Consuldag Oost

Niet uitbundig, wel bijzonder

Een verontrustend bericht van de Commodore, in de aanloop naar de Consulavond Oost. De belangstelling valt tegen, de mogelijkheid bestaat dat het feest in Ermelo niet doorgaat!

De soep wordt ook in dit geval niet zo heet gegeten als die – ook later in de Heerlickheijd van Ermelo – wordt opgediend. Vijftig KNMC’ers en partners trekken zaterdag de vijftiende november naar Ermelo. Minder dan door het Consulpaar Theo en Ineke van Catz werden verwacht. Zeker als het aantal wordt afgezet tegen die happening een jaar eerder, waar de lezing van Henk de Velde alleen al goed was voor een tachtigtal toehoorders. Maar absoluut nog steeds een mooi aantal om bijzonder leuke dingen mee te doen. Een kamerconcert houden bijvoorbeeld (daarover later meer). Of een bezoekje organiseren aan het kleinste stadje van Nederland, Staverden – waarover eveneens verderop zal worden bericht. En natuurlijk ontbreekt het gebruikelijke onderdeel van élke Consulavond, het diner-dansant in de avonduren, ook dit keer niet (inderdaad, komt iets verderop eveneens aan de orde).

Theo van Catz, zondag aan het begin van de middag mede namens Ineke tevreden terugkijkend: ’Geslaagd, meer dan geslaagd. Heel anders dan vorig jaar. Niet uitbundig, maar wel bijzonder. Heel bijzonder zelfs.’ En vervolgend: ’Als je zoiets organiseert, heb je natuurlijk altijd een bepaald aantal gasten in het hoofd. En dan denk je aan lekker druk, gezellig vol. Het zijn er nu minder geworden, dat klopt. Omdat onze jeugdige pianist op voorhand minder aanspreekt dan Henk de Velde bijvoorbeeld. En omdat het koor er niet is. Maar om daarom elk jaar nu hetzelfde te doen? Nee toch. Dat moet je niet willen. Daarbij steek ik graag mijn nek uit. En laten we wel zijn. Als je het niet probeert, zal je nooit weten of het aanspreekt. Of de leden er enthousiast van worden.’

De meest belangrijke reden voor de betrekkelijke rust rond het Consulevenement in Oost heeft Van Catz dan nog niet genoemd. ’Er zitten precies twee weken tussen het Sluitingsdiner in Noordwijk en onze avond, in Ermelo. Dat is natuurlijk veel te kort. Op het moment dat duidelijk werd dat de Consulavond van Noord en Oost samen niet doorging en tot deze planning moest worden besloten, wisten we ook al dat het problematisch ging worden om weer richting de honderd bezoekers te gaan. Ik bedoel maar. KNMC’ers houden wel van een feestje, maar zo kort achter elkaar. Dat werkt niet.’ Een ongelukkige samenloop van omstandigheden, die mede in de hand werd gewerkt door de populariteit van de Heerlickheijd van Ermelo (Van Catz: ’Je moet er hier echt op tijd bij zijn met reserveren, schuiven ging niet meer’) die voor komend jaar zal worden uitgesloten. Overleg met Evenementenvoorzitter Oeds Gesman heeft er inmiddels in geresulteerd dat er naar zal worden gestreefd een periode van ’minimaal drie weken’ tussen het Sluitingsdiner en de Consulavond van Oost in te bouwen.

Van Catz is er blij mee, maar trekt onmiddellijk een rookgordijn op als de invulling van dat Consulfeest van Oost in 2015 aan de orde komt. ’Gewoon’ weer een Consulavond, maar dan op een betere datum? Of wellicht geheel iets anders? De mededeling dat de Consul van Oost de Heerlickheijd ’heel snel’ gaat reserveren om niet weer voor een verrassing te komen staan, wijst een bekende richting op. Maar het geheimzinnige gezicht dat Ineke trekt en wat mysterieuze opmerkingen van de Consul zelf duiden weer in een geheel andere, ook voor de redactie van dit blad, volstrekt onbekende richting. Hoe dan ook: als het voor de derde maal op rij wederom ’Ermelo’, beter gezegd ’De Heerlickheijd van Ermelo’, gaat worden is daar in ieder geval helemaal niets mis mee. Zoveel werd ook bij dit bezoek aan dat schitterende complex weer duidelijk.

De avond zelf. De ontvangst in de bar ’Down Under’. Perfect. Zoals dat ook opgaat voor de fraaie zaal waar het gezelschap na de welkomstborrel naar toe trekt. Of je die nu met honderdtien man bevolkt, of met vijftig, je zit gezellig. En je wordt aan alle kanten verwend. Muzikaal gebeurt dat dit keer door zanger en entertainer Michiel van der Meer. Een éénpersoonsorkest, zo zou je hem ook kunnen noemen. Wonderbaarlijk wat hij daar presteert. De muziek, zijn zangkunst – het is een beleving op zich. Dat de dansvloer pas rond de klok van tien voor de eerste maal lekker druk bevolkt raakt, mag hem niet worden aangerekend. De sfeer is meer dan goed. Dus moet het iets zijn met het aantal dansers onder de bezoekers. Of met het aantal kapotte knietjes en (nog te) vervangen heupen. ’Of met de tafels zelf’, weet een andere KNMC’er. ’Als je gezellig en geanimeerd aan het praten bent, en de muziek is zodanig dat dat ook kan, blijf je wellicht wat eerder zitten.’ Hoe zei Van Catz dat ook al weer? O ja: niet uitbundig, wel bijzonder….

Het kan natuurlijk ook zo maar zijn dat het eten de KNMC’ers aan de verschillende tafels gekluisterd houdt. Van de, aan tafel geserveerde, mosterdsoep (licht gebonden crème soep van moutarde de’meaux met een garnituur van knapperige spekjes) tot en met het aangeklede ijsdessert (Omelet Siberienne), absoluut geslaagd. Evenals wat er ’tussendoor’ werd aangeboden. De Rundercarpaccio, de Vitello tonato, de Griekse salade en de Tartaar van graved lax – en dan hebben we het alleen nog maar over de voorgerechten. Die van het hoofd? Diamanthaas, Varkenshaas, Pangafilet en Kabeljauwfilet. Uitstekend! Evenals de uitgeschonken Paso-wijnen, zowel in wit als in rood zéér te genieten. En nog een plus: dit alles is tijdens de maaltijd terug te vinden en na te lezen op de KNMC menukaart – en dat gebeurt ook absoluut aan elke tafel!

Veel gesproken wordt er deze avond niet. De Consul heet een ieder namens het Consulpaar hartelijk welkom, vergeet daarbij de collega-Consuls en bestuursleden natuurlijk niet, en geeft eveneens nog even door dat de uitgereikte barbonnen na afloop met de bijbehorende contanten moeten worden ingeleverd. Ook Commodore Fred Swaab neemt deze avond de microfoon nog over van de entertainer van dienst. Hij geeft aan dat het Consulpaar van Oost de lat opnieuw hoger heeft gelegd, spreekt van een ’geweldig initiatief’ en van een door wonderkind Rangel Silaev bezorgde ’verbluffende ervaring’ en vindt het jammer dat niet meer KNMC’ers van deze pianist hebben genoten. Het verhaal van de thuisblijvers die weer eens ongelijk hebben gehad. De hele zaal is het roerend met de Commodore eens.

Is de avond al meer dan geslaagd, het Consulweekend van Oost is ’s middags ook al zo alleraardigst begonnen. In dezelfde zaal waar in de avond het intieme diner-dansant plaatsvindt, melden zich rond de klok van kwart over drie achtendertig (38) KNMC’ers en hun partners voor een kamerconcert. De door Consul en gastheer Theo van Catz voorgestelde pianist van dienst wekt al verwondering voordat hij ook maar één toets heeft beroerd. Zo fragiel, zo breekbaar, zo totaal niet veertien jaar oud staat Rangel (spreek uit: Reengel) Silaev daar bij de vleugel. Een uiterst bedeesde, verlegen jongen, als zoon van Russische ouders in Kerkrade geboren, die bij de eerste indruk bepaald niet overkomt als het ’wonderkind’ waar hij door kenners die het kunnen weten toch echt voor wordt gehouden.

Maar als er op dat moment al twijfels zijn gegroeid in die zaal vol nieuwsgierige KNMC’ers, dan zijn die gedachten heel snel verdwenen. Na de persoonlijke aankondiging van het eerste nummer (’Liederen zonder Woorden’ van Mendelsohn) en de eerste aanslagen van Rangel is het iedereen direct duidelijk. Dit leuke kind kan piano spelen. Kan heel mooi en goed piano spelen. Heeft de prijzen die hij al vanaf zijn vijfde jaar heeft gewonnen bepaald niet gestolen en vertoeft op dit moment eveneens volkomen terecht op het Conservatorium in Den Haag, waar Naum Grubert zich over hem heeft ontfermd. Het is wonderbaarlijk te zien en te horen hoe hij zijn vingers over de toetsen laat gaan, hoe melodieus en ingetogen, maar ook hoe bulderend hij zijn vleugel kan laten klinken. In dat stuk van Franz Liszt bijvoorbeeld, een nummer dat het bij begrafenissen goed doet. Je wordt er als luisteraar vanzelf in meegetrokken.

Zoals dat ook gebeurt bij de knappe eigen composities (!) van Rangel Silaev. Little Mermaid bijvoorbeeld. Hij heeft het zelf al aangekondigd. De avonturen onder water, het deel erboven én het feit dat beide geliefden elkaar ’natuurlijk’ aan het eind gaan krijgen. Je hoort het gebeuren. En je ziet alle aanwezigen ook nog eens smelten als Rangel met zijn moeder Oksana (’Mijn moeder speelt ook piano’) improviseert op het Preludium BWV 846.1 van Johan Sebastian Bach. Dat had hij, zo heeft hij vooraf aan de luisteraars verklapt, vijf jaar geleden een keer met Jan Vayne gedaan. De toen zelf als een Jan Vayne door het leven gaande Rangel, die tegenwoordig qua haardracht eerder met Kuifje kan worden vergeleken: ’Ik wist toen niet eens wat improviseren was’. Nu duidelijk wel. Waar moeder Oksana keurig de bladmuziek volgt (zoonlief heeft in de vijf kwartier dat hij speelt niet één noot op papier nodig!) improviseert hij er met één hand lustig op los.

Gegroeid in al die jaren dus. En als pianist op weg naar een hele mooie toekomst. Want dat staat voor de muziekkenners in het KNMC-gezelschap wel vast. Dit ventje, dat zijn optreden besluit met de belofte later lid van de KNMC te zullen worden, dit ventje gaat er komen. De muzikaal iets minder onderlegde schippers en matrozen hopen daar met z’n allen eveneens op. Dit aandoenlijk leuke mannetje dat al zo volwassen speelt verdient het om ooit de wereld te veroveren. Vinden natuurlijk ook Theo en Ineke van Catz. Het Consulpaar laat weten ’dubbel’ te hebben genoten. Van Rangel Silaev, maar ook van het enthousiasme van de aanwezige KNMC’ers. Theo van Catz: ’Het is heel erg leuk om te merken dat we niet voor niets ons nek hebben uitgestoken. Dat iedereen vanmiddag zo heeft genoten.’

Het zondagse bezoek aan de kleinste stad van Nederland, de Benelux, wellicht zelfs wel van de wereld (Staverden, 52 inwoners), loopt al ten einde als Consul Theo van Catz – voor deze gelegenheid ook maar als fotograaf fungerend – de twaalf ’die hards’ in een fraai theehuisje vereeuwigt. Het fotobijschrift volgens de Consul: ’Twaalf verregende en vermoeide KNMC’ers en partners wachten op een busje dat nooit gaat komen…’

Het gezelschap kan er hartelijk om lachen. Want het mag op deze zondagochtend na de zaterdagmiddag én -avond van het Consulpaar van Oost dan inderdaad geen stralend zonnig herfstweer zijn, het bezoek aan Staverden in het algemeen en aan het kasteel en de kasteeltuin in het bijzonder, wordt er zeker niet minder door. De in herfstkleuren getooide ’tuin’ – ’bos’ is een beter woord – oogt ook doorweekt als een schitterend plaatje en aan de secundaire voorwaarden is eveneens meer dan voldaan. Het bezoekje is immers begonnen met een koffiestop op locatie, in de in de oorspronkelijke serre en de orangerie van het kasteel gevestigde brasserie. En het dient te worden gezegd: het gezelschap maakt er een geanimeerde bijeenkomst van die pas na de nodige kopjes koffie, de verschillende hapjes (hoezo net ontbeten, weet jij hoe lekker dat walnoot-honing-gebak hier is?) wordt opgebroken.

Dat diezelfde Consul daarna tijdens de wandeling aan de gids van dienst vraagt of die witte pauwen (hét kenmerk van Staverden, zoals we nu allen weten) niet gewoon van het door hen bezette stuk grond naar ons toe kunnen komen, in plaats dat er weer een met plassen bezaaid paadje dient te worden ’genomen’, past later even zeer in de categorie. Ook daar wordt door een ieder hard om gelachen. Ja, de paraplu’s worden nat. Nee, we hebben niet allemaal van die handige wandelschoenen aan. En inderdaad, ja er is geen broek meer zonder twee bemodderde broekspijpen. Maar wat maakt het uit? Correct! Niets!

Mede met dank aan die al gememoreerde gids, overigens. Eigenlijk twee: Dick en Karla Denee. Ze wonen in Ermelo, kennen de schitterende omgeving als hun nog net niet bemodderde broekzak en zij zijn het ook die de groep op sleeptouw nemen. Karla ook vooraf, in de lobby van de Heerlickheijd. Daar maakt zij op voorhand duidelijk wat Staverden nu precies is en vooral, hoe het allemaal zo is gekomen. Het verhaal begint met Graaf Reinald I van Gelre die rond 1300 een kasteel en een aantal huizen laat bouwen. Het is zijn bedoeling om Staverden uit te laten groeien tot een stad. Het is echter nooit meer geworden dan een kasteel (het huidige kasteel is het vierde in de rij en is gebouwd in 1905) met wat boerderijen waar anno 2014, na veel gerenommeerde, adellijke namen, nu het Geldersch Landschap de scepter zwaait. Nuttige informatie die het bezoek nog interessanter maakt en die lopenderwijs door Karla nog wordt aangevuld in de schitterende tuinen zelf.

Gids nummer twee Dick doet zijn werk op vier wielen. We weten het allemaal – er zijn vele wegen om ergens te komen. Rome schijnt zelf altijd bereikt te kunnen worden. Maar dat alles gaat ook op voor de route Ermelo – Staverden. En weer terug. Hemelsbreed een kilometertje of zes, maar in de praktijk van deze zondag wel een stukje langer. En vooral: fraaier. De Veluwe is voor buitenstaanders al mooi, maar als een kenner de groep voorgaat wordt het er allemaal nog veel idyllischer op. Dorpskommetjes, bosweggetjes en schitterend gesitueerde boerderijtjes: ze komen allemaal voorbij, op weg naar Staverden. En op de terugweg. Het spreekt dan ook vanzelf dat bij het afscheid niet alleen Theo en Ineke van Catz worden bedankt voor het zo geslaagde totaalpakket, maar ook Karla en Dick voor hun gidsenwerk. En Dick daarbij ook nog voor het leercollege ’Apotheker’ dat tijdens de uitgebreide koffiestop door de ’autogids’ is gegeven. Eveneens zeer de moeite waard. Maar weer iets minder geschikt voor dit blad…

Foto’s: Mariszkà Bos en Theo van Catz

Reacties zijn gesloten.