’Rondje Parijs’ wordt ’Kriskras door België’

Kennen jullie die grap van die twee boten, die naar Parijs gingen? Inderdaad, die gingen niet.

Tijdens de Maas – Moezel – Saar – Rijntocht van 2010 spreken Jeannette en Louis van Kampen en Janny en Sjoerd Valk af in 2011 naar Parijs te gaan. ’Een rondje Parijs’ gaat deze tocht heten. Er wordt één deadline afgesproken: midden juni terug in Antwerpen, omdat er een derde kleinkind in die stad wordt geboren. Geen probleem dus. Als je op 26 april uit Numansdorp vertrekt, is er tijd in overvloed. Het loopt echter allemaal een beetje anders. Sjoerd Valk vertelt…

Op de eerste dag wordt direct al besloten om niet volgens plan over de Ooster- en Westerschelde te varen, maar vanwege de wind de veilige route via Tholen naar Antwerpen te nemen. Het Willemdok is en blijft toch altijd een heel vertrouwde pleisterplaats voor KNMC’ers. En wat is het daar mooi geworden. Het nieuwe museumpand MAS is net geopend en is echt een bezienswaardigheid en zeker een bezoek waard. Alle omringende panden en het wandelgebied zijn afgebouwd. Ook in de haven zijn de steigers uitgebreid en het geheel wordt professioneel beheerd. Al met al zeker een tussenstop met alle comfort.

Langdurig

We besluiten op 28 april richting Gent te gaan. De Royersluis blijft natuurlijk altijd een langdurige geschiedenis. Maar eenmaal op de Schelde, drie tot twee uur voor hoog water met ruim een paar knopen stroom mee, zit je relatief snel in Gent. En daar is het zo gezellig met al die restaurantjes, pleinen en gebouwen, dat je daar al gauw een paar dagen blijft liggen. Ja, de één viert Koninginnedag en de ander zit in Gent. Dan naar Oudenaarde, kermis, en dat zullen we vaker tegenkomen in de verschillende stadjes en dorpen die we bezoeken. Oudenaarde is voor Louis ook een stukje nostalgie, hier heeft hij in een ver verleden veel piepers geladen en gelost, vaak met de hand nog wel. Niet toevallig dus dat we daar op de Dag van de Arbeid arriveren. Antoing heeft een klein havenkommetje, erg ondiep, maar om in te kopen zeer geschikt. Het dorp heeft een paar prachtige gebouwen, maar maakt voor de rest een beetje een troosteloze indruk. Eten kopen is natuurlijk een zeer belangrijke zaak, want naast het regelmatig bezoeken van verschillende restaurants worden er op de boten toch ook diverse zeer goede maaltijden bereid, tot Indonesisch toe.

Op 3 mei lopen we (varen in dit verband) tegen de eerste vertraging aan. Bij de tweede sluis in Frankrijk krijgen we te horen dat de zaak defect is. Nadere inspectie op de sluis toont echter aan dat het personeel in staking is. Vignetten zijn ook nergens voorhanden. Een tijdelijke meevaller, dat dan weer wel. Na een uur of vier wachten, zijn we er met behulp van een zeer charmante beveiligingsambtenaar van een bedrijf min of meer doorheen geloodst.

Bij de sluis van Denain hebben we overnacht. De volgende dag richting Canal du Nord, weinig scheepvaart en dan moet je net als op de skipiste opletten. Voor de eerste sluis van dit kanaal ziet het werkelijk zwart van de vrachtschepen. Staking! We kunnen vlakbij de sluis afmeren aan een duwbak met compost. Niet bepaald een luxe plek dus. De sluismeester heeft alle schepen geregistreerd en volgens die lijst kunnen we met een twaalfde schutting, een wat kleiner vrachtschip, mee. We hebben uitgerekend hoe lang een schutting heen en terug duurt, dat is een uur. Dus vandaag komen we niet meer weg. En wat gaat de rest brengen met zoveel schepen op dat kanaal? We overleggen. Het resultaat? Het ’Rondje Parijs’ wordt ’Kriskras door België’.

Bromsnor

Jammer, maar het moet wel leuk blijven. De prachtige jachthaven in Douai aan een recreatieplas maakt die avond veel goed. Het aanbevolen restaurantje op de haven is die dag voor het eerst open. De geserveerde biefstukken zijn klaarblijkelijk veel eerder ingekocht, want de verorbering daarvan is een moeizame en langdurige geschiedenis. Via La Bassée (kilometer 61 van het kanaal) richting kilometer 108 naar iets dat vroeger op een jachthaven moet hebben geleken. Echter voordat het zover is, worden we bij de eerste de beste sluis aangehouden door de sluismeester (geen vignet) en de gendarmerie (paspoorten!). ’In Bethume aanleggen’, roept de bromsnor. ’Drie kilometer fietsen en daar zijn vignetten te koop’. Dat kanaal is veel te ondiep, fietsen met 27 graden, daar hebben we geen zin in, dus maar wachten op de volgende gelegenheid, die zich nog één keer heeft voorgedaan. Dit kantoor is echter die dag gesloten. Wat een teleurstelling!

Duinkerken is het volgende doel. Overnacht bij een café en dan op naar Nieuwpoort. Nieuwpoort is echt de moeite waard. De stad, de haven, de boulevard gecombineerd met tropische temperaturen. Goed toeven dus. En die viswinkels: twee avonden met vier/vijf soorten vis op de plaat op het achterdek. Zelfs de rogvleugel is daarvoor geschikt. Je kunt zeggen wat je wilt over die Belgen, maar dat is super voor elkaar. Brugge is de volgende pleisterplaats. Onderweg daar naar toe wat problemen gehad met een antieke charterboot, maar deze zijn door Louis zeer diplomatiek opgelost. De tekst kunnen we in een net Clubblad echter niet weergeven. Brugge! Al zijn we daar vaker geweest, het blijft altijd weer een fraaie en interessante stad. Morgen gaan we verder, naar Deinze.

Voor de eerst sluis van het Canal du Nord, die in de eerste week van mei wordt bereikt, ziet het werkelijk zwart van de vrachtschepen. Staking! De twee schepen kunnen vlakbij de sluis afmeren aan een duwbak met compost. Volgens de door de sluismeester gemaakte lijst kunnen de Time Out van Jeannette en Louis en de Aquamarijn van Janny en Sjoerd met de twaalfde schutting, een wat kleiner vrachtschip, mee. Er wordt uitgerekend hoe lang een schutting heen en terug duurt, dat is een uur. Dus vandaag komen de schepen niet meer weg. En wat gaat de rest van de reis brengen met zoveel schepen op dat kanaal? Er wordt overlegd. Het resultaat? Het ’Rondje Parijs’ wordt ’Kriskras door België’…

Deinze

’Op 14 mei naar Deinze. Hier is de avond daarvoor net een plein en een nieuwe kade geopend. Werkelijk zeer mooi uitgevoerd. Weliswaar geen water en stroom, maar prachtig om te liggen. Deinze is veel groter dan je denkt. Kortrijk mag ook niet ontbreken, daar kunnen zeker twee dagen worden doorgebracht. Weer overnacht in Deinze en op naar Gent. Over de Leie, een beetje qua rivier en huizen vergelijkbaar met de Vecht. In Gent moet Louis het één en ander voor de brandweer van Hillegom gaan regelen. We waren het er snel over eens, dat een opfriscursus zeer zinvol is, want Louis had onderweg bijna met een krant en drie kaarsjes zijn eigen boot in de fik gestoken. Oplettende omstanders maakten hem attent op de rookontwikkeling binnen. Na ons vrij lange verblijf, varen we dwars door Gent (opletten op hoogte en diepte) en moeten we richting Brussel / Charleroi noodgedwongen Oudenaarde weer als overnachtingplaats gebruiken. Helemaal niet erg, al is de volgende stop bij Perronnes super. Mooie haven aan een groot meer met een zeer goed havenrestaurant. De Libanese eigenaar is de vriendelijkheid zelve. De rekening wordt zo’n beetje achter op een servetje samengesteld en valt derhalve alles mee. We besluiten nog een dag voor fietsen en onderhoud te blijven liggen. Perronnes is dus een aanrader.

Na een stop in Mons verder richting Brussel en op één dag staan er twee kunstwerken op het programma: 1. De scheepslift van Strepy in Thieu en 2. het hellend vlak van Ronquières.

Thieu en Ronquières

Om een indruk van het gevaarte in Thieu te geven: de lengte van de scheepsbak is: 112 meter. De bak is 12 meter breed en weegt inclusief het water ongeveer 8000 ton. De betonnen contragewichten wegen 4000 ton. De hoogte van de totale lift is 117 meter en hiervan staat 102 meter boven de grond. We varen beneden in en worden zo’n 75 meter hoger weer keurig afgeleverd. Vanaf beneden is het maar een heel klein luikje waar je boven weer uit moet varen. De kanalen zijn natuurlijk kunstmatig aangelegd. Dit hefwerk vervangt de vier oude hefwerken. Het Canal de Centre en het hefwerk staan sinds 1998 op de lijst van werelderfgoed van de Unesco. Terecht.

Ronquières is een hellend vlak, gebouwd op het kanaal Charleroi – Brussel en vervangt zestien (!) eerder gebouwde sluizen. Dit bouwwerk is in 1968 opgeleverd. Het vlak is 1400 meter lang, met een helling van 5%. Het hoogteverschil is rond de 68 meter. Er zijn twee scheepsbakken (eentje staat er permanent stil). De bakken rijden als wagons (met per stuk 240 wielen) over rails met elk hun eigen contragewicht en worden met kabels voortbewogen. Een bak heeft een afmeting van 86 x 12 meter. Het vlak voorziet in haar eigen energie middels een buis waardoor water stroomt en een turbine aandrijft. Zeker is wel, dat onder de huidige economische omstandigheden deze beide kunstwerken nooit meer zouden worden gebouwd.

De remming van de sluis (Itteren) waar we die avond lagen afgemeerd was letterlijk en figuurlijk brandhout. Bovendien kwam de plaatselijke watersportvereniging nog liggeld innen ook. Dus maar snel de volgende dag naar de BRYC – haven in Brussel. Deze haven is eigendom van het Koninklijk Huis en de Brussel Royal Yachting Club moet dus aan de koning huur betalen. Met de tram is Brussel – centrum goed bereikbaar. Eten doe je niet in de bekende toeristenstraatjes, maar op de omliggende markten. Op de fiets naar de Expo, het paleis en de Japanse tuin. Nee Brussel is echt een heel mooie stad. Op de thuisreis naar Antwerpen doen we ook nog Lier aan. Vanaf de aanlegsteiger in het kanaal is het centrum goed met de fiets te bereiken.

Gezellig

De conclusie: al was het niet de bedoeling, het is toch een heel mooie en gezellige tocht geworden. België is culinair en qua bezienswaardigheden zeker de moeite van een wat langer verblijf waard. Nadelen: België is veel minder op de recreatievaart ingericht. Dit geldt voor de sluizen en het aantal én de kwaliteit van de ligplaatsen. Ook is de lengte en de diepgang van de boot op een aantal trajecten iets om goed in de gaten te houden.

Sjoerd Valk

Reacties zijn gesloten.