Henk De Velde nader voorgesteld

Een kapitein én wereldreiziger als lid van de KNMC

Nee, hij kent de Koninklijke Nederlandsche Motorboot Club niet zo goed. Natuurlijk, hij heeft wel eens een konvooi zien varen. Hij kent de vlag met het kroontje. Maar verder reikt de kennis van Henk de Velde eigenlijk niet.

Hoewel, hij heeft inmiddels wel net de ervaring van de lezing tijdens de Consulavond Oost van Theo en Ineke van Catz achter de rug. Een meer dan prettige ervaring, daar is hij duidelijk over. Sterker nog, hij heeft het over een ’prachtige middag’: ’Als je zoals ik vanmiddag ruim anderhalf uur aan het woord bent, bestaat er altijd het gevaar dat mensen onrustig gaan worden. Zeker als het er zo’n tachtig zijn. Maar daar was geen sprake van.’ Zoals het ook na afloop van de lezing niet direct ongezellig wordt. Heel wat KNMC’ers komen even bij zijn tafel langs om vragen te stellen, meningen te delen. En om hier een daar een boek te kopen, dan wel een bestelling te plaatsen. De Velde, lachend: ’Ook niet onbelangrijk natuurlijk, voor een kleine, nauwelijks meer gesponsorde zzp’er.’

Het is al met al dus een meer dan uitstekende kennismaking van Henk de Velde en de KNMC. Gearrangeerd door de nieuwe Consul van Oost en vervolgens verder uitgebouwd. Door de zeezeiler, annex filosoof, annex schrijver aan het eind van de lezing daar in Ermelo het lidmaatschap van de KNMC aan te bieden, bijvoorbeeld. Een initiatief dat door De Velde bepaald wordt gewaardeerd: ’Het is altijd heel erg leuk om te merken dat mensen je graag ergens bij willen betrekken. Dat was in het verleden al, bij andere clubs. Van catamarans, van trimarans. Maar dus ook in dit geval. Ik heb er ook echt niet over na hoeven denken of ik wel ja zou zeggen. Sterker nog, ik heb ook direct aangegeven dat ik wel iets voor de vereniging terug wilde doen. Inderdaad, dat is een maandelijkse column geworden. Ik hoop dat de leden dat op prijs stellen. Ik schijf in ieder geval graag, daar gaat het niet aan liggen.’

En ook niet aan de producten zelf, zo kan worden geconstateerd. De elf boeken die De Velde al heeft uitgebracht, zijn stuk voor stuk uiterst leesbaar. Je hoort de spreker De Velde in zijn geschreven woorden terug. Een kwaliteit die de KNMC-leden die in Ermelo hebben geluisterd op dit moment ook maandelijks in de Motorboot kunnen ervaren. Het verslag dat Henk de Velde daarin doet van zijn reis heen en terug naar Spitsbergen, maakt duidelijk dat de spreker De Velde volstrekt gelijk is aan de schrijver. Daarbij zijn er voor die KNMC’ers en partners ook andere gelijkenissen. Delen van de reis die De Velde in Motorboot beschrijft, heeft hij ook in de Heerlickheid van Ermelo met zijn gehoor doorgenomen. De Velde: ’Ja, daar ontkom je niet aan. Vooral niet omdat het bij de KNMC natuurlijk ook voor een deel over die laatste reis moest gaan.’

Over Henk de Velde als motorbootvaarder dus. Niet zo vreemd dat Theo van Catz in de aanloop naar zijn eerste Consulavond vooral dat aspect heeft benadrukt. Ja, de avonturen van Henk als zeezeiler – ze mogen niet worden vergeten. Maar de KNMC is en blijft een club van motorboters. En zo’n reis van een maand of vijf met een motorkotter naar Spitsbergen en terug, tja, daar wil je als schipper eigenlijk alles van weten. Dus besteedt De Velde in Ermelo na de pauze een klein uurtje in woord en beeld aan die laatste reis. En is het deel voor de stop bestemd voor zijn avonturen met z’n verschillende zeilboten. Niet voor al zijn avonturen, vanzelfsprekend. Want als je zesmaal solo de wereld rondvaart, heb je meer in de aanbieding dan een verhaaltje dat in één helft van een voetbalwedstrijd past…

De man die als kind al weet wat hij wil worden (’Kapitein en wereldreiziger’) en daar zelfs niet van afziet nadat hij zijn eerste dertien maanden op zee zeeziek heeft doorgebracht, vertrekt in 1978 voor zijn eerste wereldreis. ’Ik had 4000 gulden op zak. Dan weet je twee dingen. Ik zal er bij moeten werken en het gaat een tijd duren voordat we terug zijn.’ Het duurt dan ook zeven jaar voordat hij weer voet op Nederlandse bodem zet. Om al snel daarop richting Kaap Hoorn te trekken. ’Een bergbeklimmer wil eenmaal de Mount Everest hebben beklommen, een solozeiler is niet compleet als hij Kaap Hoorn niet minstens een keer heeft gerond.’ De zeiler die op open zee regelmatig met walvissen optrekt (’Ook onder mijn schip, en ik maar hardop praten: kom alsjeblieft niet omhoog, niet nu…’) doet het uiteindelijk drie keer en eenmaal bijna.

De reis is belangrijker dan het doel. Het is het motto geworden voor De Velde. Het is ook direct de reden van het gegeven dat Henk de Velde nog niet terug hoeft te zijn om alweer plannen te maken. Maar hoe aansprekend die plannen en doelen ook zijn (of het nu om het aanvallen van wereldrecords gaat of om overwinteren in het poolijs van Nova Zembla) ook dan is het de reis die telt. Het onderweg zijn. Of nog specifieker, het op zee zijn. Henk de Velde: ’Dat heb ik altijd al gehad. Als ik geen land meer om me heen zie, voel ik me goed. Dan kan er niks meer gebeuren.’ Niet voor niets kiest Henk de Velde dan ook voor zijn Never Ending Voyage. ’Dat was mijn leven, ook omdat ik dacht dat anderen mij niet nodig hadden.’ Een misvatting, zo blijkt als hij zoon Stefan eens goed bekijkt bij wéér een ontmoeting onderweg. En dan heb je bewoners van het mooiste eiland ter wereld ’Toen onze mop en mopje was’ leren zingen, heeft Chief Theo van datzelfde eiland gezegd dat hij in dit paradijs mag blijven, je gaat wel naar huis.

Maar niet om daar de hele tijd te blijven. Henk de Velde mag na Kaap Hoorn binnen afzienbare tijd dan ook de kaap van 65 jaar ronden, de onrust zit er nog in. De gedrevenheid om nieuwe werelden te ontdekken en al bevaren zeeën en (ei)landen wederom aan te doen. Dat hij dat de laatste keer met een motorboot heeft gedaan, staat volledig los van zijn leeftijd, zo stelt hij: ’Dat is echt een verkeerd beeld. Je hoeft niet op leeftijd te zijn om voor een motorboot te kiezen. Ik heb voor dit schip gekozen omdat ik er niet alleen mee wil varen, maar er ook op wil wonen. En dan is het prettig om een beetje luxe om je heen te hebben en ’s winters de kachel aan te kunnen zetten.’ Dat zijn ’huis’ zeewaardig is, is geen toeval: ’Toen ik een motorboot ging kopen, was het uitgangspunt dat het schip absoluut zeewaardig moest zijn.’

Welnu, de dikkont met een diepgang van 1,85 meter die tegenwoordig Solitario heet, heeft zijn zeewaardigheid de achterliggende maanden wel bewezen. De Velde is trots op zijn schip, waarmee hij in die betrekkelijk korte tijd ook al weer heel wat heeft beleefd. Op zee, en omringd door het ijs. Dat er, zo laat hij weten, nog volop te vinden is daar in het noorden. Dit in tegenstelling tot wat er in het recente verleden is beweerd. ’Acht jaar geleden werd gesteld dat de poolkappen in 2013 zouden zijn verdwenen. Dat valt dus enorm mee. Of er niets is veranderd? Dat kan. Maar, met alle respect voor iedereen, ik geloof niet zo direct in de invloed van de mens, veel meer in de bewezen natuurlijke cyclus van 25.000 jaar’, aldus de man die de afgelopen zomer ook nog eens de unieke ervaring van een serieuze ziekte heeft meegekregen.

’En dat terwijl ik nooit ziek ben, nooit!’ Nu is de gezondheid van De Velde echter zo ernstig in gevaar dat hij zo snel mogelijk per vliegtuig van Longyearbyen op Spitsbergen naar Tromsø aan de vaste wal van Noorwegen moet worden vervoerd, waar hij ook nog eens zestien dagen moet blijven. Het is het gevolg van een bacteriële infectie die al zo’n dertig jaar in zijn lichaam aanwezig moet zijn geweest. Het loopt allemaal met een sisser af, mede met dank aan ’matroos Iris’. Een meisje dat met de fiets aan boord is gestapt met het plan om vervolgens vanaf Tromsø weer naar huis te fietsen. De matroos is echter aan boord gebleven en is dus ter plekke om het schip tweeënhalve dag richting Spitsbergen te sturen en daar in de Isfjord aan te leggen, terwijl Henk de Velde veelal ijlend in bed ligt. Zo vaar je solo zesmaal zeilend de wereld rond, zo komt het wel heel erg goed uit dat er een matroos aan boord is. Toeval? Wie zal het zeggen. Henk de Velde niet. Die besluit zijn lezing in Ermelo op een andere manier: ’Een zeeman zegt nooit waar hij naar toe gaat. Een zeeman zegt: ik ga naar zee.’

Waarmee de zeeman die KNMC-lid Henk de Velde toch is ook direct aangeeft dat de kans niet groot is dat de leden hem de komende maanden – buiten zijn columns in het Clubblad om – met enige regelmaat ook daadwerkelijk in KNMC-verband gaan ontmoeten. Natuurlijk, de kans bestaat dat Henk zich nog een keer laat zien, al dan niet in combinatie met een praatje, of een lezing. Maar deelname aan een KNMC Toertocht zit er vooralsnog niet in. De Velde doet immers aan andere Toertochten. En hoewel hij zich op het moment van spreken nog niet wil uitlaten over welke tocht er met welk schip in de ’zomer’ van 2014 op zijn programma staat, het ziet er naar uit dat we het dan niet over de KNMC Paastocht van TTL Rietje Nome of Zout en Zoet van Ad Smaal hebben. Het Sluitingsdiner dan, eind oktober, begin november? De Velde: ’Dat zou kunnen. Rond die tijd wil ik in ieder geval wel altijd weer terug zijn…’

Reacties zijn gesloten.