Het Schipperskoor zingt op schip vol naastenliefde

Mocht u eens een keer willen weten waar naastenliefde in de meest praktische vorm wordt uitgeoefend, gaat u dan eens aan boord van het riviercruiseschip De Zonnebloem. Daar ontfermen 63 vrijwilligers (waarvan 28 verpleegkundigen) en twaalf vaste bemanningsleden zich 42 weken per jaar over 67 gasten die allen een fysieke beperking of handicap hebben. Ga er maar aan staan!

De structuur aan boord is redelijk strak geregeld en dat moet ook wel met zoveel gasten die allen hun afzonderlijke verzorging nodig hebben en velen die bijzondere hulp behoeven en helaas niet meer voldoende voor zichzelf kunnen zorgen. Daar staan dus 63 vrijwilligers elke week voor klaar! Saluut, hulde en petje af; over naastenliefde gesproken! Een mooi gezegde op de website van De Zonnebloem is: ’Zonder elkaar is iedereen alleen’ en zo is het maar net.

In de organisatie heb je uiteraard de vaste bemanning (twaalf man) die ’alleen maar’ voor het schip en de keuken zorgt; voor het overige zijn er elke week 63 vrijwilligers aan boord met onder anderen een ’HV’ (Hoofd Vakantie) die eindverantwoordelijk is voor de gang van zaken met de gasten, een ’assistent HV’, een ’HH’ (Hoofd Huishouding, restaurant) en nog een ’HV’ (Hoofd Verpleging). Elke week is er, ook als vrijwilliger, een arts aan boord die de gasten de eventueel nodige medische zorg kan geven. Al deze vrijwilligers krijgen geen beloning in geld; dus het gaat hier om ’liefdewerk oud papier’. Vrijwillig werk met een tamelijk belastende dagindeling. Om 6.30 uur beginnen de werkzaamheden voor de zogenaamde ’omloop’ al. Twee vrijwilligers die de schakel vormen tussen het kombuis en het restaurant. In de loop van de ochtend schuiven verder alle andere vrijwilligers in, waarvan sommigen tot half één ’s nachts actief zijn. Dan wordt de bar gesloten, waarna een half uur later de ’NR’ (Nachtelijke Rust) ingaat.

Bezoek

Waarom al deze regels over dat schip vol prijzenswaardige naastenliefde? Welnu, dat heeft alles te maken met het bezoek dat het Schipperskoor van de KNMC nu alweer voor het derde jaar op rij aan diezelfde Zonnebloem heeft gebracht. Dat is op donderdag 28 maart in Hoorn gebeurd. Het schip is de maandag ervoor begonnen aan een (VOC)-tocht van een week. Die tocht voert vanaf Arnhem, via Amsterdam, Kampen en Enkhuizen naar Hoorn, waar het dan afmeert aan het historische Oostereiland. Een plek die dit keer overigens niet eenvoudig is bereikt. Het is deze donderdag zelfs nogal ingewikkeld om vanuit Enkhuizen naar Hoorn te varen. Normaal gesproken, zoals de meesten van ons wel weten, een ’kippeneindje’, maar in dit geval: ’Dat had u maar gedacht!’ Door de felle Oost/Noordoostenwind vindt de kapitein het deze donderdag niet verantwoord om met zijn lange en ondiepe schip (lengte 115 meter, breedte 11,50; kruiphoogte 8,80 en diepgang maximaal 1,70 meter) via de sluis van Enkhuizen te varen. Immers bij harde zijwind en weinig snelheid zal het zeer snel verlijeren en aan lager wal terechtkomen. Er is deze dag dus niet rechtstreeks van Enkhuizen naar Hoorn gevaren maar via de sluis bij Lelystad, een extra lange vaartocht van zes uur en dat over in feite zeer geringe afstand. Deze langere vaartocht zit niet in het programma, echter met een verwijzing naar onze dichter vadertje Cats: ’t Weer gaat zijn keer en luistert niet naar Prins of Heer’. Dus omvaren maar!

Nu ons onvolprezen Schipperskoor. Er wordt om vijf uur in de middag in Hoorn verzameld . Deze keer voert de reis eerst naar de Bistro Oostereiland, gevestigd in een oude gevangenis, voor een, je zou kunnen zeggen ’Dank-je-wel-diner’ voor de Koorleden die toch zo’n tien keer per jaar ’even’ op zaterdagochtend naar Breukelen komen om te repeteren. En een paar keer per jaar ook nog enkele optredens verzorgen, in dit geval Hoorn, daar ook even naar toe rijden om te zingen. Vandaag dus voor een groot aantal mensen die op een andere manier in het leven staan dan de modale KNMC’er. Voor deze dag heeft het koorbestuur, in haar alom bekende goedheid en nog grotere wijsheid, besloten de in Hoorn aanwezige koorleden (41 man/vrouw) een eenvoudige doch voedzame maaltijd aan te bieden en zo geschiedt. De wegen in de directe omgeving van de bistro zijn kennelijk recent gewijzigd, met voetpaden met paaltjes, min of meer afgesloten en/of voorzien van te weinig parkeerplaatsen én een maar lastig te vinden entree van de bistro, zodat het zo rond de klok van vijf een redelijk gekrioel is van zoekende KNMC’ers. Alle tomtoms zijn compleet van de leg. De toch met zo’n fraaie oude binnenstad gesierde gemeente Hoorn laat zich hier niet van zijn beste kant zien: geen duidelijke richtingbordjes, afgesloten weggetjes en een onnavolgbaar parkeerbeleid. Zo blijkt dat aan het eind van deze avond dat ten minste één KNMC’er een parkeerbon heeft van 90 euro vanwege ’het parkeren in een parkeerverbodzone’. Dat ’zonebord’ heeft niemand gezien. De meerijder in deze auto neemt de helft voor zijn rekening. Dit onder het motto ’gedeelde smart is halve smart’. Het maakt het leven wat minder hard.

Als koek

Dan is toch iedereen binnen en worden de drankjes (inbegrepen, dus zonder barbon, dank u wel!) geserveerd en vervolgens het voor- en hoofdgerecht. Dit alles doet menig KNMC-hart, de smaakpapillen en de maag zeer goed. Het gaat er in als koek. Als redelijk ervaringsdeskundige kan ik u zeggen: goed geregeld! Dit restaurant/bistro is voor herhaling vatbaar, goed en smaakvol met nette bediening, een aanrader! Een kopje koffie/thee tot besluit en dan op naar de een paar honderd verderop liggende Zonnebloem. Het zal u niet vreemd in de oren klinken dat wij daar hartelijk worden ontvangen met uiteraard een kopje koffie en een vriendelijk woord. Optuigen, even wat rondkletsen en dan aantreden. De salon begint vol te lopen en een vlotte start met ’My Bonnie’ brengt de sfeer er goed in. Met het nummer ’Zeemanshart’ steelt Theo Vogels als solist de harten van vele damesgasten door hen persoonlijk en van zeer nabij toe te zingen. Door afwezigheid van de ’vaste’ solist gaat de dirigent, Jan Boonacker, deze avond soleren en zingt het laatste lied voor de pauze ’Het Kleine Café’. Het wordt door de bezoekers op hoge prijs gesteld, de koorleden menen dat het ’wel om aan te horen is’.

In de korte pauze een drankje van het huis en vervolgens weer zingen met onder andere ’De Woonboot’, solist Peter Grobben die er steeds beter in komt. Fokke de Boer doet zijn best met ’Hé Kapitein’ waarna het slotlied in zicht is, zijnde ’Ay, ay Yippie’. In de salon wordt een kleine polonaise gestart en onze dirigent wordt door de polonaiselopers meegesleurd in de rondgang door de salon; het koor zingt gewoon door. U merkt het, het koor functioneert zelfs zonder dirigent; het is maar dat u het weet. Zo tegen half tien komt er een olifant met een hele grote snuit en die blaast het koorzingen helemaal uit. Inpakken en wegwezen, zij het dat de instrumenten en apparatuur nog ’even’ naar de auto’s moeten. Dus sjouwen via valreep en lange steigers en dan merk je dat vele handen licht werk maken en zo hoort het ook. Wederom met een drankje van het huis wordt er in de salon nog gezellig nagekletst met gasten en vrijwilligers en wij kijken nu al weer vooruit naar de volgende keer dat wij op het schip zullen zingen. De Zonnebloem vaart de volgende (vrij)dag naar Wijk bij Duurstede en zaterdag terug naar Arnhem.

Elke dag verschijnt er aan boord een vakantiekrant met onder meer bijzonderheden over de plaats die men die dag aandoet. Hoe ontstaan, waar komt de plaatsnaam vandaan, hoe oud is de plaats en wat is de moeite waard om te bezichtigen. Echt, aan alles is gedacht.

Uitbundig!

Nog even wat aanvullende gegevens: het schip vaart per jaar dus 42 weken, waarvan 34 in Nederland en acht in Duitsland. Arnhem is de thuishaven, maandagochtend aan boord en op zaterdag weer naar huis. Elke vaarweek zijn er andere gasten en andere vrijwilligers aan boord, die in de loop van de maandag hun weg moeten vinden. Veel vrijwilligers komen elk jaar terug. Voor hen is het gesneden koek, zij voelen zich al helemaal thuis op het schip. Een vrijwilliger die voor de eerste keer komt zal zich mogelijk nog voelen als een kat in een vreemd pakhuis. De staf is er dan ook op gespitst om deze ’nieuwelingen’ vanaf het begin te begeleiden en in te werken. De gasten (patiënten) betalen ongeveer 450 tot 500 euro per week; de vrijwilligers uiteraard niets. De Zonnebloem ontvangt geen subsidie, wel ontvangt men legaten en giften. Aan sponsoring wil men niet doen vanwege de daarmee gepaard gaande reclameverplichtingen! Mocht u ooit in de gelegenheid zijn iets te doen voor De Zonnebloem, doet u dat dan; U weet nu waarom! Ook anderen, die er normaal nooit toe komen, worden zo in de gelegenheid gesteld van ons mooie waterland gebruik te maken! En komt u het schip tijdens uw zomerse vaartochten tegen, groet dan uitbundig. U weet nu waar u mee te maken heeft!

Kees Hoogduin

PS: Met dank aan het Hoofd Vakantie van deze week, de heer Wim Koops, voor zijn zeer duidelijke en goede toelichting en corrigerende teksten op de gegevens als hiervoor vermeld.

Reacties zijn gesloten.