: ’Show me the way to go home’. Waarna door een ieder de terugreis wordt aanvaard. Rond de veertig KNMC’ers en partners doen dat met de auto. De rest reist per Touringcar. Een ideale wijze om weer richting hotel te trekken. Natuurlijk, het is maar 3,5 kilometer, die route tussen Kasteel Doorwerth en Hotel Klein Zwitserland. Maar het is toch wel heel erg prettig als je dat stukje ten minste luxe in de bus kunt afleggen. Zeker als er daarvoor best nog een prestatie van je wordt gevergd! Nee, de heren in het gezelschap, die hebben geen problemen. De dames echter wel. Die eeuwenoude binnenplaats hè, die mag er dan leuk uitzien. Maar middeleeuws ongelijk en glad is-ie wel. En dan hebben we ook nog die twee bruggen. Leuk voor het plaatje, maar moet je nu echt zoveel ruimte tussen die planken hebben? In de wetenschap dat een naaldhak aan een klein gaatje genoeg heeft…

Maar het gaat allemaal goed. Het fraai gelegen, honderd jaar oude hotel dat de naam bepaald niet heeft gestolen , wordt volgens plan bereikt. En natuurlijk is de bar volgens afspraak nog geopend. Het spreekt vanzelf dat daar door een aantal KNMC’ers nog een drankje wordt genuttigd en op de geslaagde avond wordt teruggeblikt. Maar niet te lang, natuurlijk. De volgende ochtend staat de boswandeling met gids op het programma. Zo’n anderhalf tot twee uur lopen, daar moet je je wel op voorbereiden. Overigens: opmerkelijk dat die boswandeling wel doorgaat. Als in de krant van Wakker Nederland staat dat je beter het bos niet kan ingaan, is het dan wel verstandig het wél te doen? Ad Smaal heeft eerder in het Kasteel al uitkomst geboden. ’De boswachter heeft de route vandaag nog gelopen, het is veilig. Het gaat een hele mooie tocht worden.’ Als je dan niet tenminste een beetje op tijd naar bed gaat, dan doe je iets niet goed….

Reacties zijn gesloten.