Boswandeling Sluistingsdiner

’Dood hout leeft’

’Kijk, hier groeit niets. Wrrrom?’ Je kan van boswachter Luc Vos van alles zeggen, maar niet dat hij niet duidelijk is. Akkoord, zijn ’waarom’ is naar goed Veluws gebruik wat verwaterd. Maar alle aanwezigen begrijpen dat ’wrrrom’ donders goed. Er wordt wat gevraagd! En nu het antwoord nog…

Er worden wat pogingen gewaagd die niet eens in de buurt komen. Het moment voor Luc Vos om zelf het antwoord maar te geven. Hij houdt van praten, uitleggen en grappen maken. Maar al te lang op één plek staan, daar is hij niet op gemaakt. Dus volgt zijn uitleg al snel. Het gaat hier om een kale plek onder een beukenboom. En dat blijkt direct het antwoord. Juist. Beuken leveren zo’n enorm dicht bladerdak op dat de zon op deze plaatsen de aarde nooit bereikt. En tja, een heel klein beetje zon is – voor welk klein boompje of groen blaadje dan ook – toch wel nodig. Waarop Luc er weer de pas inzet om tien meter verderop een blaadje, een takje of een zwammetje van de grond te plukken. ’Kijk. Dit is een… Wrrrom?’

Zo’n veertig, vijftig KNMC’ers en partners hebben vooraf al besloten dat het Sluitingsdiner van 2013 niet compleet is zonder boswandeling op zondagochtend, zondagmiddag. En – dit zonder onder de deelnemers diepgravend onderzoek te hebben verricht – ze krijgen er geen van allen spijt van. Zo’n feest moet toch worden verteerd, of je nu ’s ochtends wel of niet hebt gezwommen. En waar kan dat verteren (ook wel: ’alsnog langzaam wakker worden’ genoemd) nu beter plaatsvinden dan in de frisse (maar genoeglijke) buitenlucht? En nog specifieker: in het bos? Inderdaad: een veel betere plek kan niet worden bedacht. En al helemaal niet omdat je boswachter Luc er ook nog bij krijgt. Want hoe je het ook wendt of keert. Zo’n bos gaat er door zijn inbreng toch helemaal anders uitzien. ’Dit is een konijnenhol. Dat kan je ’s winters heel goed zien. Wrrrom?’ Het antwoord ligt opnieuw niet voor het oprapen en dus is Luc er na tien seconden als de konijnen bij om het zelf te geven. Het heeft te maken met de warmte die uit zo’n hol komt en de condensvorming die daardoor bij vorst in de boom boven dat hol zichtbaar wordt. Het is maar dat je het weet…

De boswandeling begint deze ochtend met een autorit. Het doel is, zo vertelt Ad Smaal met een gezicht dat iedereen toch wel weet waar hij het over heeft, het doel is Heveadorp. Ook de mensen die deze woonkern van de gemeente Renkum niet kennen, vinden de weg moeiteloos. Het grote voordeel als je niet alleen met schepen, maar ook met auto’s in konvooi reist. Na de auto’s te hebben geparkeerd begint de vrolijke ’ontdekkingsreis’. Want zo kan deze trip met oer-boswachter Luc Vos toch wel worden genoemd. Boswachtersaids? Wel eens van gehoord? De wandelaars in dit geval niet. Maar ze begrijpen het wel als Luc vertelt dat het over teken, en dan vooral over tekenbeten gaat. Zweethonden? Geen idee waar hij het over heeft. Het blijken bloedhonden te zijn die worden ingezet om ernstig gewonde (wilde) dieren op te sporen en om ze vervolgens een natuurlijke en – noem het toch maar – humane dood te bezorgen. ’Want anders lijden ze nog een week voordat ze toch dood gaan.’

’Dood hout leeft’. Het is een motto dat regelmatig terugkeert tijdens deze wandeling. En de voorbeelden van de stelling komen bijna om de meter voorbij. Dode takken en stammen blijken veelal dé voedingsbodem voor de meest fraaie exemplaren aan paddenstoelen en andere ’levensvormen’ waar je in de bewoonde en bebouwde wereld eigenlijk nooit mee bezig bent. Vliegenzwammen. Wikipedia leert dat het eten van deze paddenstoelen vergiftigingsverschijnselen in de hand werkt. De boswachter weet ervan. Houdt het erop dat je er ziek van kan worden, maar ook enorm high! ’Het zijn eigenlijk paddo’s!’ De tocht wordt vervolgd. Over een tapijt van bladeren – en daarmee wordt niets miszegd. In dit deel van het Geldersch Landschap is nu eenmaal geen plek te vinden waar géén blad op de grond rust. Op de hoge grond, zo blijkt iets verderop. Want al wandelend wil je nog wel eens vergeten dat je loopt op de resten van wat de voorlaatste ijstijd heeft achtergelaten. Inderdaad: de Veluwse Heuvelrug. Het wordt duidelijk als de afdaling begint. En nog veel duidelijker als de ’rug’ daarna weer moet worden beklommen. Natuurlijk, de boswachter wijst zijn medeklimmers nog altijd op de bomen met vorstschade die worden gepasseerd, maar de meeste bergbeklimmers zijn toch alleen maar bezig met het bereiken van de top…

Die wordt overigens niet bereikt zonder eerst onderweg een ’nep-waterval’ te hebben bewonderd. Het zijn precies die nep-watervallen van Renkum die een kenner in het gezelschap tot lyrische uitspraken verleidt. Hij wordt heel even stil als non-kenners gaan zeggen dat ze zich in Doorwerth bevinden en dat Renkum dus helemaal geen watervallen heeft. Maar, de wraak is zoet bij het bereiken van het diepste punt. De slagbomen met de mededeling ’Gemeente Renkum’ laten dan ook geen ruimte voor welke twijfel dan ook. Ook aardig is dat de boswachter van dienst – voordat de beklimming wordt ondernomen – het gezelschap het stuwcomplex van Driel aanwijst en vervolgens begint uit te leggen hoe het zoal werkt met water en met sluizen. Als hij merkt dat het ganse gezelschap al heel wat tijd in sluizen heeft doorgebracht, herstelt Luc Vos de orde al weer snel. ’Dit is Fluitekruid. Wrrrom?’ Het antwoord blijft uit. ’Fluitekruid is hol, je kan er heel makkelijk een fluitje van maken.’ De stuw is vergeten, Luc Vos is weer dé leider van deze tocht. ’Een paar rijen berken, midden in een bos. Wrrrom?’ We geven het antwoord van Luc maar even mee: berken blijken veel minder gemakkelijk in de brand te vliegen dan andere bomen. Met andere woorden: een rijtje berken als brandwering. Je moet er maar op komen.

Het mag duidelijk zijn. Het uitwaai-toetje van het Sluitingsdiner 2013 – er is helemaal niets mis mee. Met dank aan de natuur daar in de buurt van Doorwerth, Heelsum én (heel goed, Oeds) Renkum. Maar natuurlijk ook met dank aan opper-boswachter Luc Vos. De man die terwijl hij speelt met blaadjes, takken en zwammen ook niet vergeet een enorm fraai uitzicht op Arnhem zuid mee te nemen. Echt zo’n plek waarop je met z’n allen denkt: wat is Nederland toch mooi. Het is een van vele de redenen waarom Evenementen-opperhoofd Ad Smaal eenmaal terug in hotel Klein Zwitserland de boswachter nog een keer in het zonnetje zet. ’Normaal lopen we in zo’n bos over van alles te praten en nergens naar te kijken. U heeft ons de ogen geopend!’ Dat boswachter Vos dat vandaag tegen alle voorspellingen in, in meer dan prettige weersomstandigheden heeft gedaan (lekker temperatuurtje, regelmatig met een zonnetje erbij), daar hoor je Ad niet over. Ook weer niet zo vreemd. In al die jaren dat hij met Ina verantwoordelijk is geweest voor dit soort feesten, heeft het weer maar zelden tegen gezeten. Dus dat het in en rond het hotel enorm heeft geregend op het moment dat de boswandelaars vier kilometer verderop van het bos en het zonnetje aan het genieten zijn, Ad vindt het niet eens een opmerking waard. Zo hoort het toch?

Reacties zijn gesloten.