De Rijn-Moezel-Saartocht 2009

‘Drei Flüssen Traum Tour’: een prachtige nazomertocht

Verslag van een ‘Drei Flüssen Traum Tour’. We bevaren de woeste drukke Rijn, de lieflijk meanderende Moezel en de paradijselijk rustige Saar. De KNMC Rijn-Moezel-Saartocht 2009. Deze reportage is tot stand gekomen a/b Ms. Lady of the Dawn door: Toni Vollebregt. Met dank aan Henny Voorend & Hermann Heiden voor hun foto’s.

Verrassend Rijn Moezeltocht-debuut voor Toertochtleiders Fred Vollebregt & Hermann Heiden. Mede dankzij een prachtige nazomer wordt de tocht, in ieder opzicht, een enorm succes!

Op 16 september breekt het uur 0 aan. ‘Es geht loss!’ We monsteren aan in Rees. Aan boord van de ‘Lady of the Dawn’ wordt op 15 september de schatkist gevuld onder het genot van een drankje en de borrelhapjes worden verzorgd door Mieke & mij. Op 16 september arriveren de laatste 4 schepen in de haven van Rees en ook de laatste reismunten wisselen, aan boord van de ‘Pagani’, van eigenaar. ‘s Avonds viert de complete groep de officiële opening van de tocht op het clubschip van de haven. Onder het genot van een goed glas Sekt houdt Fred zijn openingsrede. Vooral het feit dat de verslaggever niet uit de groep hoeft te komen vindt veel bijval. ‘Hiervoor ben ik wederom op de knieën gemoeten’, aldus Fred. Hilariteit alom en een collectieve zucht van verlichting gaat door de groep. Ook Hermann heeft vóór de aanvang van het openingsbuffet veel moeten praten. Net als 3 jaar geleden is ook dit keer de pers gewaarschuwd dat de ‘grijze’ vloot uit Nederland weer zou aanmeren in Rees en een verslaggeefster neemt Hermann een interview af, terwijl de fotograaf onze schepen op de gevoelige plaat vastlegt. Zo ook in Pölich op de ochtend van ons vertrek en tijdens het binnenvaren van de haven in Duisburg, waar we de kantoren van de West Deutsche Rundfunk, de WDR, passeren. Zodra we vastliggen wordt Carel geïnterviewd vanaf de wal terwijl de camera draait. Langzaam maar zeker worden we wereldberoemd in Duitsland, want niet alleen de krant doet dus verslag van onze komst, ook zijn we te bewonderen op de nationale televisie.

Kristel Henstra, de kokkin van jachthaven Rees, overtreft zichzelf dit keer. Ook 3 jaar geleden verzorgde zij het openingsbuffet en dat was duidelijk voor herhaling vatbaar. We genieten met volle teugen van al het overvloedige lekkers wat zij ons voorzet. Het is geen haute cuisine, maar de schotels die voor ons klaarstaan zijn werkelijk tongstrelend. Er is veel variatie en zelfs de visliefhebbers zijn niet vergeten. De tafels zien er feestelijk uit met glad gesteven wit linnengoed en langwerpige bloemstukken als pièce de milieu. Tijdens het nagerecht oppert Henny Voorend het idee om zijn keyboard van boord te halen. In no time wordt alles geïnstalleerd en speelt Henny de sterren van de hemel. Er wordt meegezongen en gedanst, kortom: het dak gaat eraf. Henny trekt Lex aan zijn bretels de dansvloer op en de heer Henstra waagt er, weliswaar onder wakend oog van Siem, een dansje aan met Toos van Ruiten en zingt aan het eind van de avond de alom bekende song ‘Auf wiederseh’n’. Hiermee is de kop eraf en de trend gezet voor de rest van de tocht.

‘Vati Rhein’
De hierop volgende dagen laat de zon zich in al zijn glorie zien. Het zijn, niet alleen meteorologisch gezien, heerlijke dagen. Waar geen programma is, wordt er samen geborreld en gegeten. A/b van de Jacob, waar de Moet & Chandon en de Duitse Sekt rijkelijk vloeien en a/b van La Belle Vie proeven we van het goede leven en inderdaad: la Vie…elle est très Belle. Len & Carel en ook Gerda & Mart verstaan de kunst van het genieten van het leven en delen hun ‘Hoorn des overvloeds’ graag.

Het is een ware Indian Summer. Het is nog niet voorgekomen dat de Rijn-Moezel-Saartocht in zomerkleding gevaren kon worden, maar wij doen het. De weergoden zijn ons zelfs zó goed gezind dat het mogelijk blijkt in korte broek, tot ver voorbij het vallen van de avond, buiten van een lange avond te genieten. Helaas is deze verwennerij niet positief voor de waterstand die maar blijft dalen. We hopen met z’n allen dat er in de Vogezen, het Schwarzwald of bij de oorsprong van de Rijn gedurende de nachten flink wat water uit de hemel zal vallen. Maar ook weer niet teveel, want dan stijgt het water te erg en in dat geval doen zich heel andere problemen voor. Oudgedienden kunnen zich díe ellende maar al te goed herinneren van 3 jaar geleden. Nú is de grootste zorg een vervangende haven vinden voor het geplande Oberwinter. Juist daar is de waterstand zoveel gedaald dat we de haven niet kunnen binnenvaren. Bröhl blijkt de meest nabije haven en dagenlang probeert Hermann daar een havenmeester te bereiken, echter zonder succes. Fred besluit de hulp van Eep Boonstra in te roepen. Eep heeft 6 jaar terug al met dit bijltje gehakt, dus waarom niet profiteren van zijn ervaring. Eep heeft verschillende telefoonnummers en als Hermann één van de nummers belt verneemt hij dat Eep hem reeds voor is geweest en… we zijn meer dan welkom in Bröhl. So far so good! We genieten met volle teugen van het mooie weer en vergeten gemakshalve hoe hard we regen nodig hebben.

In Düsseldorf staat Variété op het program. Variété is universeel. Vol verwachting wandelt de hele groep naar het Apollotheater. Al van buiten is zichtbaar dat het een nautische avond wordt. Wat een enige verrassing! Toen het theater besproken werd was het programma nog niet bekend. Maar we houden allemaal van acrobaten, clowns en jongleurs dus onze TTL’s vertrouwden erop dat deze boeking garant zou staan voor een plezierige avond. Omdat het havenmeesters echtpaar, Marita & Paul Joseph Gast, ons een forse korting op het havengeld geeft, gaan zij mee als onze gast. Binnengekomen zien we dat de show ‘Leinen los’ heet. Wat toepasselijk! We betreden vol verwachting het prachtige theater, dat ouderwetse luxe ademt, de show begint. Maar wat schetst ieders verbazing? Twee ‘Snip & Snap’- figuren komen op en starten een conference. Fred & Hermann verslikken zich bijna in hun drankje van schrik. Cabaret? Hm… Enig in je moerstaal, maar vaak onbegrijpelijk in een vreemde taal. Gelukkig blijkt dit slechts de manier om het programma aan elkaar te praten en naarmate de avond vordert blijkt iedereen behoorlijk wat van ‘Herta & Berta’ te begrijpen. Duitse humor verschilt niet zo gek veel van onze Hollandse humor. Zo volgen we deze twee weduwes op leeftijd tijdens hun cruise door de wereld van het variété. Het wordt een magnifieke avond. We genieten allemaal met volle teugen van de humor van een Engelstalige clown, we zien staaltjes acrobatiek die iedere fantasie te boven gaat en ook de jongleurs zijn buitengewoon vakkundig. We hangen aan de perfect gestifte lippen van de verschillende travestieten die bekende songs ten gehore brengen uit ‘onze’ tijd en vooral hun briljante make-up, hun prachtige kostuums en de glossy glitter & glamour waarmee zij hun optreden larderen dwingen onze bewondering af. Eigenlijk duurt deze magnifieke avond veel te kort en het is heerlijk om tijdens de korte wandeling terug naar de haven de voorstelling onderling te evalueren.

Na aankomst op onze botelletjes gaan we – moe maar zeer voldaan – direct te kooi, want de volgende morgen staat ‘Frühshoppen’ met muzikale ondersteuning van ‘Super Jazz’, op het programma. ‘Frühshoppen’ is brunchen en we moeten om 11 uur aantreden met een lege maag en een zonnig humeur. De zon schijnt wanneer Rosi & ik al vroeg in het havenkantoor bezig zijn om samen met Marita Gast dienbladen vol broodjes te voorzien van heerlijk en typisch Duits beleg. Tijdens het besmeren van de laatste broodjes klinkt het stemmen van de instrumenten. Perfect timing: ‘Super Jazz’ is binnen, het feest kan beginnen!’ Al mijn reisgenoten zitten aan lange tafels op het ponton en hoewel de glazen nog leeg zijn zit de stemming er al goed in. Voor de tweede keer in de geschiedenis van de Rijn-Moezeltocht lukt het ‘Super Jazz’ de harten te veroveren met hun Jazzy entertainment. Luis Prima, Dean Martin, Frank Sinatra en Louis Armstrong passeren de revue en ook de liefhebbers van de echte Dixieland en New Orleans-jazz komen volledig aan hun trekken. Aan belegde broodjes geen gebrek, alles rijkelijk overgoten met koel donker bier en de enige echte Düsseldorfer Killepistch. Dit bittertje, of eigenlijk kruidenlikeurtje, is zó lekker dat er zelfs een legende over bestaat. Het verhaal dateert uit WWII en Marita vertelde het mij. ‘Tegen het eind van de laatste oorlog’, zo verhaalt Marita, ‘zeiden 2 Düsseldorfer vrienden, terwijl ze in een schuilkelder weer een bombardement probeerden te overleven, tegen elkaar: Komm, wir PITSCHEN uns einen, bevor die Amerikäner uns KILLEN’. Nog steeds doet dit verhaal de ronde. Het uitschenken van dit heerlijke bittertje gebeurt met enthousiasme en soms dreigt het peil iets te dalen, maar dat verhoogt alleen maar de gezelligheid binnen de groep. We jiven en twisten op de steiger en door de lens van mijn camera zie ik op de achtergrond de dansende gebouwen van de Amerikaanse architect Frank O’ Gehry, goedkeurend toekijken. Het is een in alle opzichten stralende ochtend die tot diep in de middag voortduurt. Druppelsgewijs keren we, rondom gelukkig, terug naar onze boten.

De volgende ochtend hebben we een heerlijk vaartochtje in het vooruitzicht. De zon schijnt en de thermometer laat zomerse waarden zien. Het is rustig op de Rijn, verrassend weinig beroepsvaart. Onderweg komen we nog een klein groepje KNMC’ers tegen op de terugweg naar Nederland. We meren af in Keulen en besluiten er een ‘rustig avondje thuis’ van te maken. Aan cultuur geen gebrek deze reis. We brengen de volgende dag een bezoek aan het ‘Schocolade Museum’. Dit moet échte must zijn voor de chocoladeliefhebbers! Het chocolademuseum opende in 1993 zijn deuren en is gelegen aan de rand van de Rijn. We zijn er langs gevaren. Het museum trekt ongeveer een half miljoen zoetekauwen per jaar en verraadt bijna alle geheimen achter lekkere chocola. Het museum geeft per jaar 3.000 kilo chocola weg! ‘Dát is wat voor ons’, dachten wij. Bij aankomst splitsen we ons op in 2 groepen, met voor ieder groep een Nederlands sprekende gids. We zien niet alleen een expositie, maar we hebben de lekkernij kunnen ruiken, voelen en niet geheel onbelangrijk: proeven! Hoewel dat laatste bepaald karig te noemen is. Bij de ingang een heel klein stukje en tijdens de rondleiding een wafeltje gedoopt in vloeibare melkchocolade. Na 2 kopjes koffie met… een punt goddelijke Chocoladetaart (helaas ‘duivels’ voor mijn heupen) begeven enkelen van ons zich naar de winkel om het een en ander in te slaan voor aan boord en als we ons voldoende kunnen beheersen, nog wat voor thuis. Bij het verlaten van het museum wordt Fred getipt dat we het pand niet mogen verlaten, omdat er slechts een gedeelte van de rekening betaald is. Snel betaalt Fred het verschuldigde bedrag zich uitputtend in verontschuldigingen en even later openen de deuren zich voor ons en zijn we vrij om naar de stad te lopen en van de zon te genieten op een terras. Rosi & Hermann verrassen de hele groep: hun goede vriend zal ons, ‘s morgens, op 4 verse broodjes per schip uit eigen bakkerij trakteren. Een geweldig cadeautje dat zeer op prijs gesteld wordt door ons allemaal. Over presentjes gesproken… Ná het ‘Schocolade Museum’ trekken Fred en ik met een missie de Altstadt in. Zij zijn niet de enige. De creditcards branden immers altijd in de portemonnees. Enfin, Fred en ik shoppen niet privé, we willen bedankjes uitzoeken voor het ‘Personeel’. Nadat de cadeautjes uitgezocht en gekocht zijn nuttigen we nog een warme maaltijd op een mooi terras en laten ons per Riksja terugbrengen naar de haven.

In Bröhl is het de volgende dag een beetje geharrewar met het afmeren. De ‘Lady of the Dawn’ ligt ogenschijnlijk soignée naast de ‘Pagani’ en Fred probeert elektriciteit te regelen als ik onbekende geluiden onder de boot hoor. Fred komt terug en hoort hetzelfde: ‘We liggen op de grond. Het onderwaterschip wordt gezandstraald! We kunnen morgen niet zonder problemen weg. Losmaken en naar de overkant!’. Zo gezegd, zo gedaan! Alleen is dát moeilijker dan je denkt. Strak aan bakboord ligt de ‘Pagani’ en aan stuurboord, op nog geen 10 cm. afstand, beloeren de keien ons kwaadaardig. Géén ruimte om te manoeuvreren. Fred ploetert, ik ploeter en Rosi ploetert. Het wordt boegschroeven, hekschroeven, duwen en trekken. Maar zó komt de ‘Lady’ wél los en zij kan oversteken naar de veel diepere WSA haven, waar Hermann druk bezig is een beambte uit te leggen dat wij écht toestemming van de WSA hebben om daar een deel van onze schepen voor de nacht te parkeren.

‘Die liebliche Mosel’
Het sluizen in Koblenz belooft soepel en vlot te verlopen. Helaas is de sluiswachter wat vergeetachtig en onze groep ligt lijdzaam eindeloos te wachten. Hermann meldt dit aan de sluiswachter in niet mis te verstane taal en moppert nog even door in onvervalst Hollands en ehm… daar was, naar mijn mening, geen woord Chinees bij. Weer een probleem opgelost en nu loopt alles weer gladjes en we genieten van de heerlijk rustig meanderende Moezel. Deze prachtige rivier kronkelt zich als een reuzenslang in talrijke bochten, vanaf haar oorsprong, in de Franse Vogezen, door drie landen en vloeit na meer dan 545 KM bij Koblenz de Rijn in. Na een krap uurtje varen doemt de brug van Winningen voor ons op en meren we probleemloos aan. Enkelen van ons zijn al snel druk met het laven van hun vele zéér dorstige edele viervoeters, want de tocht is nog lang niet over en er zal nog veel kracht worden gevergd van de paarden in onze motorkamers. ‘s Avonds eten we op eigen gelegenheid, doch wederom voltallig, in het havenrestaurant. Helaas is niet op onze komst gerekend en wordt ons geduld eindeloos op de proef gesteld. Maar zodra de bestelde maaltijd wordt geserveerd is het als vanouds optimaal genieten geblazen.

Verslag van een ‘Drei Flüssen Traum Tour’. We bevaren met een konvooi van dertien KNMC-schepen de woeste drukke Rijn, de lieflijk meanderende Moezel en de paradijselijk rustige Saar. De KNMC Rijn-Moezel-Saartocht 2009. Deze reportage is tot stand gekomen a/b Ms. Lady of the Dawn door: Toni Vollebregt. Met dank aan Henny Voorend & Hermann Heiden voor hun foto’s.

Wanneer we vanuit Winningen naar Cochem, toeristische trekpleister aan de Moezel, vertrekken is het landschap gehuld in een mysterieuze nevel. Onze vaste compagnon van de afgelopen dagen, de najaarszon, doet zijn uiterste best om door de mist heen te breken. Ja hoor, vóór de koffie is de hele omgeving weer opgewarmd tot bijna zomerse temperaturen.

Helaas passeren we de sluizen dit keer niet gezamenlijk. De beroepsvaart heeft nog steeds voorrang op de pleziervaart en ook de rondvaartboten, die op tijdschema varen gaan voor. Desalniettemin hoeven we niet al te lang te wachten. Het is alleen spijtig dat we bij de tweede sluis Ria & John Kengen moeten achterlaten, maar al snel nadat we allemaal liggen kunnen we de Second Lady aanpakken. De kade ligt bedekt onder een dikke, smeuïge laag zwanen- en ganzenpoep en de bezems en het putsemmertje met sop worden tevoorschijn getoverd. Onze spreekwoordelijke Hollandse voorkeur voor een helder stoepje voor de deur wordt weer bevestigd en na een kwartier flink schrobben blinkt de kade en is het veilig om de snoeren uit te rollen. Het ‘frisje’ staat op verschillende achterdekken al vóór vier uur klaar omdat we om zes uur feest gaan vieren in de Hexenkeller. En dat het een feest wordt staat als een paal boven water. Het ‘diner’ is simpel maar erg lekker, evenals de muziek, die al enkele decennia achtereen verzorgd wordt door de onvolprezen Hans Makowsky. De feestvreugde is groot en voor het eerst in zijn leven laat Fred zich meeslepen in de polonaise. Natuurlijk wordt ook deze avond volop meegezongen en de beentjes gaan weer tot laat in de avond vol overgave van de vloer. Het is nog heel lang onrustig in Cochem. Het is volstrekt onmogelijk om een paar dagen in Cochem te vertoeven en niet iedere dag te feesten, dus ook op onze laatste dag in dit beeldige stadje vieren we het leven. Met de hele groep laten we ons overzetten met de pont van Harald Schwartz. We moeten omhoog naar de Schlossberg Keller van de familie Weisskopf. Het is een heftige wandeling over het steile straatje. ‘Ploeterend, over het moeilijk begaanbare straatje, sleep ik mijn door welvaart geteisterde lijf, puffend en steunend naar boven en bedenk dat het geen slecht idee zou zijn om te stoppen met roken en de overtollige kilo’s zonder pardon weg te ‘Sonja Bakkeren’. Maar zodra ik me hijgend achter een goed glas wijn en een plateau plaatselijke lekkernijen neervlij, zijn al deze goede voornemens als sneeuw voor de zon verdwenen’, schreef ik drie jaar geleden in mijn verslag. Er heeft, op geen enkel gebied, verandering plaatsgevonden. In de Keller van Weisskopf proeven we wijnen en zij variëren van ‘Château Migraine’ tot zeer goed te drinken Sekt. We eten daarbij een traditionele Winzerteller en natuurlijk wordt er weer gezongen. Henny Slingerland geeft nog even een solo weg en ook Hermann en Henny Voorend laten horen dat ook zij geen onverdienstelijke solisten zijn. Een heerlijk avondje en het duurt nog uren voordat de KNMC op één oor lag.

Op deze nieuwe dag is de omgeving wederom gehuld in een dikke mist. Af en toe is het zicht zó slecht dat we het schip vóór ons niet meer zien. Alles verloopt uiteindelijk toch helemaal naar wens doordat de zon laat zich weer laat zien. Onderweg dobbert Fred aan de rechteroever van de Moezel, zodat ik van ieder schip een mooie foto kan maken. Hermann vereeuwigt tegelijkertijd onze ‘Lady’. Verderop in de tocht krijgt ieder schip een fles Sekt met daarop als etiket een mooie foto van hun eigen schip. Onderweg maak ik op mijn laptop een ‘Drei Flüssen Traum Tour’- herinnerings etiket. We leggen veilig en op tijd aan in Traben-Trarbach. Daar wacht ons een heerlijke ontvangst, die verzorgd is door de Belgische Harry en zijn werkelijk uiterst charmante echtgenote Silvia. Het wordt intussen een echte Traum Tour-traditie: een sfeervolle avond ‘mit Wein, Sang und Tanz’, die Carel zich later herinnert als ‘Beach-Party’. Rond 1900 is de Riesling een van de meest exclusieve en duurste wijnen ter wereld. Ook wij vinden hem goed smaken en kunnen maar geen genoeg krijgen van deze Duitse wijnen die bij ons eigenlijk niet eens zo’n geweldige reputatie hebben. Henny heeft zijn apparatuur weer op de wal gezet en in de open lucht zorgt hij voor de muzikale ondersteuning. Ook Hermann zorgt weer voor veel vrolijkheid met zijn accordeon en Rosi deelt verschillende muziekinstrumenten uit, zodat iedereen kan meespelen. Alle aanwezige leden van het KNMC Schipperskoor geven enkele nummertjes weg en natuurlijk zingen we allemaal mee hoe hoog de zolder is en hoe laag de vloer. Ongetwijfeld zijn wij allen afstammelingen van Dionysus, de god van de wijn, die zo dol was op drinkgelagen, want het ontaardt hier in Traben-Trarbach wederom in een waar Bacchus festijn. Pas ver na zonsondergang keren wij héél voorzichtig bootwaarts. Ook hier duurt het tot ver ná zonsondergang voordat de rust in de haven is weergekeerd.

De volgende dag trekken we er massaal op uit om Traben-Trarbach te bezichtigen. Velen van ons bestijgen hun stalen pony en omdat Anneke & John van Ruiten (jawel: ‘familie van’) gisteren met de auto vanuit Nederland zijn gearriveerd, worden enkelen van onze groep door John naar de stad gereden. Het ‘Sjonnie, bedankt’, klinkt dan ook snel uit vele dankbare kelen. Henny & Nic nemen een taxi naar een thermisch bad en laten zich heerlijk in de watten leggen. Zo heeft iedereen op zijn eigen manier een heerlijke dag achter de rug.

Herfstige tijden zijn aangebroken en het is duidelijk voelbaar dat de weergoden uit een volledig ander vaatje tappen. Het is bijna koud. We zijn onderweg naar Neumagen-Dhron, waar we in een gezellige haven brasserie een heel bijzondere maaltijd voorgeschoteld krijgen. We maken het niet laat. Er is morgenochtend tijd genoeg om nog even het dorpje te bekijken terwijl enkelen onder ons gaan tanken. Morgen varen we slechts zeventien kilometer naar Pölich. Als we uit Neumagen vertrekken is de mist al opgetrokken en af en toe probeert een flauw zonnetje door te breken, maar zonder veel succes. Nog steeds houden we het droog. Het Moezellandschap is werkelijk adembenemend. Het vlammend rood smelt samen met vurig oranje en zonnig geel in een zich glooiend ontvouwende herfstige lappendeken van alle denkbare groen-nuances. Verscholen in deze prachtige natuur ontwaren we idyllische dorpjes waar al jaren niets meer lijkt te zijn veranderd. De straatjes zijn geplaveid met oude klinkers en zwerfkeitjes. Op straat maak je in levende lijve de ambachtelijke bedrijvigheid van weleer mee. Overal langs de oever van de Moezel zie je op de bergtoppen de oude burchten of de resten van wat ooit trotse burchten waren. Daar waar zoveel geschiedenis zich afspeelde, heeft de natuur nu weer vrij spel. Hoogstens wandelaars en een enkel schaap gaan hier nog op overwinningstocht. De klok tikt, maar de tijd lijkt stil te staan.

Als we in Pölich aankomen in haven ‘Moselhertz’ staat er een klein ontvangstcomité op de steiger te wachten. Er worden foto’s van onze schepen gemaakt en later vernemen we dat dit op verzoek van de plaatselijke krant is. Weer wordt er aandacht aan ons besteed. Ook aan de Moezel worden wij plaatselijke beroemdheden. Met een kleine groep eten we in het havenrestaurant en ad hoc besluit Henny haar ‘Sylvesters’ (oudejaarsavond) te vieren. Hermann heeft een accordeon gevonden en al zingend luiden we Henny’s 66e levensjaar uit. Het wordt een enorm feest. Ook Giselle, de eigenares van de haven, haar zoon en Peter de opdringerige (zoals later blijkt) wijnboer zijn van de partij. Het is 36 jaar geleden dat Henny voor het laatst haar geboortedag vierde en ze geniet duidelijk. Van Giselle & Peter ontvangt de bijna jarige een mooie fles Sekt en een vaantje van de haven. Heel voorzichtig wandelen we terug naar onze boten waar we direct gaan slapen. ‘s Morgens zingt de hele groep Henny toe en de mensen van Henny’s oudejaarsfeestje kijken wat moeilijk de wereld in. Verderop staan Giselle en Peter ons vanaf de brug uit te zwaaien. We genieten van de laatste 42 kilometer van de Moezel, die werkelijk lieflijk tussen de wijnvelden door stroomt, onderweg van Pölich naar Saarburg.

‘Die fabelhafte Saar’

Even na sluis Trier komen we op de Saar, van alle rivieren die we hebben bevaren heeft de Saar het meest rustige, mooie landschap. De natuur hier is werkelijk spectaculair. Het is hier oogverblindend mooi, onvoorstelbaar rustig en zoveel herfstiger dan aan de Moezel. Het uitzicht op de oevers voldoet op alle denkbare manieren aan het verwachtingspatroon dat je onderweg voor dit deel van Duitsland kunt hebben. We varen hier langs de hoogste toppen van de beboste bergketens. De herfstige kleurenpracht in de Hunsrück is een waar wonder. Als je hier varend om je heen kijkt kun je niet anders dan de Saar in je hart sluiten. Voor mij was en is de Saar een van de hoogtepunten van de schepping. Alleen de hemel schenkt zo’n paradijs. Een waar paradijs! Hier, aan de Saar, ontbreekt het aan niets om de liefhebber van rust en natuur, historie en cultuur op de wenken te bedienen. Een beetje stil van al deze schoonheid varen we verder.

We leggen ‘wild’ vast aan een lange steiger van de WSA in Saarburg. Het is hier ‘vrij parkeren’ en dat stuit op weerstand van een beroepsschipper die ons meldt dat we weg moeten omdat een collega van hem hier later op de dag wil aanleggen. Hermann legt hem rustig uit dat deze plaats ‘vrij’ is en dat in zo’n geval geldt: ‘Wie het eerst komt, het eerst maalt.’ Waarschijnlijk liet het groen-ogige monster zich zien, want het verwachte schip komt niet. Op loopafstand van onze ligplaatsen proeven we wijn bij Weingut Brennerei Alois Hein Schultheis. We varen deze tocht langs drie Duitse rivieren die allen bekend staan om hun wijnen. Vandaag is de Saarwijn aan de beurt en daarbij een goed verzorgde Winzer Platte. Carel geniet van deze wijnproeverij. Met name de uitgebreide uitleg die gegeven wordt en het geduldig beantwoorden van de gestelde vragen vindt hij bijzonder prettig. Zelf begin ik me na ongeveer tien minuten een beetje te vervelen en ergeren aan de stem van de dame die voor ‘de klas’ staat, want ze klinkt als een ouderwetse repeteerwekker van de HEMA. Al met al was het een aardige Weinprobe, alleen heeft de Saarwijn beslist niet mijn voorkeur. Na het proeven van de wijn is er nog voldoende tijd om het centrum van Saarburg met een bezoekje te vereren, hetgeen alleszins de moeite waard is. Het is een korte wandeling langs de Saar. Henny laat ons, ter ere van haar verjaardag gisteren, op een terras aan de Buttermarkt genieten van de bijzondere Federweißer. Dit is nieuwe wijn en laat zich het best smaken met een stukje Flammkuchen of Zwiebelkuchen, maar een Apfelstrudel begraven onder een dikke laag slagroom smaakt ook prima bij dit fris-zoet gekoelde godendrankje. In de straatjes en steegjes van dit middeleeuwse centrum pronken vakwerkhuizen en kleurrijke monumentale panden. Het valt Wil en Toos op dat de bloembakken er nog steeds zo fris bij staan/hangen en dat alles er zo mooi verzorgd is. Dat geldt overigens voor alle Duitse plaatsen die we aandoen. Hier in Saarburg, wandel je over bruggetjes en langs historische huizen op houten palen. Om die reden wordt Saarburg wel eens ‘klein Venetië’ genoemd. Vanaf de terrasjes op de Buttermarkt kijken we over de watervallen, midden in de stad. Na onze heerlijke traktatie blijven sommigen heerlijk in het zonnetje op het terras zitten. Een ander groepje gaat nog even wandelen in dit schilderachtige stadje en laat zich fotograferen bij de 20 meter hoge waterval midden in het centrum. Fred en ik hebben een Italiaanse ijssalon gevonden en na ons ijsje leggen we te voet de twee kilometer langs de Saar af terug naar onze ‘Lady’. Het voorgaande om ons onrustige geweten te sussen. Onderweg komen we het toeristentreintje dat door Saarburg rijdt tegen en wie zitten er helemaal achterin? Inderdaad: ons feestvarken Henny met haar Nic. Als we onze ‘haven’ naderen maak ik foto’s van de boten en zie de grote KNMC-vlag voor het eerst deze windstille reis, hoog in de mast van de ‘Jacob’, trots heen en weer wiegen op een briesje. We brengen deze nacht door onder een wolkeloze hemel, terwijl een adembenemend mooie volle maan over ons waakt. De nacht is betoverend, het water als een spiegel zo glad en de magische damp die opstijgt maakt dat ik me in een sprookje waan. De Saar is een prachtige schatkamer van stilte en natuurschoon.

We varen naar Merzig, het verste punt van onze reis. Mieke vertrekt en haar plaats wordt ingenomen door Kees Hagendijk. Hij vaart mee tot het eind en Anja komt met Mieke naar het einddiner in Wesel.

Als we hebben vastgemaakt in Merzig, komt Carel ons uitnodigen bij hem en Lenny aan boord. Len en Carel zijn druk in de weer met het opzetten van een tent op hun achterdek. Het ziet er tamelijk dreigend uit en hoewel dit vaker (zonder natte gevolgen) tijdens de tocht gebeurd is, nemen we geen risico’s. ‘We hebben het hoogste punt van de tocht bereikt’, aldus Carel, ‘en omdat we in het land van de Sekt zijn krijgen we in plaats van ‘pannen-bier’ ‘pannen-Sekt’. Het is een dolle middag want iedereen is in opperbeste stemming. Dat komt goed uit want het enige wat we moeten meenemen is dat goede humeur en lege champagneglaasjes. Ik mag wel zeggen dat deze middag een hoogtepunt in de tocht was. Goede muziek, leuk gezelschap en ‘last but not least’ een perfecte gastvrouw en gastheer. Meer kunnen we toch niet wensen? Met zijn allen gaan we eten in het prachtige Saarfürst Merziger Brauhaus aan de haven. Ramona, de scheepshond van La Belle Vie, geeft in verband met Wereld Dierendag een rondje weg en we zingen ‘Ramona’ van de Blue Diamonds voor haar. Na het diner nemen we een afzakkertje in het havenrestaurantje ‘Zum Skipper’, waar Mart laat zien hoe hij zijn schaapjes op het droge heeft gekregen. De uitbater viert vandaag zijn 69e verjaardag en trakteert op een zelfgebrouwen Grappa. We zingen ook hem toe en het wordt alweer een gezellige KNMC-waardige avond. We zijn inmiddels meesters in het bouwen van onze eigen feestjes.

‘Drei Flüssen Traum Tour’: een prachtige nazomertocht (3)

Intussen is het 5 oktober geworden, het eind van deze tocht gloort aan de horizon. De tijd vliegt. Traag komt de haven van Merzig tot leven. Achter de wolken schijnt de zon en daar blijft hij zich de verdere dag schuilhouden. Hermann komt aan boord en meldt ons dat het water verder aan het zakken is en dat het moeilijker wordt alternatieve havens te vinden voor als we weer op de Rijn varen. Volgens de officiële berichtgevingen moet het in het zuiden van Duitsland een week aan één stuk regenen om de waterstand voldoende te laten stijgen voor onze schepen. Neuwied kunnen we niet in en ook Keulen en zelfs Düsseldorf zijn momenteel té ondiep. Zelf is hij van plan om in dat geval de ‘Pagani’ in Winningen te laten overwinteren. Ik, als eeuwige optimist vind dat paniek een slechte gids is en we gewoon moeten afwachten wat de weergoden voor ons in petto hebben.

Om 12.30 uur worden we door een bus opgehaald. Ik vraag de chauffeur of het mogelijk is om nog even tijd vrij te maken voor een ritje naar de uitkijkpost zodat we de Saarschleife kunnen bekijken. Voor mij was dit zes jaar geleden het absolute hoogtepunt van de reis.

Het regent. Geen reden tot blijdschap. Het moet niet regenen waar we op dit moment verblijven, maar het moet elders met bakken uit de hemel komen. Onze eerste buiten- activiteit en het gaat steeds harder regenen. In Trier komt Arend van Dalen bij ons in de bus en vertelt met een bevlogenheid die zijn weerga niet kent, over Trier de oudste stad van Duitsland. Trier is ongeveer 300 jaar ouder dan Rome en zijn geschiedenis, die overal in de stad van de muren druipt, is zelfs ouder dan 2000 jaar. De werkelijke ouderdom van de gebouwen is net zo vervaagd in de mist als de gebouwen zelf. De bestaande ruïnes stammen uit de Romeinse tijd en heden ten dage is men nog druk met de restauratie. Trier is het middelpunt van het wijnbouwgebied langs de Moezel en Saar. Deze prachtige stad kent vele bezienswaardigheden uit de Romeinse tijd. Maar liefst negen bouwwerken in Trier zijn opgenomen in de Wereldcultuurgoed-lijst van de UNESCO. De stad heeft gewoon veel te veel bezienswaardigheden voor één dag. Zo is daar bijvoorbeeld de Porte Nigra. Wie kent haar niet? De zwarte Romeinse stadspoort uit de tweede eeuw. De Barbara- en de Kaiserthermen (het Keizerlijk badhuis), het Amphitheater, de Dom en de Liebfrauenkirche. Niet alleen oud Trier wordt besproken, maar ook het modernere deel van Trier en dan met name de geschiedenis van dit deel komt grondig aan de beurt.

We staan boven aan de berg in Trier en hebben, ondanks de regen, een geweldig panoramisch uitzicht over de stad. Waar we zes jaar geleden met de bus moesten draaien omdat we niet door het militaire gebied mochten, rijden we nu door. Op de plaats waar vroeger de Franse pantserdivisie huisde, staan nu prachtig, moderne woningen. Daar waar ooit de kazerne was, staan in dezelfde bouwstijl, maar veel moderner en vrolijk geschilderde kantoorpanden. We maken ook nog een zeer natte stadswandeling met hem. Arend stelt echter na een half uurtje voor om de beroemdste Konditorei van Trier in te duiken. We zijn intussen doornat en ik kan nauwelijks een vreugdekreet onderdrukken. Na de koffie mét lopen we naar de bus, want om vier uur vertrekken we naar de Saarschleife bij Orscholz. Naarmate we hoger in de bergen komen zien we tot onze grote teleurstelling dat er een dikke mist hangt. Tóch gaan we verder. Boven gekomen, moeten we nog een aardig eind lopen én helaas ook klimmen totdat we moe maar verwachtingsvol op de uitkijkpost zijn gearriveerd. De teleurstelling is enorm. De Saarschleife ligt daar ergens onder ons, bedekt onder een dikke mistdeken. Opeens roept iemand: ‘kom snel, ik zie de Schleife!’ We haasten ons allen naar de muur en voelen de bries die de mistdeken optilt en diep beneden ons zien we heel, heel even de prachtige bocht in de Moezel. De tranen in mijn ogen belemmeren mijn zicht en als ik ze heb weggeknipperd is de Schleiffe al lang weer bedekt door de dikke nevel. Grrrr… Ik bijt op mijn lippen tot een tweede windvlaag de mist verjaagt en eindelijk openbaart de Schleife zich in al haar glorie. Met een jubelend gevoel huppel ik bijna terug naar de bus, waar men ons niet gelooft als we vertellen over ons avontuur hoog boven op die berg. Het maakt niks uit: wij hebben de Schleife gezien!!!

Rond 18.00 uur zijn we terug in de haven. We dineren gezamenlijk in haven restaurant ‘Zum Skipper’. Er is een mooi buffet voor ons samengesteld en tot onze verrassing is daar ook Viez Königin Anna I met een deel van haar gevolg en de pers. Zij is de tegenhanger van de Wein Königin en wordt gekozen na de appeloogst. De Viez is de tegenhanger van de Federweißer. We worden al die media-aandacht intussen gewoon en wanen ons ware celebreties. Anna heet ons van harte welkom en maakt met enkelen van ons een praatje. De beide TTL’s gaan met hare majesteit op de foto en als zij en haar gevolg weer vertrekken staat het buffet gereed. Terwijl mijn tafelgenoten en ik ons hongerig op het buffet storten, blust Fred nog even snel een beginnend brandje aan onze tafel.

‘De thuisreis’
Maar aan alle mooie zaken in het leven komt een end. Ook tijdens deze fantastische tocht is er een tijd van komen en een tijd van gaan. De laatste is helaas aangebroken. We hebben het verste deel van de ‘Drei Flüssen Traum Tour’ bereikt. We gaan weer naar huis en dat doen we als volgt: omkeren en dezelfde weg terugvaren. Alleen anders dan zes jaar geleden doen we op de terugreis andere havenplaatsen aan. Variatie blijft het credo der beide TTL’s. Er is nog een lange weg te varen voordat we thuis zijn. Als we verrassend vroeg in Pölich vastmaken wordt de bestelde Sekt aan boord gebracht door Peter. De teleurstelling is echter groot als we zien wat een broddelwerk hij van de etiketten heeft gemaakt: slechte foto’s en de etiketten zijn over de bestaande etiketten geplakt en dan zijn de oorspronkelijke etiketten soms niet eens geheel bedekt. Heel jammer! Giselle en haar team hebben het e.e.a. voor ons georganiseerd. We zijn echter moe en na al dat ‘buiten-eten’ smachten we naar één op één gezelligheid met onze eigen partner. Toch vertrekken enkelen van ons met het treintje naar de besproken locatie en natuurlijk hebben zij een ‘fabelhafte tolles Abend, mit Musik, Sang und Tanz’.

‘s Morgens om half negen verschijnt de pers die vorige week bij onze aankomst aanwezig zou zijn. Terwijl Hermann druk in gesprek is met de verslaggeefster, raak ik in een interessant en humoristisch gesprek gewikkeld met de eigenaar van het stuk van de Moezel waar wij hebben afgemeerd. Hij is 87 jaar oud, een eenzame rijke grootgrondbezitter die 3 ½ jaar geleden zijn vrouw verloor. Met haar had hij een grote droom: een groot jacht kopen en samen genieten van de herfst van hun leven. Door zijn drukke zakelijke bestaan is die droom nooit waarheid geworden. ‘Het leven is té kort om niet te genieten’, schiet door mijn hoofd. Hij vraagt mij tips tegen de eenzaamheid en drukt me op mijn hart dat een seksuele relatie er niet meer in zit. Op zijn leeftijd is de innerlijke jager van weleer helaas niet meer aanwezig. Hij spreekt zijn verbazing uit over mijn leeftijd (de jager in hem openbaart zich nog één maal) en het feit dat ik grootmoeder ben van 4 kleintjes. Ik wijs hem op het bestaan van zijn eigen nageslacht en dat hij daaruit nog enorm veel vreugde kan halen. Met zijn oudste kleinzoon heeft hij nog grootse plannen voor de haven. Het moet een eldorado worden, een Saint Tropez aan de Mosel, een rustpunt voor de pleziervaart. Ook zijn oorlogsverleden tipt hij even aan en dan komt met name zijn diepe minachting voor Hitler en de zijnen naar boven. Ik zorg dat het gesprek weer teruggaat naar hem als oud- jager. Hij heeft in zijn jonge jaren veel ‘gespeeld’. Hij spreekt met mij af om over twee jaar samen ergens gezellig een wijntje te gaan drinken. Ach, daar verschijnt de jager voor de tweede maal. 87 Jaar oud en nog zó fit. Zijn geheim is een fles wijn per dag en met enige regelmaat de zuivere Moezel-lucht krachtig inademen.

Als wij losmaken schijnt de zon. We worden door Giselle, haar vader en haar zoon Johannes enthousiast uitgezwaaid en de pers maakt nog een laatste foto van onze schepen. Voor de sluis meren we af. Het oude liedje: beroepsvaart en Planfahrt gaan allemaal voor. Inmiddels is het 10 uur en het uurtje winst door eerder te vertrekken zijn we kwijt. We meren af in de WSA haven van Bernkastel-Kues en nog steeds schijnt de zon. We liggen werkelijk meer dan riant aan het begin van de haven en hebben veel bekijks en worden voor de zoveelste maal op de gevoelige plaat vastgelegd. Voor ons valt er ook veel te zien vanaf deze plek. Zo is daar een watervliegtuig dat vlak naast onze schepen landt en weer wegvliegt. Nu vráág ik je: maak je zoiets tijdens andere toertochten mee? Nee dus!

Vandaag hebben we geen programma, maar we gaan weer met z’n allen eerst borrelen bij Gerda & Mart voor ‘de deur’ op het fietspad. Het wordt een borreluurtje zoals we van onszelf gewend zijn: feestelijk! Verschillende dames hebben voor borrelhapjes gezorgd en Siem kan de mega-potten zure bommen bijna niet aangesleept krijgen. John Bakker – hij overleed helaas op 19 februari van dit jaar – heeft voor ons allen een tafel besproken bij Rosi, het restaurant even voorbij onze haven.’s Nachts waait het hevig en ‘s morgens op de dag van ons tweede uitje, regent het. Dat kun je toch niet bedenken? Slechts twee buitenactiviteiten en in beide gevallen wordt de pret toch enigszins gedrukt door al die nattigheid die we zo nodig hebben. Tóch is het gezellig om weer samen op pad te zijn. We hebben een interessant edelsteen-arrangement in Idar Oberstein. We krijgen eerst enkele films te zien en dan bezoeken we de historische slijperij. Deze historische ‘Weiherscheife’ zoals het plaatselijk wordt genoemd is de laatste nog door waterkracht aangedreven edelsteenslijperij aan de Idarbach. De slijperij is gebouwd in 1754 en later vervallen. In 1953-54 geheel gerestaureerd en weer in gebruik genomen als slijperij. In 1996-97 is het geheel nogmaals gerestaureerd om verval tegen te gaan. In het historische centrum van Idar-Oberstein wacht ons een heerlijke lunch in de Schlossschenke. Na de lunch gaan we shoppen. Het hele centrum bestaat uit edelsteen winkeltjes. De dames geven hun zakgeld uit in het stadje, dat drijft op de slijperij.

Op de terugweg laat een deel van de groep zich afzetten in Bernkastel om deze toeristische trekpleister te bekijken. Het schilderachtige plaatsje ligt in de Moezelvallei en bestaat uit twee delen: Bernkastel op de rechteroever en Küss op de linkeroever. Beide delen zijn verbonden met een brug over de Moezel. Boven Bernkastel verheft zich de ruïne van Burg Landshut. Het historische centrum van Bernkastel telt vele prachtige vakwerk (wandconstructie) huizen. Bernkastel ‘Internationale stad van de druivenrank en de wijn’ en ‘das Herz der Mittelmosel’ is beroemd om de zeer fotogenieke Marktplatz, waaromheen zich talrijke vakwerkgebouwen bevinden uit de zestiende en zeventiende eeuw, terwijl de burcht Landshut, onder welks bescherming de stad is gegroeid, zich majestueus boven de plaats verheft. Het historische marktplein van Bernkastel, gebouwd en vervuld van de geest van de zelfbewuste, ondernemingslustige, zelfs stoutmoedige en trotse burgerij in de middeleeuwen, geeft op indrukwekkende manier de glans en de warmte van zijn 400 jaar oude geschiedenis weer. Zijn natuurlijke schoonheid, zijn unieke bevalligheid en waarde onderscheiden hem van alle andere marktpleinen in Duitsland. Aantrekkelijke gezelligheid en onbezorgde vrolijkheid worden vereend, zodat het plein ‘gute Stube’ en ‘Festsaal’ tegelijk is. Het is het middelpunt van het Bernkastelse leven. De 400 jaar oude vakwerkhuizen, het renaissancegemeentehuis (1608), de St-Michaelsfontein en het vaak bewonderde, bekoorlijke ‘Spitzhäuschen’ (1416) vormen het spiegelbeeld van de levendige poëzie van de Middeleeuwen. Het filigraanwerk van de tralies van de fontein, ornamenten en gekleurde balktekeningen in het vakwerk van de huizen. De artistieke windwijzers in de nokken van de daken herinneren nu nog aan de vroegere welvaart in de geschiedenis van deze stad. Een deel van onze groep gaat eten bij Dokter Weingut midden in het centrum van Bernkastel. De rest gaat heerlijk aan boord eten in eigen dinette en uitbuiken in de eigen salon op de bank.

Nadat we ‘s morgens onder leiding van Mart op zijn accordeon (jawel, we hebben nóg een muzikant in de groep en Mart is daarnaast ook nog begenadigd dirigent) Corry een vrolijke verjaars-aubade hebben gebracht, gaan we op weg naar Senheim. Het zit een beetje tegen met de sluizen, maar uiteindelijk liggen we weer met z’n allen vast en vieren aan boord van La Grande Corry’s verjaardag. Het is écht feest. Zeker voor Corry want door de hulp van Gerda mag zij écht van haar feest genieten. Alle heren feesten met Hans op de fly-bridge en de dames zitten zich op een gezellige manier behaaglijk te voelen op het achterdek samen met het feestvarken. De Sekt vloeit weer rijkelijk, er is een overvloed aan lekkerste hapjes. Zo blij als we nu zijn, zo bezorgd waren wij enkele uurtjes geleden. Even voor de haven van Senheim in zicht kwam zien Theo, Hans & Corry het schip van Len & Carel verdwijnen achter een forse rookwolk. Dit ziet er zo angstaanjagend uit dat zij zich verwonderd afvragen waarom er toch niemand overboord springt. Hans trekt succesvol Carels aandacht en waarschuwt hem. Carel checkt direct alles in het motorruim en op het eerste gezicht lijkt er niets aan de hand te zijn. Maar dan verandert de rook in wítte rook. Nee, geen nieuwe Paus! Bij de haven aangekomen staat er tot onze schrik een ontvangstcomité in de vorm van milieupolitie. Een toeriste blijkt hen paniekerig te hebben gealarmeerd met de woorden dat er allemaal olie in het water lag. Dit geintje kost Carel & Len 200 euro aan borg en dan heb ik het nog niet eens over de reparatie die nog moet plaatsvinden. Theo legt een, voor Carel terecht ontlastende, verklaring af.

Drei Flüssen Traum Tour’: een prachtige nazomertocht (4 en slot)

‘s Morgens trekken we in groten getale richting campingwinkel en doen wat inkopen, de droppot moet gevuld en de Telegraaf ligt op ons te wachten. Tegen de avond wandelen we naar wéér een Weinprobe. Dit blijkt aan het eind van de avond de mooiste wijnproeverij van de reis te zijn. Andreas Schlagkamp, een begenadigd entertainer, leert ons wijn drinken en wordt geassisteerd door zijn moeder. Met veel humor en relativering valt vaak het woord ‘bublebum’ als er in zijn anekdotes even de tijd wordt genomen om onder een glas rieslingwijn afstand te nemen van de wereldse zaken. En dat dat een goede zaak is wordt ons goed duidelijk gemaakt. Twee glazen Moezelwijn is goed voor alle organen van ons lijf en dat de wijn goed is, wordt ons ook in de praktijk getoond. Je zegt dan geen proost meer, maar ‘Prosit’ en kijkt elkaar diep in de ogen! ‘Proost’ zeg je alleen als bierdrinker. Na de vorige wijnproeverijen hebben we het eigenlijk wel een beetje gehad. We zijn er niet helemaal met onze aandacht bij, maar dit blijkt een proeverij, die met zoveel liefde voor het vak wordt gegeven, dat wij steeds enthousiaster en aandachtiger raken. Het praatje van Andreas is doorspekt met anekdotes over zijn hele familie. Hier gaan traditie en toekomst hand in hand. Intussen hebben elf generaties zich gewijd aan het verbouwen van de Moezelwijndruif. We genieten vandaag van wijn en van een heerlijk hapje in het wijnmuseum, waar de wanden volhangen met meer dan 10.000 gereedschappen die allen te maken hebben met de wijnbouw.

De avond verandert van een serieuze, maar plezierige wijn-les in een baldadig feest waar muziek de boventoon voert. Niet zo vreemd als je bedenkt dat er twee musici meevaren. Hermann en Henny wisselen elkaar af aan de piano en Mart dirigeert en ontpopt zich later op de avond als Wein König, maar wil pas als zodanig, met bijpassende hoofdtooi, op de groepsfoto als ik hem beloof om ook mét hoofdtooi op de groepsfoto te verschijnen. Ná de fotosessie delen Hermann & Fred de flessen Sekt uit met foto-etiket waar ieders eigen schip op staat te pronken. Men is wild enthousiast en van één van de deelnemers hoor ik dat haar man zo ontroerd was dat hij tranen in zijn ogen kreeg. De hele groep applaudisseert voor me en ik word er écht verlegen van. Dat één dagje werken aan de PC zó’n impact zou hebben had ik nooit kunnen denken. Ik moet inderdaad toegeven dat de flessen er prachtig uitzien. Een avond met een gouden randje die voor een handjevol van ons eindigt met een afzakkertje in het havenrestaurant of aan boord van La Belle Vie (‘where else’, zou ik bijna zeggen) achter een kop koffie of gewoon op het eigen schip.

De volgende ochtend komt er uit Treis-Karden een monteur en het hele zaakje blijkt veroorzaakt door een lekkage van hydraulische olie in zijn motor. Fred & ik besluiten bij Len & Carel te blijven en ons later bij de groep aan te sluiten. Per slot van rekening laat geen enkele herder zijn schaapjes alleen. Gerda & Mart lijken eenzelfde probleem als Len & Carel te hebben en raadplegen de monteur die dan tóch op de ‘Jacob’ aan het werk is. Enfin, enkele uren later zijn ook wij en route en komen na twee uurtjes varen in Treis aan. Het is een donkere dag en de regen laat niet al te lang op zich wachten. We klagen niet, want we hebben het hemelse nat heel hard nodig om het programma zonder al te veel zijsprongen te kunnen afmaken. We liggen nauwelijks vast of Carel komt aan boord met de teleurstellende mededeling dat er nog steeds olie lekt. We besluiten ad hoc om ‘no matter what’ bij Len & Carel te blijven. Fred maakt wel weer een plan met Hermann en dat kan mooi vanavond aan tafel. Beide TTL’s en Joop Dreef dineren met hun dames in het prachtige nieuwe havenrestaurant. We zijn uitgenodigd door Henny & Nic. Zij willen graag hun dankbaarheid op deze wijze uiting geven en in opstand komen omdat wij toch gewoon ons “werk” doen heeft totaal geen zin. We vinden dit een enorm lief gebaar en nemen na enig tegenstribbelen (want dat hoort immers zo) de uitnodiging van harte aan. De hele KNMC Traum Tour zit binnen en op een groot scherm worden we middels een attente boodschap inclusief KNMC- Logo, welkom geheten in het havenrestaurant. We genieten van het eten, het gezelschap en de perfecte ambiance en wandelen na afloop terug naar onze schepen om een rustige nacht door te brengen. Hermann & Fred hebben afgesproken dat Hermann de groep naar Ober-Lahnstein vaart (daar staat voldoende water) en Fred overnacht met Len, Carel, Gerda & Mart in Winningen. We hopen ons in Keulen bij de groep te kunnen voegen.

De morgenstond heeft goud in de mond. Kort na het vertrek van de grote groep krijgt Fred telefoon van Hermann. Het water gaat stijgen, er is een vloedgolf in aantocht. Hermann brengt zijn groep, zoals gepland, naar Neuwied. Goed nieuws dus. Intussen schijnt de zon en Carel brengt Fred op de hoogte van de toestand aan boord van de ‘Jacob’. Zijn pomp is versleten en zodra er druk wordt opgebouwd wordt de simmer-ring eruit gegooid. De monteur gaat een voorlopige oplossing bedenken, zodat Carel in ieder geval kan sturen. Bij Mart is iets soortgelijks aan de hand en ook dat wordt tijdelijk opgelost. Terwijl de monteur bij Mart aan het werk is arriveert een politiewagen bij de steiger van de ‘Jacob’. Ik vlieg, als een doorgewinterde persmuskiet met mijn camera in de aanslag, naar buiten. Als een volleerd paparazzi schiet ik enkele plaatjes en wacht geduldig af tot Carel verslag uitbrengt. ‘Nee! Ze kwamen me niet de € 200,= terugbetalen!’ Nauwelijks uit de eerste sluis worden Carel en Len letterlijk door de politie vanaf de wal teruggefloten. ‘Pff… Wat nu weer?’ Ach gut! Carel moet nog even een handtekening zetten. ‘Tsjonge jonge!’, verzucht Fred terwijl hij de ‘Lady’ keert, ‘de mannen hebben écht niets te doen!’ We vervolgen na een minuut of tien onze rit naar Winningen en de zon schijnt. Over de Moezel varend word ik toch steeds weer bevangen door een heerlijke uitbarsting van pure verrukking. Mijn hart wordt naar extatische hoogten gedreven. Het is een soort alles overheersende verliefdheid. Dat euforische gevoel herinneren oudgedienden zich toch nog wel? Dit is het laatste stukje van de ‘Liebliche Mosel’.

Winningen staat bekend als hét wijndorp aan de Moezel en heeft de langste traditie met wijnfeesten in Duitsland. Wandelen door dit mooie stadje is een hele klim. Maar toch blijft Winningen één van mijn meest favoriete plaatsen. Van boven bekeken ligt Winningen als een golvend lint van schattige kerkjes en mooie vakwerkhuisjes tussen de heuvels geklemd. De ontelbare wijnranken, die hun wortels in de hellingen hebben geslagen, leggen een groene waas over de bergen. ‘s Avonds eten we met z’n zessen in het haven restaurant. Fred & ik zijn uitgenodigd door de twee pechvogels. Het wordt een enige avond. We vertellen elkaar over onze respectievelijke levens en leren elkaar hierdoor nóg beter kennen. Wat ben ik toch een bevoorrecht mens om een maand lang te mogen optrekken met zulke interessante, lieve mensen. Voordat we van Winningen naar Keulen vertrekken haal ik de versgebakken broodjes op in het havenkantoor. We moeten echter wel bijtijds vertrekken. Het is slechts een klein uurtje varen naar Koblenz en als het sluizen meezit vliegen we over het water. We zijn bijtijds in Keulen en we kunnen ons nog net opfrissen en omkleden. Om half vijf wandelen naar Brauerei zur Malzmühle om daar een origineel Keuls biertje te proeven en lekker ouderwets en typisch Duits te eten. We worden royaal gefêteerd door een afvaardiging van de KAMC en cadeaus worden dankbaar in ontvangst genomen. Onze dank is groot aan het adres van Hans-Georg Göbel, goede vriend van Rosi & Hermann en gewaardeerd lid der KAMC. Zonder hem hadden we nooit zoveel informatie over de waterstand gekregen. Rosi, Hermann, Fred en ik drinken met hem en Ute nog een afzakkertje en we nemen afscheid: ‘Bis nächstes Mahl!’ Het doet goed om je zo ver van huis zó thuis te voelen.

Onderweg naar Düsseldorf is het écht heel koud. Op menig schip doet de verwarming goed werk en als we om ongeveer twee uur arriveren in de haven van Düsseldorf schijnt toch weer de zon en wachten Marita & Paul Jozef ons op met zelfgebakken Pflaumkuchen. Carel koopt de aller- allerlaatste fles Killepitsch. Een warmer welkom kunnen we ons niet wensen. Enkelen van ons trekken de stad in om heerlijk rond te dwalen, cocktailbar ‘Chill Out’ te bezoeken en een hapje te eten. De tocht loopt op z’n end. ‘Heerlijk terug naar huis, naar de kleinkindjes’, zingt het door mijn hoofd. Ik weet intussen dat er in deze tocht meer oma’s met dat knagende gevoel zijn. Vijf weken uit en thuis, dat roept een dubbel gevoel op. Aan de ene kant is het heerlijk om er met de boot op uit te trekken en in deze periode van het jaar nog te varen. Vooral als je zo enorm veel tijd en energie hebt gestoken in de voorbereiding van een buitenlandse reis die dertig dagen duurt. Maar er is toch steeds die andere kant: ‘thuis’ blijft trekken.

Vanavond vieren we a/b van de ‘Pagani’ een ‘Kölsche Abend’ met Rosi & Hermann. Het is een doorslaand succes. Alles is vers en ‘home made’ door onze lieve gastvrouw Rosi. Hermann blijft, zonder onderbreking, de glazen Kölsch vullen. Kölsch is een heerlijk licht biertje en smaakt buitengewoon lekker bij de lekkernijen die Rosi voor ons bereidt. De avond duurt veel te kort en meer dan voldaan nemen we afscheid van elkaar. De laatste nacht van de Drei Flüssen Traum Tour is aangebroken. Als we wakker worden is voorzichtigheid geboden: er ligt ijs op het dek. Het heeft gevroren en ook boven is het bewijs van vorst op de ruiten waarneembaar. De lijnen waarmee de Lady vastligt waren gisteren nog zwart en hebben vannacht een knisperend wit jasje gekregen. De fenders zijn keihard en gedeukt. We begonnen de tocht in hemd en shorts, we eindigen hem naarstig zoekend naar de winterkleding die we toch écht ergens aan boord hebben. Als we vertrekken staat er een fris briesje en alle schepen zijn omsingeld door flarden mist die als gesluierde geesten uit het water schijnen te stijgen om ons te beletten verder te varen. De zon verjaagt ze uiteindelijk allemaal en de temperatuur stijgt onderweg naar onze eindbestemming Wesel, zo’n 4 graden. ‘Partir c’est mourir un peu’.
We zijn aangeland op de laatste dag van onze ‘Drei Flüssen Traum Tour’ en zwaaien af in het havenrestaurant. Vóór aanvang van het eindbuffet is er, traditiegetrouw, de slotrede van de Toertochtleider, waarmee hij de tocht afsluit en iedereen die een taak had bedankt en verwent met lieve cadeautjes. Het budget klopt als een zwerende vinger (hahaha – voor alle zekerheid en door ervaring wijs geworden: lekker ruim genomen) en iedereen is blij met de goed gevulde envelop die Lex hen overhandigt. Hij heeft het méér dan uitstekend gedaan en hoewel hij af en toe daaps werd van zijn eigen gecijfer bleef hij verbeten doorgaan tot het absolute end. Carel heeft de KNMC-vlag tijdens deze reis ongeveer 60 keer gehesen en gestreken en Ria heeft in totaal, zelfs daar waar iedereen het onmogelijk achtte (want soms moest Ria vele lange kilometers afleggen op zoek naar een bakker) zo’n 1600 verse broodjes rondgedeeld. Hermann & Rosi hebben wel honderd keer hun handy ter hand moeten nemen. Of ik iets acceptabels van het verslag bak moeten we nog maar afwachten, ik heb mijn uiterste best gedaan om er een entertaining story van te maken. We krijgen, door een fout van de drukker, allemaal twee toertochtplaatjes en het TTL-quartet haalt opgelucht adem. Het is immers geen sinecure om een buitenlandse tocht die een maand duurt op de plank te krijgen. Ook Hermann doet nog een duit in het zakje en het is duidelijk dat beide TTL’s tevreden zijn over hun tocht.

Rosi & Hermann openen het buffet. Buiten is het ijskoud en heerlijk stil en binnen is er een aangenaam decor van gezellig geroezemoes, bestekgekletter en het getingel van glazen en flessen als Carel het woord vraagt. Hij dankt de TTL’s en hun dames voor al het werk dat zij aan de tocht hebben gehad. Carel weet als geen ander hoeveel problemen het oplevert als er afzeggingen zijn en dan vooral zó kort voordat de tocht begint. Hij stipt alle gebeurtenissen aan en doet dat met enorm veel humor. De unanieme mening van de deelnemers: a job well done! Veel variatie voor wat betreft de uitjes, voldoende rustdagen tussendoor waardoor men zich niet opgejaagd voelt en het aantal vaaruren per dag was meer dan acceptabel. Bovendien was het werkelijk ‘avontuur’ omdat we enorm veel onverwachts hebben meegemaakt. We waren de hele reis zeer begaan met elkaars lot en niemand wilde iemand achterlaten. De grote, snellere groep stond in iedere haven klaar om de laatkomers een handje te helpen bij het aanmeren. Helemaal Top! Gegeven het feit dat de leeftijden van de deelnemers varieerden van even in de vijftig tot een respectabel eindje in de zeventig, zullen alle ‘Drei Flüssen Traum Tour’-deelnemers zich deze derde Rijn Moezeltocht ‘twee-nul-nul-negen’ herinneren als allerminst saai en één van de meest geslaagde KNMC-toertochten. Alle credits gaan hiervoor naar de beide TTL’s. Dit was de eerste KNMC Rijn Moezeltocht die zij organiseerden en ze deden het perfect. Zij maakten van 26 totaal verschillende mensen met een onderling leeftijdsverschil van op z’n minst vijftien jaar een homogene leeftijdloze eenheid. Petje af! Mart heeft namens de hele groep voor het TTL-quartet een speciaal Rijn Moezel Saarlied geschreven op de melodie van West Zuid West van Ameland en zingt het lied ook. Wij mogen met z’n allen het refrein meezingen. Volgens Mart is het een stuk minder dan in 2006 omdat hij de ondersteuning van professional Ciska moet missen. Wij vinden het echter prachtig klinken! Een totaal onverwachte verrassing die weer bevestigt dat deze tocht als een reis met een gouden randje in de annalen van de KNMC zal worden ondergebracht. Es war ein super-tolles ‘Drei Flüssen Traum Tour’!

Nawoord.
We vertrekken bijna voltallig richting huis. We zijn de ‘Tien kleine negertjes’ van Agatha Cristie, want regelmatig valt een jacht af om af te buigen en zo de weg naar de thuishaven te vervolgen. Onze paardjes ruiken de stal en de snelheid is aanmerkelijk hoger dan tijdens de tocht. Het is frappant, want zelfs nu het niet meer hoeft, gebruiken we de avondmaaltijd gezamenlijk. Nog steeds is daar die heerlijke bijna baldadige sfeer van tijdens de reis. Afspraken voor de komende winter worden gemaakt en er is zelfs sprake van een ‘Drei Flüssen Tour-reünie’. Het wordt me langzaam duidelijk dat de deelnemers de tocht anders hebben ervaren dan ik. Ik ben hoofdzakelijk bezig geweest met dit verslag, met de financiën, met de uitstapjes en met de stand van het water. Desalniettemin was het een mooie, maar vooral leerzame ervaring om zo’n lange buitenlandse tocht te helpen verwezenlijken.

Reacties zijn gesloten.