Over een ’prachtdag’ op de Taling

Het is maandag 8 september als de telefoon gaat en de stem klinkt van Bas Groenenboom, lid van Commissie Ledenservice.

De vraag is duidelijk. Willen wij (Mariszkà en Jan Bos) woensdag een dag meevaren met het motorvrachtschip de Taling? Ook Ina en Ad Smaal en Joost Meijer varen mee. Dat willen we. Op dinsdagavond horen we dat we woensdag om 10.30 uur opstappen in Rotterdam, aan de Maaskade. Exact om half elf komt de Taling inderdaad onder de Erasmusbrug door naar de kade om ons, inclusief één auto, op te pikken. Binnen no time staat de auto van Ad aan boord en na tien minuten zijn we op weg met 2900 ton haver met als bestemming Düsseldorf. Zo ver gaan wij echter niet mee, we zullen weer afmonsteren in Lobith en vanaf daar weer met de auto terug naar Rotterdam rijden.

Aan boord worden we in de moderne en vooral ruime stuurhut (schoenen uit!) van ruim honderd vierkante meter (!) hartelijk ontvangen door schipper Cor en zoon Erwin de Jong – de eigenaren van het schip. We zijn verbaasd. Wat een ruimte! En werkelijk van alle gemakken voorzien. Ina ontdekt gelijk het koffiezetapparaat en even later zitten we om de tafel met een kop koffie en luisteren we naar de uitleg van Cor en Erwin over het schip. Het geluid van de twee motoren is nauwelijks te horen en we moeten op de meters kijken of alles functioneert. Het uitzicht is groots en we kijken onze ogen uit. Pfffff: 135 meter lang! Gelukkig is de uitrusting van de navigatieapparatuur zeer uitgebreid en de vele grote beeldschermen geven een duidelijk beeld en meer dan voldoende informatie om veilig te kunnen varen. We kijken naar het vaargedrag van de recreatievaart en verbazen ons er over hoe gevaarlijk door louter onwetendheid dit soms is. De vereiste remweg van de Taling bij een snelheid van 22 kilometer per uur is kort. Zelfs ver onder norm, maar nog altijd 230 meter! Dus KNMC’ers, regelmatig achterom kijken en vooral opletten!

 

Met bijna drieduizend ton aan haver – het laadvermogen van de Taling is 4005 ton, of 4800 m3 – varen we met een kalm gangetje van dertien kilometer per uur tegen de stroom in. We hebben geen haast. Er kan pas vrijdag worden gelost. Dus het schip kan het rustig aan doen met als enige doel om brandstof te sparen. Nou ja, ’sparen’. De twee motoren (van 1500 pk over twee schroeven achter én 2 x 640 pk boegschroeven) gebruiken bij 570 toeren per minuut toch nog zo’n driehonderd liter gasolie per uur. In totaal kan er 80.000 liter, verdeeld over meerdere tanks, worden meegenomen. Bunkeren is gezien de hoge brandstofprijs elke keer een forse investering. Daarom wordt er zoveel mogelijk per reis gebunkerd. Dat gebeurt dit keer al varende. De snelheid wordt teruggebracht naar tien kilometer per uur en even later komt de tankboot langszij. Het is verbazingwekkend te zien hoe uiterst vakkundig en snel de trossen worden vastgemaakt nauwelijks twee minuten later wordt al varende gebunkerd. Exact 12.000 liter. Bonnetje aftekenen en weer terug naar dertien kilometer. Omdat we ook in Duitsland komen moet er een derde kapitein aan boord zijn. In Papendrecht stapt, zonder af te meren, Sep, de broer van Cor aan boord. Een fluitje van een cent! We hangen de hele dag aan de lippen van Cor, Erwin en Sep. We verbazen ons over de vele regeltjes en eisen waaraan het schip en haar bemanning moet voldoen.

Het schip wordt ook zeer regelmatig gekeurd. De Taling is een modern multifunctioneel motorvrachtschip, geschikt voor zowel losgestorte lading als containers of een combinatie hiervan. Altijd weer is het spannend of er voldoende aanbod van vracht is. Stilliggen kost geld en de investering van dit schip (vijfenhalf miljoen euro) moet worden terugverdiend. Om niet op één paard te wedden is er voor gekozen om met meerder bevrachtings kantoren te werken. Intussen is het kantoor in Düsseldorf al ingelicht dat de Taling volgende week woensdag leeg is. En nu maar hopen op een nieuwe vracht. Het liefst natuurlijk een vracht naar ’beneden’. Misschien wel een lading containers. Vorige week zijn er nog 256 containers geladen. Aan de hand van een speciaal beladings programma op de computer laat Erwin zien hoe met behoud van de stabiliteit van het schip elke container op de juiste plek komt te staan. De containers staan dan 4 en 5 hoog gestapeld en de stuurhut gaat 8,60 meter omhoog. De containers komen dan tot 30 centimeter onder het raam. Nauwelijks meer uitzicht, dus varen op kaart, radar en de drie camera’s. Erwin laat ons met een druk op knop ervaren hoe de gehele stuurhut geruisloos 8,60 meter boven het roefdek uit stijgt. Wat een hoogte! Hij vertelt dat het bijna onmogelijk is om met zo’n hoge lading met windkracht acht te varen en veilig af te meren. Ja, dan zit ook hij te zweten om alles onder controle te houden.

Een rondleiding door het schip doet ons van ene in de andere verbazing vallen. Twee complete luxe woonunits elk voorzien van een grote woonruimte, twee slaapkamers, een luxe keuken en badkamer en vele extra’s. In het voorschip ook nog een uitgebreide woonunit met drie slaapkamers voor de matrozen. En dan de machinekamer. Geen gewone machinekamer, nee een machine balzaal! Alles glimt je tegemoet, geen krasje, geen stofje. Onwaarschijnlijk met welk een toewijding en hart voor de zaak met dit schip wordt gevaren. Tijd om te eten. Cor gaat boerenkool met worst voor ons maken. Maar eerst moeten de dames onder toeziend oog van Cor aardappels schillen en in de juiste grootte in stukken snijden. Dan naar de keuken, het resultaat is verbluffend. Om vijf uur is het etenstijd: we smullen met z’n allen rond de tafel terwijl Cor met het bord op schoot het schip op koers houdt.

We hebben het meegemaakt, het zelf varen van de Taling. Om de beurt gaan we ’hengelen’. Dus nemen we, met de hand op de joystick, plaats ’achter de lessenaar’. Een roer is er niet. Dat is dus even wennen. Gelukkig blijft Erwin in de buurt. Machtig om zelf te ervaren hoe soepel, snel en geruisloos het schip de commando’s van de joystick roerganger opvolgt. Voor je het weet is de vaardag voorbij. Om tien uur ’s avonds meren we in Lobith aan de autosteiger af, in het pikkedonker en met behulp van éen meerlijntje en één van de twee spudpalen van de Taling. Weer staat de auto binnen tien minuten op de wal. Met warme gevoelens nemen we afscheid van de bemanning. Wat hebben we veel geleerd van het vak binnenvaartschipper, wat wordt hier aangepoot! Het zijn stuk voor stuk heel hard werkende ondernemers met veel liefde en toewijding voor hun ’bedrijf’. Werkweken van 80 tot 100 uur, ze zijn doodnormaal. Vroeg in de morgen, het is inmiddels één uur ’s nachts trekken we thuis de voordeur achter ons dicht. Moe maar zéér voldaan. Wat een prachtdag!

Jan en Mariszkà Bos

Reacties zijn gesloten.