Ook de Koormannen genieten in Sneek

Als je lijfspreuk ’Ach, moet het? Jan doet het!’ is, ervaar je naast de leuke kant ook de mindere kant van het ’ja’ zeggen. ’Ach Jan’, zo mailde de dag-gastheer Theo van Catz, ’wil jij de foto’s en het verslag van de Koormannendag voor je rekening nemen?’

Zo reden Riet en ik op de dag van de afspraak, genietend van het zonnetje, naar Sneek, tot de ietwat verouderde navigatie ons in de steek liet. Wat moet je als de wensen van dat bootjesvolk om aquaducten aan te leggen zijn uitgevoerd? Dan maar een eigen koers rijden. En ziedaar na een gastvrij onthaal verzamelden de mannen op het terras aan het water om genietend van een heerlijke kop koffie even bij te praten. Stipt op tijd maakten wij ons los van de dames en vertrokken naar Broek bij Joure. Een bepaalde politicus riep ooit ’Nederland is vol’, maar dat geldt niet voor Friesland. Wat een ruimte als je uit de drukke Randstad komt. De meegebrachte laarzen werden bij boerin Geeske aangetrokken en ademloos werd er naar haar geluisterd. Zij is niet zomaar een boerin, haar ouders hadden alleen maar dochters en die nemen in de regel de boerderij niet over. Zij ging diergeneeskunde studeren en kwam daarna in dienst van een bedrijf en bekwaamde zich in KI (kunstmatige inseminatie) en later in embryo transplantatie, waarover later meer.

Geeske heeft zelfs een tijd zelfstandig gewerkt maar de boerderij trok weer en met haar man ging zij met haar ouders een maatschap aan. Het boerenbedrijf van de jaren 70 en dat van heden is zo verschillend dat zij al snel aan een wijziging van de bestaande veehouderij dachten. Het mestprobleem in de stal, waaronder de vrijkomende en gevaarlijke ammoniakdampen, kreeg de aandacht. Het met melkmachines melken was te intensief en tot verrassing van de toehoorders gaf Geeske ook aan rekening te houden met het welzijn van haar koeien met de uitspraak: ’Wij houden koeien op basis van comfort’. Dit resulteerde in een nieuw gebouwde ultramoderne stal waar al haar wensen werden uitgevoerd. Zo kregen de ’dames’ meer ruimte, waterbedden en rubberen looppaden, een effectievere afvoer en scheiding van mest en urine. Ook geautomatiseerde ventilatie en temperatuurregeling van de ruimte dragen bij aan haar eerder genoemde uitspraak. Ook voor haar werd het makkelijker door de koeien links en rechts van een centraal voeder pad in de stal een eigen ‘inbreng’ te bieden! Volledig geautomatiseerd kan zij elektronisch, zelfs op afstand, de koeien begeleiden en controleren. De koe kan zich aanbieden bij de melkmachine, zij is elektronisch herkenbaar waarna zij tijdens het melken de juiste extra voedingsstoffen krijgt aangeboden. Een weging bewaakt de ingenomen hoeveelheid. Intussen worden de spenen, waarvan de plaats in de computer staat geregistreerd en die met lasers zijn getraceerd, gewassen. Vervolgens worden ook de zuigmonden automatisch aangebracht. Ook nu weer registratie. De ’kunstmelkhanden’ laten vanzelf los als de betreffende speen geen melk meer geeft, en de machine stopt als de koe is leeggemolken. Het hek opent zich en Bertha 5864 begeeft zich weer in de stal of kiest voor een wandeling in de wei. De verzamelde melk, direct gekoeld tot 4 graden Celsius, komt in een verzameltank van 30.000 liter en blijft nooit langer dan drie dagen in de tank…

Terugkomend over haar kennis en ervaring met de KI en de embryo transplantatie wil ik u zeker niet onthouden. Ook in de veehouderij werkt men marktconform. In het kort komt deze werkwijze op het volgende neer: een koe kalft maar eenmaal per jaar en wordt op haar kwaliteit geselecteerd als ‘moeder koe’. Sperma van geselecteerde stieren (onder meer uit Nieuw Zeeland) wordt ingebracht en vormt een embryo. Dit wordt vervolgens uitgenomen en bij een (mindere kwaliteit) ’draagmoeder koe’ ingebracht. Zo kunnen meerdere embryo’s bij draagmoeder koeien worden ingebracht en worden daardoor meerdere kwaliteitskalven geboren uit de oorspronkelijke moederkoe. Geen der koeien was ondanks de open stal ’tochtig’, dus een demonstratie zat er niet in, maar wij geloofden natuurlijk alles wat Geeske ons had verteld. Hoewel er geen enkel varken in de omgeving te bekennen was klonk een luid knorren van magen. In zijn dankwoord benadrukte Theo haar enthousiasme waardoor wij helaas als mannen ’over tijd’ waren geraakt.

Snel de laarzen in plastic tassen om de auto’s schoon te houden en op weg voor de lunch die wij in Franeker gebruikten. Dat gebeurde in een oud winkelpand, in 1745 als woonhuis gebouwd, dat thans als Planetarium café wordt gebruikt. Een bijzondere inrichting in Art Nouveau stijl, met een prachtig interieur met hardhouten wandkasten met koperen versiersels. Een mozaïekvloer en sprankelend geëtst glas. Een wit metalen plafond en de exotische tegelschilderijen in de etalage zijn uniek in Friesland. Onder het genot van een drankje raakten we aan de praat over Friesland. We veronderstelden dat Tamme daar ook geboren was. Deze ontkende en gaf aan een Groninger te zijn waarop iemand opmerkte: ’Dat hadden we kunnen weten, je beefde zojuist even.’ In het naast het café gelegen twee jaar jongere pand, deel uitmakend van het hele gebouw, is het oudste planetarium ter wereld gevestigd: dat van Eise Eisinga uit 1774. De uitleg maar ook de rondleiding is leuk en leerzaam. De ogenschijnlijk zo primitieve techniek op basis van een Friese staartklok is revolutionair te noemen. Met spijkertjes, touwtjes en een voor die tijd uniek tandwielsysteem werkt het ontwerp nog accuraat. Per jaar bezoeken ruim 4600 mensen dit wonder van techniek in neo-renaissancistische stijl en het is ook zeker het aanraden waard. Het pand is gevestigd in de Eise Eisingastraat 3 en is beloopbaar vanaf de haven! Voor de dames, op woensdag is er in Franeker ook markt!

Terug naar Sneek naar een eveneens bijzonder oud winkelpand waar een uiterst enthousiaste Fardau Buter ons namens de Weduwe Joustra naar de zolder leidde. Tal van flessen met verschillende inhoud lonkten naar ons, maar eerst het verhaal! Nu dat kon Fardau wel vertellen. Menig bedrijf mag zich een dergelijk medewerkster wensen. Haar verhaal ging zo rap dat uw schrijver voor dit verslag nog even moest terugvallen op het door haar verstrekte materiaal. Het begon allemaal met de wijnimport uit Frankrijk die voor privégebruik in de kelder werd opgeslagen. De bijzondere isolatie in die kelder, turfblokken, gaf de in houten vaten opgeslagen wijn een bijzondere smaak. Dit leidde na een gift van enkele flessen aan de notabelen van de stad tot een grote vraag van de bevolking. De schepen die onder andere voor het pand afmeerden kochten ook de drank. Onderweg naar hun bestemming, de nu nog bekende strontrace voor de bollenvelden, moesten zij soms lang in Amsterdam wachten. Zij kochten, we praten rond 1645, op de Stroomarkt bij Hendrik Beerenburg, een groothandelaar, hun verpakte kruiden. De schippers op de skûtsjes lieten ze trekken op jenever of brandewijn. Het aftreksel kreeg de naam van de ontdekker ’Beerenburg’ en werd gebruikt als medicijn. Volgens de bijsluiter waren deze ’Opregte Maag-Kruiden’ het ideale middel tegen vele kwalen. Zo kwamen, aldus de spreekster, ook de verpakte kruiden in Sneek en werden ook daar gemengd met alcohol. Maar benadrukte zij: ’Wij zijn van de echte Beerenburg!’

De Weduwe Joustra was Anjenette Joustra-Reinders. In 1864 is zij nadat haar man op veel te jonge leeftijd is overleden, aan het Kleinzand begonnen met het maken van onder meer Beerenburg. Zij deed dit met de kruiden én de receptuur van Hendrik Beerenburg onder de naam ’Weduwe Joustra Beerenburg’. Het voor haar samengestelde kruidenpakket liet zij vier weken trekken op een zachte jenever. De geur, de kleur en de smaak kwamen voor de volle 100% van de kruiden af. Nu, 150 jaar later, maakt haar achter- achter- achter- kleindochter nog steeds haar Beerenburg met zijn kruiden. En met een medicinale werking, want de bijsluiter zegt nog steeds.

Heleen Sonnenberg ’6e generatie’. Bijzonder is dat er slechts drie mensen zijn die het recept kennen. De kruiden komen uit heel Nederland. De jenever maken zij zelf uit melasse. Speciaal voor de dames is een Beerinnenburger gemaakt, maar het hele assortiment dat in de winkel staat uitgestald biedt voor een ieder wat wils. We mochten een blik werpen in het bedrijf om ter afsluiting twee halve glaasjes te proeven, we moesten immers de dames nog naar huis rijden.

Ter afsluiting vertrokken we naar een voormalige slachterij, waar thans ’Restaurant 55’ is gevestigd. Daar lieten de uitbaters Henk en Hanneke ons van een heerlijk diner genieten. Strikt gescheiden van de dames die in een andere ruimte nog nagenoten van hun dag. Wachtend op de dames werden wij plots verrast door twee dames met bijzondere hoeden. Als hoed-drager genoot ik de eer om met één van hen op de foto (een selfie zit er voor mij nog niet in) te gaan. Wat waren die kerels jaloers! Na een dankwoord aan de gastheer werden wij met de dames herenigd waarvan een aantal een hoed (of iets wat er op lijkt) hadden gekocht. Ook mijn Riet toonde trots iets wat in de verste verte niet op een hoed leek maar kennelijk nu in de mode is. Mijn opmerking: ’Het lijkt wel een pannenspons’ viel – u raadt het al. Niet dus. Theo van Catz namens allen bedankt!

Jan Nome

Reacties zijn gesloten.