Kids Maritiem

’Er moet meer draagvlak komen’

Aan de vijfde uitgave van Kids Maritiem werd op zaterdag 10 mei door drieënveertig chronisch zieke kinderen en hun gezinnen deelgenomen.

Er kon op zes plaatsen worden opgestapt. In Groningen, daar tekende Joop Helder als Consul van Noord voor de organisatie; in Huizen waar Robert Schilperoort de gastheer was; in Harderwijk (met de Consul van Oost Theo van Catz als KNMC’er van dienst); in Woudrichem (Jan van der Aa was hier de man die het konvooi leidde); in Roermond (waar oud-KNMC’er André Suntjes de honneurs voor de club waarnam) en in Rotterdam (de stad waar Chris de Ruyter vanzelfsprekend aan het roer stond). Het aantal kinderen en gezinnen dat op de verschillende plaatsen aanmonsterde: Groningen: 4; Huizen: 7; Elburg: 8; Woudrichem: 7; Roermond: 8; Rotterdam: 9.

Alle Toertochtleiders van Kids Maritiem konden de eigen tocht indelen. Zo werd vanuit Huizen Spakenburg bezocht, trok het Rotterdamse konvooi ’natuurlijk’ door de Rotterdamse wereldhaven en werd door de groep die vanuit Elburg vertrok de KNRM ’ingeschakeld’. Stuk voor stuk tochten waarvan het de bedoeling is dat die in verslagvorm het Clubblad gaan halen. In deze uitgave van uw Clubblad komt John Waleveld, deel uitmakend van de centrale commissie die deze activiteit coördineert, uitgebreid aan het woord. Zijn conclusie: het was ook dit jaar alle moeite weer meer dan waard. Maar ook: als we als KNMC Kids Maritiem in de lucht willen houden, zal de club, zullen de leden toch echt méér moeten doen: ’Er moet meer draagvlak komen. Anders hebben we echt een probleem.’

’KNMC heeft met Kids Maritiem iets heel moois in handen’

John Waleveld gaat er niet omheen draaien. Het klopt absoluut. De organiserende commissie achter Kids Maritiem is er even ’helemaal klaar’ mee geweest.

John Waleveld fungeert in dit geval als ’spreekbuis’ van de dit jaar vier personen tellende ’belclub’ die namens de KNMC op weg naar Kids Maritiem de contacten met de ziekenhuizen én de gezinnen heeft onderhouden. Robert Schilperoort, zes jaar geleden de initiatiefnemer achter deze activiteit, Jan van der Aa, echtgenote Jeannette en hijzelf, ze hebben in de aanloop naar deze Kids Maritiem allemaal wel even gedacht dat ze bezig waren aan de laatste keer. Waleveld: ’Het ging gewoon niet goed. Er kwam veel te weinig respons. Van de ziekenhuizen, maar ook van de leden.’

In die situatie kwam zo’n drie weken voor de sluitingsdatum, begin april, verandering. Tenminste vanuit de benaderde ziekenhuizen. Waleveld: ’Dat begon lekker te lopen. Het is dat we bij vijfenveertig gezinnen hebben geroepen dat de inschrijving was gesloten. Want anders waren we zeker nog in de buurt van de zestig kinderen en gezinnen gekomen. Ja, dat was natuurlijk nog veel mooier geweest. Maar toen we bij vijfenveertig riepen dat het mooi was, hadden we nog maar iets meer dan twintig schepen die beschikbaar waren. En we wilden geen van allen een week van tevoren gezinnen gaan afbellen. Dan sla je als club een heel slecht figuur. En misschien nog erger: dan bezorg je die kinderen ook een enorme teleurstelling.’

En dat nu is het laatste wat die Kids Maritiem-commissie wil. Want juist voor die kinderen, voor die gezinnen doe je het allemaal! Een wetenschap die tijdens de vele belmomenten weer steeds nadrukkelijker kwam bovendrijven. Waleveld: ’Als je dan de mensen zelf aan de telefoon krijgt, hun verhalen hoort, meekrijgt hoe graag de kinderen die dag met ons mee het water op willen, dan denk je binnen de kortste keren ook helemaal niet meer aan stoppen. Of ik voorbeelden heb van die verhalen? Ja, maar die ga ik niet vertellen, dat is veel te persoonlijk. Hoe diep en indringend ze zijn? Wat zal ik zeggen? We hebben voor Kids Maritiem de laatste jaren twee afzeggingen gehad omdat de betreffende kinderen inmiddels waren overleden. Dat zegt wel genoeg, toch?’

Dat de ’stroom’ zieke kinderen en gezinnen vanuit de ziekenhuizen in de laatste weken voor de sluitingsdatum nog wel goed op gang kwam, maakte Waleveld vrolijk, maar verbaasde hem niet echt. ’De mensen daar zijn altijd enthousiast geweest. Maar het zijn natuurlijk ook direct grote bedrijven waarmee je te maken hebt, dan kan het even duren. Daarbij hebben we Kids Maritiem in 2013 bij gebrek aan een goede datum niet kunnen organiseren, dus het vertrouwde loopje was er even uit.’ Waar het loopje er bij de ziekenhuizen weer wel inkwam, lieten de KNMC’ers het afweten. Tot teleurstelling van John Waleveld en zijn commissie: ’Wie je binnen de KNMC ook spreekt, welk onderzoek er ook wordt gehouden: leden zeggen steeds weer dat ze het sociale gezicht van de KNMC zo belangrijk vinden. Maar blijkbaar is het voor heel wat leden lastig om dat uitgangspunt ook in de praktijk te brengen.’

En vervolgend: ’We zijn uiteindelijk aan voldoende schepen gekomen. Maar vraag niet hoe. Heel veel lobbyen, af en toe leek het meer op bedelen. Daardoor hebben we er nog aardig wat schepen bij gekregen. Maar dat neemt niet weg dat we zonder de inbreng van niet-leden bij Kids Maritiem 2014 gewoon te weinig schepen hadden gehad. In Roermond was de helft van de schippers bijvoorbeeld geen lid van de KNMC. Heerlijk natuurlijk dat die niet-leden wilden helpen. Perfect, dat zegt het nodige over die mensen ook. Maar dat neemt allemaal niet weg dat het wel heel erg slecht is dat een club met iets meer dan vierhonderd schepen er niet in slaagt om voor zo’n evenement vijfenveertig boten te regelen. Of zestig, want dat had dit jaar dus ook gewoon gekund. Ik zou het zelf logischer vinden dat zich teveel schepen aanbieden, dat je als commissie leden vriendelijk bedankt voor het aanmelden, maar dat je ze helaas wegens gebrek aan gasten moet afzeggen.’

Waarom KNMC’ers niet onmiddellijk in rijen van vier klaar staan als om hun medewerking voor Kids Maritiem wordt verzocht? Waleveld heeft zo zijn gedachten daarover. Benadrukt allereerst dat het op zich helemaal niet gek is dat een deel van de KNMC-vloot afhaakt omdat de leden andere verplichtingen hebben. Of gewoon al op pad zijn. In Nederland. Of in het buitenland. ’Want je hebt nu eenmaal een boot om te varen. En we plannen Kids Maritiem dan wel zo goed mogelijk, het kan altijd zijn dat het niet past. Maar dan nog zijn er leden en schepen genoeg over die wel aan zo’n dag zouden kunnen meedoen. Zeker omdat we met onze zes startplaatsen aardig verdeeld zijn over het land. Waarom dan niet? Omdat mensen misschien niet durven? Ernstig zieke kinderen, er zijn ongetwijfeld leden die het moeilijk vinden om daarmee om te gaan. Het hoeft niet moeilijk te zijn, maar ik kan me voorstellen dat mensen zo denken.’ En dan na een kleine stilte: ’Dat kan een reden zijn. Maar het is veel vervelender dat er rondom dit evenement allerlei verhalen de ronde doen die niet kloppen. En dat mensen daarom afhaken.’

John Waleveld gaat er nu even echt voor zitten. In de rug gesteund door zijn belcomité én al die mensen die op de ’werkvloer’ actief zijn. ’Ik hoor binnen de club veel te vaak dat ziekenhuizen helemaal niet enthousiast zijn om ons te helpen. Incidenteel kan je wellicht zo’n iemand tegenkomen. Maar in z’n algemeenheid is dat absoluut niet waar. Bij de acht, negen ziekenhuizen die ook dit jaar weer hebben meegewerkt lopen heel veel enthousiaste mensen rond. Die ons maar al te graag willen helpen. Of ze nu bij het UMC in Groningen werken, of bij het AZM in Maastricht. Ze juichen het alleen maar toe dat we dit als KNMC willen doen.’ Iets wat dus ook opgaat voor de doelgroep zelf, de chronisch zieke kinderen en hun gezinnen. Waleveld: ’Daarvan wordt gezegd dat ze, als ze dat zouden willen, elke week wel een keer op pad zouden kunnen gaan. Nou, was het maar waar! Wij vragen aan alle deelnemers wat ze van ons initiatief vinden, of ze het naar hun zin hebben gehad. Maar ook of ze vaker leuke dingen krijgen aangeboden. Nou, in werkelijkheid valt dat helaas enorm tegen. En activiteiten waarbij het hele gezin een leuk dagje uit krijgt aangeboden, die zijn er al bijna helemaal niet. Waarom die geluiden het binnen onze club dan toch zo goed doen? Geen flauw idee. Misschien omdat mensen het een gemakkelijk excuus vinden. In ieder geval slagen we er als commissie blijkbaar niet in om alles duidelijk over te brengen. Dat moeten we hoe dan ook volgend jaar veel beter doen.’

Waaruit dan weer duidelijk lijkt te worden dat de vijfde Kids Maritiem in zes jaar zoals die op zaterdag 10 mei 2014 is gehouden niet de laatste is geweest. Waleveld: ’Ik spreek voor mijn beurt, we gaan pas in september evalueren. Maar wat ons betreft gaan we door. We hebben allemaal weer mogen ervaren hoe mooi zo’n dag is, voor de kinderen en hun gezinnen, maar ook voor de KNMC’ers die meedoen. Dit mag je niet verloren laten gaan. Maar, nogmaals, dan moet er voor de komende jaren wel meer medewerking komen vanuit de club. Van de leden, maar ook van het bestuur. Dat kan hierin ook leidinggevend zijn. De aanloop die we nu hebben gekend, die willen we niet meer. Trekken aan een dood paard, daar hebben we met z’n allen een hekel aan. Dan kom je echt niet vooruit.’

En besluitend: ’Of we volgend jaar echt nummer zes organiseren? Eigenlijk kan ik me niet voorstellen dat dat niet het geval is. Het zou ook heel slecht zijn. De KNMC heeft met Kids Maritiem iets heel moois in handen Het evenement zelf, het plezier en de voldoening die alle betrokkenen eraan beleven. Maar ook naar buiten toe. De KNMC heeft al jaren een probleem met zijn imago. Nou een betere manier om positief in het nieuws te komen dan met Kids Maritiem, ik ken ’m niet!’

Reacties zijn gesloten.