Mosseltocht

Tocht is dit jaar ook met oesters, kreeften en vlinders

We treffen elkaar in de Veerhaven van Rotterdam, de vroegere thuishaven van de ’Groene Draeck’. Met wat passen en meten en met de hulp van de bereidwillige havenmeesters wapperen er nu twaalf KNMC vlaggen.

Handen schudden en even bijpraten en natuurlijk het onvermijdelijke, betalen bij de penningmeester. In ruil krijgen we naast een verkwikkend koel drankje (het is bijna 30 graden) een aantrekkelijk programma uitgereikt (met dank aan de helaas afwezige Gerrien) en kan zeker met het heerlijke weer de tocht nu al niet meer stuk. Jammer dat twee schepen hebben moeten afzeggen.

Ik zal u niet vermoeien met wat we deze tocht allemaal eten en drinken, maar mij beperken tot wat algemene gegevens. Wellicht kunt u hier uw voordeel mee doen. Als geboren Rotterdammer doet het je goed weer even op honk te zijn en te genieten wat er van deze wereldstad is geworden. Zoals je ook kan genieten van die trotse havenmeester als een Duitse passant hem vraagt hoe hij naar ’Die Altstadt’ moet lopen. Het antwoord in plat Rotterdams luidt: ’Als je vader en je opa er in 1940 niet zo’n klerezooi van hadden gemaakt, had ik je het graag verteld!’ Tja, Rotterdam en de oorlog. Dat blijft nog wel even schuren.

Gelukkig is de Veerhaven toen gespaard gebleven. Bij het woord ’veer’ moet je denken aan een veerpont die heen en weer gaat. Dat klopt, want door de voortdurend passerende scheepvaart wieg je heerlijk in slaap. De Veerhaven raakt, als een van de kleinste havens van Nederland, al in 1854 ongeschikt als zeehaven door de komst van de stoomschepen. Toch is juist deze haven, het oorspronkelijke pontgat, het episch centrum van de Rotterdamse groei als wereldhaven geworden. Alle grote Rotterdamse rederijen hebben zich er gevestigd, zoals de meeste ondernemers daar in herenhuizen in de directe omgeving zijn gaan wonen. Is het daarom dat het Belastingmuseum op een steenworp afstand is gevestigd? Een bezoek is zeker de moeite waard. Ook de Koninklijke Nederlandse Yachtclub heeft een prestigieus gebouw aan de haven gebouwd. Thans is daarin het Wereldmuseum gevestigd. Het huidige havenkantoor is in 1910 oorspronkelijk als politiepost neergezet en is een bezoekje eveneens meer dan waard.

Tijdens het voorafgaande borreluurtje en diner heeft onze TTL Hans naast een welkomstwoord al heel snel alle eer voor de voorbereiding bij Dick en José van der Pol gelegd. We zijn benieuwd! Bij diezelfde welkomstborrel vertelde Feya (de vriendin van Gerard Granneman) met een glimlach dat haar geliefde haar eindelijk ten huwelijk heeft gevraagd. Met een nog grotere grijns en een knipoog reageert hij met: ’Zoiets neemt een jaar in beslag hoor!’ Proficiat lieve mensen! Ook Mart van Diemen verrast ons. Hij doet dat met een uitnodiging om de volgende dag voor Gerda’s verjaardag een borrel te komen drinken; ook hier een applaus.

Zaterdag om 10.00 uur in de bus naar de SS Rotterdam voor een rondleiding. Met twee geweldige gidsen gaan we met recht het schip in. Van onder tot boven worden alle geheimen van dit zo bijzondere schip voor ons onthuld. Vermoeid maar vol indrukken verder met de bus naar ’Kaat Mossel’, een begrip in Rotterdam en omstreken, voor een warme lunch. Kaat, op 25 maart 1723 als Catherina Mulder geboren, bekleedt in die tijd uiteindelijk als ’Keurvrouwe der mosselen’ voor omgerekend €13, – per jaar haar ambt. Zij is Oranjegezind en jut in 1784 het volk op tegen de patriotten. Die kunnen dit niet waarderen en sluiten haar op in de gijzelkamer onder het stadhuis. Onder andere voor het zingen van ’Oranje boven’ (een misdaad!) krijgt zij tien jaar gevangenisstraf. In 1787 wordt ze vrijgelaten door de Pruisen, ze sterft uiteindelijk roemloos rond 1800.

Omdat de tijd al aardig is verstreken en bijna niemand meer ’Pap’ kan zeggen besluit Mart, wederom onder luid applaus, de verjaardagsborrel tot de volgende dag uit te stellen. Een dagpauwoog, een vlinder, heeft ons tijdens de heenreis in de bus al haar prachtig gekleurde vleugels getoond en besluit nu op de hand van oma te landen. Prompt krijgt zij het advies om de vlinder op te eten onder het mom ’Heb je weer een vlindergevoel in je buik’ wat heel wat gelach tot gevolg heeft. Er moet ook nog gevaren worden en daarvoor wordt de zondag benut. We varen in konvooi naar Numansdorp. Plots klinkt nabij de kruising met het Haringvliet een oproep door de ’Rijkswaterstaat 71’. Hebben we iets fout gedaan? Niets is minder waar. Onze Maritiem leider Dick krijgt een compliment voor het aangestuurde konvooi, een goed begin dus. De verjaardagsborrel van Gerda wordt een succes en aansluitend, hoe kan het anders, het dorp in.

Op maandag door de sluis. Het is wel passen en meten, omdat er al een paar zogenaamde ’Hector Mallo’s’ liggen. Mensen die een sluis invaren en alsof ze alleen op de wereld, dan wel alleen in de sluis zijn, de eerste bolder pakken en niet meer losmaken! Deze ervaring herhaalt zich ook in volgende sluizen. Misschien een onderwerp voor ’Varen doe je samen’? Tholen, mooie plaats langs de kade en wederom een aardige behulpzame havenmeester. Een leuk dorpje om eens op je gemak te bekijken. Natuurlijk staat er een bezoek aan het hooggelegen clubhuis op het programma voor een aangeklede borrel. Wat valt er toch veel te bepraten! De volgende ochtend ontdekt de XQ’s Me na het ontwaken dat er ongenode gasten aan boord zijn gekomen.
Sterker nog, zich ongewild hebben genesteld. Gelukkig is het een koppeltje duiven dat op de beugel van de radar een nest aan het maken is. Het schip is bij vertrek nog geen meter van de kant of het paar verdwijnt, zonder ook maar een keer om te kijken. Gevlogen met Reisbureau Vlieg? Of op zoek naar een ander, betrouwbaarder en vooral vast onderkomen. Henk heeft wel wat op te ruimen.

Dinsdag vanwege de kleine ’Bergse Diepsluis’ afgesproken dat na elk kwartier twee schepen op de beschikbare lengte zouden vertrekken. Helaas, vele zeilboten dienen zich ook aan en er wordt besloten toch met de resterende schepen maar in de rij wachtenden te gaan aansluiten. Over het algemeen mogen we over sluismeesters niet klagen maar deze? Waarschijnlijk door het grote aanbod gestrest geraakt kan de man niet meer optellen. Dus stuurt hij rustig een groot schip de sluis in waar al een acht meter lang jachtje en een KNMC’er van bijna vijftien meter liggen. En dat in een sluis van 34 meter. Een onzer leden tracht hem nog duidelijk te maken dat dat niet past, maar helaas!

Gelukkig is het prachtig weer en lopen wij met hulp van de ebstroom nog tijdig in fasen Yerseke binnen. Eén van de leden, die vorig jaar een harde aanraking met de stenen van de dijkvoet heeft gehad besluit nu ruim, dus voorbij de scheidingston, stuurboord uit te gaan. ’Ik zit vast’, is vervolgens zijn bericht over de marifoon. Met weer een nieuwe ’Yerseke ervaring’ loopt hij veilig binnen. Woensdag volgt een rustdag. Dat wil zeggen, niet varen maar wél leuke en interessante dingen doen. Om half elf, koffie met gebak in ’Het Kaaigat’ op de haven. Met een VVV-gids een culinaire wandeling gemaakt, een leer- en voedzame ervaring. Op weg naar de mosselveiling vertelt hij al veel interessante zaken over de mossel- en oestercultuur in en rond de haven. We leren de verschillen tussen de klassen en afmetingen. De grootste gaan naar België en de kleinste naar Frankrijk – de rest is dus voor ons. Het fabeltje dat een gekookte niet geopende mossel bedorven is, wordt tegengesproken. Juist deze mossel heeft veel sterkere sluitspieren en is daarom van veel hogere kwaliteit! Even nakoken is het devies. Maar ook: bij aanschaf goed opletten wat de op de verpakking genoemde uiterste houdbaarheidsdatum is. Mosselen worden met een speciaal gas verpakt en zijn maximaal maar één week houdbaar!

Na de veiling al pratend over de opgedane feiten en indrukken weer terug naar ’Het Kaaigat’ voor een drankje en een overheerlijke salade met verschillende vissoorten. De gids is onverbiddelijk en dus vertrekken we op tijd naar de kreeften. Alles krijgen we te horen over de vooral Canadese soort die hier wordt verhandeld. Dus weten we ook waarvan kreeftensoep gemaakt wordt, de dode exemplaren, zo vertelt de gids. Die lekkernij krijgen we aansluitend opgediend in een nabijgelegen restaurant. Het houdt niet op, nu verder voor een uitleg over oesters naar de volgende locatie. Alles is beloopbaar en dus heel plezierig. Drie soorten mogen we proeven, de Zeeuwse platte, de Creuse en de Creuse speciaal. Tot slot, en dat behoort ook bij de VVV-toer, op naar restaurant ’De Schelde’ waar we ons laten verrassen met een echte Zeeuwse Mosselmaaltijd. Verkwikt en zeker voldaan keren wij om uit te buiken terug naar de schepen.

Tot heden heeft onze TTL niets te veel gezegd over zijn Dick en José. Op naar Veere met wederom een zacht windje en een heerlijk zonnetje. Dankzij goede afspraken met de havenmeester liggen de schepen al snel aan de steiger en zoekt een aantal leden een terrasje onder de bomen op het grote plein. Anderen halen herinneringen op aan de storm die afgelopen jaar ’s nachts recht de haven in kwam. Vanaf zes uur treffen we elkaar voor het hoogtepunt, de mosselavond, in het clubhuis. Een grandioze avond die eindigt in gezamenlijke zang van Hollandse liedjes en een polonaise waarbij ook de aanwezige Duitse gasten zich graag aansluiten. Plots kijkt een aantal KNMC’ers met jaloerse blikken naar Wil (98) die met een iets jongere leeftijdgenote aan het dansen is. Wat een vitaliteit op zo’n leeftijd en zo laat op de avond!

Middelburg doen we op de vrijdag aan, echter zonder de Arvid, die ons door andere afspraken al vroeg heeft moeten verlaten. Een rondleiding in het stadhuis en het Zeeuws museum staat voor vandaag op het programma. Het is goed te zien dat Middelburg een VOC-stad is geweest, de tweede in Nederland zelfs, zo vertelt onze gids. We kijken onze ogen uit naar al dat oude bewaard gebleven erfgoed. Helaas, zo verhaalt de gids, in de oorlog is als represaille de stad gebombardeerd. Na de oorlog is het stadhuis, maar ook een groot deel van de stad, in de oude stijl herbouwd. De aanwezige goederen en wandkleden komen zelfs vanuit het noorden van het land! Omdat het gebouw niet alleen als stadhuis is gebruikt, vertelt de gids in elke ruimte leuke anekdotes. Zo worden tot ieders verrassing ook geheime deurtjes in de deursponningen onthuld. Buiten zien wij bij toeval enige dames in de zo specifieke klederdracht. Ze laten zich door ons fotograferen.

De tocht met al die leuke herinneringen en opnieuw gelegde contacten nadert het einde. Net als vorig jaar in Zierikzee en met het slotdiner ook in hetzelfde restaurant aan de haven: ’Maritime’. Alle mensen die zich hebben ingezet worden in het zonnetje gezet en dat hebben ze – gezien het aanhoudende applaus – ook zeker verdiend. Hans van Griensven, je coachen was geweldig. Jammer dat Gerrien afwezig was omdat ze kleuters normen en waarden moest bijbrengen. En onze Dick en José? Die zijn met vlag en wimpel geslaagd zodat het volgend jaar dringen zal zijn om een plaatsje in de tocht te verwerven. Tot slot, voor de nieuwsgierigen onder ons, we hebben totaal twintig motoruren gemaakt waarmee wij 182,8 km hebben gevaren. En ook die vaarkilometers maken de Mosseltocht – wat de schrijver betreft – voor volgend jaar weer tot een aanrader!

Jan Nome

Reacties zijn gesloten.